Een leven tussen de Mercator en de Helvetica

Neuriënd liep Wiek Molin vaak door het Grafisch Werkcentrum Amsterdam. „Een charmante, grappige man met een onverwoestbaar goed humeur”, zegt collega Corine Elemans. Alleen moest je wel naar hem luisteren, zegt Martin Veldman, die 56 jaar met Molin bevriend was en samen met hem op de grafische school zat. „Als Wiek had gezegd dat je een tekst uit de Mercator moest zetten en je had per ongeluk een Helvetica gebruikt, dan kon hij uit zijn slof schieten.”

Molin overleed op 22 april op 68-jarige leeftijd aan kanker. Twee weken voor zijn dood kwam hij afscheid nemen, zegt Elemans. „Wiek was het werkcentrum. Niet alleen altijd aanwezig, hij wist ook alles en had eigenlijk altijd gelijk.”

Molin was twaalf jaar geleden medeoprichter van het centrum en sindsdien duidelijk de drijvende kracht. Als voormalige letterzetter wilde hij grafisch erfgoed in ere houden. Niet als museumstukken, maar als gereedschap. Een grote Heidelberger Degel Automaat, een kniehevel stanspers en andere machines van weleer werden in het werkcentrum aan de praat gehouden. Liefhebbers kunnen er cursussen letterzetten en boekbinden volgen, en kunstenaars die van oude druktechnieken willen gebruikmaken, krijgen er begeleiding.

Met computers kon Molin niet overweg. „Hij kon net zijn mail lezen”, zegt Veldman. Als docent vormgeving op de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, waar hij tien jaar werkte, liet Molin zijn studenten altijd eerst met losse loden letters aan de slag gaan. „Pas dan zie je wat je doet.” zei hij in een interview met Het Parool .

Wiek Molin kwam uit een communistisch nest. Zijn vader was laborant, zijn moeder voorzitter van de Nederlandse Vrouwenbeweging (NVB). Hij was ook een kind van de jaren zestig. Als begin twintiger werkte hij een jaar in de bouw, om van het gespaarde geld in een oude auto naar India en Afghanistan te rijden.

Terug in Nederland werkte hij korte tijd als letterzetter. Maar al snel ging hij naar de Rietveld Academie voor een opleiding grafische vormgeving. Later ging hij overdag stukadoren, om ’s avonds kunstenaar te kunnen zijn. Volgens zijn vriend Veldman zat zijn hang naar perfectionisme hem soms in de weg. „Wiek was een beetje chaotisch, miste deadlines. Maar daar zat hij niet mee. ‘Alles sal reg kom’, zei hij altijd.”