De redelijke Trump

Ik moet eerlijk zeggen dat ik die speech van Trump deze week over het buitenlandbeleid niet eens zo slecht vond. Tussen alle blaaskakerij door zei hij een aantal zinnige dingen. Hij ging in ieder geval niemand carpet bomben, hij wilde stoppen met nation builden, hij vond het niet zo’n goed idee om op militaire wijze het westers democratisch systeem andere landen door de strot te douwen, en hij vond hoogstens dat de overige NAVO-leden een eerlijk deel van de militaire kosten mochten gaan ophoesten. Alleszins redelijk.

Zeker voor een Republikein. Ik herinner me met name één Republikeins debat in december, waarin de vraag werd gesteld of het nu wel of geen goed idee was om regimes in andere landen omver te werpen en dictators „te verwijderen”. Als een stel jochies dat over een voetbalwedstrijd kletste, debatteerden de presidentskandidaten zeker twintig minuten lang met elkaar over de vraag of het tijd was voor een wissel. Welke poppetjes uit het spel moesten worden gehaald. Wat er met die landen en hun dictators en hun volkeren moest gebeuren. Wat het handigste was voor Amerika.

Het was een bizar toneelspel maar tegelijkertijd de gewoonste zaak van de wereld. Het maakt nu eenmaal echt uit hoe presidentskandidaten denken over andere landen. Sterker nog, het is het enige waar ze, als ze gekozen worden, met zekerheid veel macht over kunnen uitoefenen. Een Amerikaanse president moet voor elk centje belastingverhoging of -verlaging, voor elk binnenlands beleidsstukje met het Congres strijden, maar kan wel min of meer op eigen houtje een land binnenvallen.

En ook al heeft Obama zich militair afzijdig gehouden tijdens zijn presidentschap, toch houdt ook hij zich eindeloos bezig met conflicten en relaties en belangen in de wereld. Geen enkele andere wereldleider spendeert zoveel tijd aan buitenlandbeleid als de Amerikaanse president. Obama was vorige maand in Cuba en Argentinië. Deze week was hij in Saoedi-Arabië, daarna in Duitsland, en daarna in Engeland, officieel om de koningin te feliciteren, maar ook vooral om de Britten op het hart te drukken tegen een Brexit te stemmen in het aankomende referendum. Want ook in de samenstelling van de Europese Unie wordt een Amerikaanse president geacht zich te mengen.

Hoe effectief dat is? Om als leider van een land zo’n belachelijke hoeveelheid tijd te spenderen aan het buitenlands beleid? Niemand weet het.

Het enige wat je min of meer kunt stellen is dat de nieuwe grootmachten, op een aantal grensconflicten na, in ieder geval nauwelijks geïnteresseerd lijken in het buitenland. India zet op geen enkele manier zijn gewicht in om de verhoudingen in de wereld te beïnvloeden. En China’s buitenlands beleid beperkt zich tot het zo nu en dan op een internationale top tegen andere landen roepen dat ze zich met hun eigen zaken moeten bemoeien en dat iedereen toch vooral elkaar met rust moet laten. Misschien is de Amerikaanse bemoeienis met het buitenland ook domweg een gewoonte, een traditie, waar men mee doorgaat omdat ze het nu eenmaal altijd zo hebben gedaan en dus ook van elke nieuwe president een sterk staaltje weloverwogen buitenlandbeleid verwachten.

Deze generatie presidentskandidaten loopt zich in ieder geval ouderwets warm voor een rol op het wereldtoneel. Bernie Sanders grijpt elke kans aan om nog eens uit te leggen dat het machtsvacuüm in Irak na de Amerikaanse inval leidde tot het ontstaan van IS en andere extremistische organisaties die nu in Syrië huishouden. Ook typisch zo’n voorbeeld van Amerikaanse grootspraak. Bernie Sanders gelooft dat als Saddam Hoessein niet door de Amerikanen omver was geworpen, er vast nooit iets was gebeurd in Irak. Sanders gelooft kennelijk dat Irakezen nooit op eigen houtje, bijvoorbeeld tijdens de Arabische lente, hun eigen leider hadden kunnen lynchen en in een chaos hadden kunnen belanden.

En ook Trump betoont zich uitermate geschikt voor het presidentschap als hij zich in zijn speech beklaagt dat Obama van het Midden- Oosten één grote chaos heeft gemaakt. Alsof het om de speelhoek gaat, waar sommige presidenten rotzooi maken en andere presidenten dat dan opruimen.

Zonder Amerika gebeurt er nooit iets in de wereld, geloven ze in Amerika.