De strijd tegen Google

De Europese klachten tegen Google lijken een heropvoering van de antitrust-zaak tegen Microsoft. Een bonte mix aan concurrenten en ‘slachtoffers’ probeert de Amerikaanse internetgigant te temmen.

Illustratie marie schweiz

Kun je je een leven voorstellen zonder Google? Met zijn alomtegenwoordige zoekmachine en besturingssysteem Android, dat op meer dan 80 procent van alle smartphones staat, beheerst Google een groot deel van ons online bestaan.

Zo veel macht, dat roept weerstand op. In Europa wordt Google aangeklaagd omdat het zijn dominante positie zou misbruiken om Google Maps en Google Shopping te bevoordelen. Als Brussel een boksring was, dan kreeg Google onlangs de tweede uppercut: de Europese Commissie vindt dat Android Googles eigen diensten een te prominente plek geeft.

Gebruikers zijn meestal blij met dat mapje vol gratis Google Apps op het beginscherm van hun smartphone. Ze betalen met hun eigen data. De mening van consumenten is echter niet doorslaggevend in het lobbygevecht tussen Google en een zeer diverse groep tegenstanders.

Het is een bokswedstrijd in slow motion. De klacht tegen de zoekmachine dateert bijvoorbeeld uit 2009. Het kan nog wel een jaar of drie duren voordat Google de handdoek in de ring gooit, of de zaak wint. Kijk maar hoe lang de Europese antitrust-zaak tegen Microsoft duurde, in de jaren dat Windows nog onze beeldschermen domineerde.

Google gedraagt zich net zoals Microsoft destijds, zeggen ze bij Fairsearch, de organisatie die de belangrijkste aanklachten tegen Google indiende.

Vijftien jaar geleden legde de Europese commissaris van Mededinging, Neelie Kroes, Microsoft boetes van honderden miljoenen euro’s op. Windows had namelijk standaard een eigen webbrowser en mediaspeler. De Microsoft-zaak duurde van 1998 tot 2013, toen Microsoft 561 miljoen euro moest betalen omdat het ‘vergeten’ was andere webbrowsers aan te bieden in de Europese Windows-versie. Na een klacht van Google, overigens.

Veel betrokkenen bij de Google-zaak waren er al toen Microsoft op het matje werd geroepen. Zowel bij Fairsearch als bij Google werken voormalige financieel journalisten die de Microsoft-zaak van dag tot dag hebben gevolgd. Ze zijn gepokt en gemazeld in het EU-circuit en kennen elkaar persoonlijk. Ook voormalige EU-ambtenaren werken nu voor Google of Microsoft.

Het is een klein clubje dat achter de schermen met elkaar bakkeleit over diensten die Google jaarlijks 66 miljard euro aan advertentieomzet opleveren. Deze lobbyisten houden er niet van om geciteerd te worden; politici worden „met louter feiten” bestookt, de media off the record gekneed. Een woordvoerder die verkeerd wordt geciteerd kan een gevoelig juridisch proces om zeep helpen.

Per jaar besteedt Google zo’n 4 miljoen euro aan lobbykosten in Europa, volgens het transparantieregister. Dat bedrag is in werkelijkheid hoger; de advocaatkosten ter verdediging hoeven niet opgegeven te worden als lobbyuitgaven. Ook niet verrekend zijn de inhuur van externe adviseurs, financiële steun aan denktanks en onderzoeken naar internetthema’s. Allemaal om ons van Googles goede bedoelingen te overtuigen.

Anti-Google-front

Bij Fairsearch, Googles tegenstander, hebben Amerikaanse techbedrijven en Europese reis- en prijsvergelijkers hun grieven tegen Google gebundeld. Hun representant is de Noors-Amerikaanse advocaat Thomas Vinje van advocatenkantoor Clifford Chance. Hij vertegenwoordigde vijftien jaar geleden het Amerikaanse softwarebedrijf Oracle als één van de aanklagers tegen Microsoft.

Vinjes kantoor bevindt zich op twee kilometer afstand van het Brusselse Google-pand, allebei op loopafstand van het Berlaymont-gebouw, waar de Europese Commissie vergadert. „Google gedraagt zich exact zoals Microsoft deed”, zegt Vinje. Op het Google-kantoor hoor je het tegenovergestelde: „We hebben juist geleerd van Microsofts fouten.”

Fairsearch bestaat uit een bont gezelschap. Oracle, met een jaaromzet van 34 miljard euro, is de grootste. Ook vertegenwoordigd is het Finse Nokia, dat de belangen van kaartendienst Here (verkocht in 2015) verdedigt. Here delfde het onderspit tegen Google Maps.

Deze multinationals werken zij aan zij met Foundem, een piepkleine Britse website die prijzen vergelijkt. Het is een tweemanszaak van het echtpaar Shivaun en Adam Raff. De ‘revolutionaire verticale zoektechnologie’ van Foundem werd gedwarsboomd toen Google zijn eigen prijsvergelijkingsdiensten ging promoten. Dat maakte Foundem in één klap kansloos, legt Shivaun Raff uit. Het is nu de op 63.506 na best bezochte website in het Verenigd Koninkrijk. Het echtpaar Raff hoopt, als Google veroordeeld is in de EU, met een civiele zaak een schadevergoeding af te dwingen.

Vijanden worden vrienden

Het meest prominente Fairsearch-lid, Microsoft, trekt zich terug uit de strijd. Vorige week maakten Google en Microsoft bekend dat ze alle rechtszaken en patentgeschillen tegen elkaar laten vallen. Een paar jaar geleden zette Microsoft Google nog te kijk als datadief, in agressieve ‘You’re Scroogled!’-campagnes. De softwaremaker vaart een nieuwe koers sinds Satya Nadella het bedrijf leidt. Het scheelt dat Google (nu onderdeel van de holding Alphabet) ook een nieuwe topman heeft, Sundar Pichai. Die heeft net als Microsofts Nadella een pragmatische inslag. Ze hebben beiden een Indiase achtergrond en kunnen het goed met elkaar vinden, zeggen ingewijden.

Microsoft heeft een met Google concurrerende zoekmachine, Bing, maar maakt al zijn software geschikt voor Android. Windows op smartphones faalde, dus is Android voor Microsoft onmisbaar om mobiele gebruikers voor producten als Office en Skype te winnen.

Voor beschuldigingen tegen Google lijkt het pact met Microsoft geen rechtstreekse gevolgen te hebben. Fairsearch zegt dat het niet uitmaakt dat Microsoft de strijdbijl begroef. Het zou ook geen financiële consequenties voor de lobbygroep hebben. Hoeveel geld er omgaat in Fairsearch willen betrokkenen niet zeggen. „Dat is niet chique.”

De Duitsers zijn bang

Googles tegenstanders zijn in Brussel niet strak georganiseerd. Maar er is wel geregeld contact tussen Fairsearch en bijvoorbeeld de uitgevers die lobbyen tegen Google. De uitgevers zijn van Google afhankelijk voor webverkeer, maar krijgen daar te weinig voor terug, vinden ze.

Met name in Duitsland is de weerstand tegen Google groot. Mathias Döpfner, de topman van de Duitse uitgever Axel Springer, beschreef zijn angst voor Google in een openbare brief. „Google heeft ons niet nodig, maar wij hebben Google wel nodig.” En: „Het wachten is op een serieuze politicus die opsplitsing van Google eist”, schreef Döpfner in april 2014. Hetzelfde jaar nog kwam vanuit de Duitse politiek een wilde oproep: Google zou de zoekmachine moeten scheiden van diensten zoals Shopping, News, recensies en YouTube-video’s.

Franse en Duitse uitgevers richtten in mei 2014 het Open Internet Platform op, een lobbygroep die moest voorkomen dat Google een akkoord bereikte met de vorige EU-commissaris van Mededinging, Joaquín Almunia. Tot drie keer toe mislukte zo’n schikking. Google moet nu opboksen tegen Margrethe Vestager. Haar aanpak is strenger en lijkt meer op die van voorgangers Kroes en Monti: geen schikkingen maar boetes.

In de VS wordt de Europese Commissie nogal eens verweten Amerikaanse techbedrijven te weren, om Europese producten te beschermen. Andere factoren spelen waarschijnlijk een grotere rol: Europa is sneller geneigd om (anonieme) klachten te onderzoeken. En in tegenstelling tot in de VS beschermt de Europese Commissie niet alleen consumenten maar ook concurrenten met „billijke en gelijke voorwaarden voor bedrijven.”

Bij elkaar creëert dat een lage drempel voor Amerikaanse bedrijven om elkaar te dwarsbomen in Europa. Vorige week diende uitgever News Corp (onder meer The Wall Street Journal) nog een klacht in tegen Google in Brussel, net als fotobureau Getty Images uit Seattle. Ze protesteren tegen de manier waarop Google nieuws en afbeeldingen van andere sites ‘schraapt’ – hergebruikt in zijn diensten.

Een klacht bij de EU is handig om een al te machtige concurrent te kunnen afremmen. Het levert extra munitie op – onderhandelingsruimte –in andere conflicten. Zo eist Oracle in de VS 9,3 miljard dollar van Google voor ongeoorloofd gebruik van Java-software in Android. Vergeleken daarbij is de strijd in de EU klein bier. Zoals een ingewijde bij Google het uitdrukt: „Lobbyen is de goedkoopste manier om je concurrent het leven zuur te maken.”

Facebook de volgende?

Voor consumenten blijft het gevecht in Brussel een ver-van-mijn-bedshow. Het gaat over producten die nú onmisbaar lijken, maar over een jaar of vijf misschien minder relevant zijn. Dat is de belangrijkste les uit de Microsoft-zaak: dominantie in technologie is tijdelijk. Windows en Internet Explorer raakten hun macht kwijt – met name aan Google.

Het is geen raadsel aan welke partij Google op zijn beurt zijn macht zal verliezen. Facebooks chat-apps en sociale netwerk tellen al miljarden gebruikers. Uitgevers zijn bang om van Facebook de volgende Google te maken: ze zijn afhankelijk van Facebook voor doorgifte van bezoekers, maar ze willen niet zoveel informatie en artikelen weggeven als destijds aan Google. Weten we meteen wie er over vijf jaar op het matje geroepen wordt in Brussel.