De machtsfantasie van een referendumactivist

Ideoloog SCP-ambtenaar Pepijn van Houwelingen was medeorganisator van het Oekraïnereferendum. Als Vossius schreef hij een duister essay vol bewondering voor Hitlers Derde Rijk. Het is „ideeënkunst”, aldus de schrijver.

Zweepslagen voor iemand die mensen lastigvalt op straat. Bankiers ophangen wegens wanbeleid, „onder luid gejuich van de bevolking”. Discriminatie van etnische minderheden om het groepsgevoel bij de meerderheid te bevorderen.

Het staat allemaal in Oneigentijds, een roman van een zekere Vossius – in 2010 verschenen bij uitgeverij Aspekt.

In het boek staat ook dat Europa verziekt en verzwakt is door „het mekkeren” over mensenrechten als vrijheid en gelijkheid. En er staat ook dat het Derde Rijk te verkiezen is boven onze samenleving, omdat het, hoe grotesk ook, tenminste nog een hoger doel diende, en daarmee vitaliteit en kracht losmaakte.

Achter het pseudoniem Vossius gaat de politieke activist Pepijn van Houwelingen schuil. Van Houwelingen werd samen met Arjan van Dixhoorn en hun Burgercomité EU bekend als een van de bedenkers van het Oekraïne-referendum. Hij is onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, waar hij zich toelegt op ‘burgerparticipatie’.

Na een eerste ontkenning bevestigt Van Houwelingen schriftelijk dat hij de auteur is. Maar de politieke vergezichten daarin hebben niets te maken met wat hij echt denkt, zo legt hij uit. Het is „ideeënkunst” bedoeld om „de grenzen van het toelaatbare, het redelijke en het menselijke te onderzoeken. Om uiteindelijk gelouterd, wijzer en milder naar het leven te kunnen kijken.” Daarom, stelt Van Houwelingen, schreef hij het boek onder pseudoniem: „Mijn schrijverschap staat volledig los van mijn eigen (al dan niet politieke) opvattingen.” Een verdere toelichting wenst hij niet te geven.

Zeggen de 220 pagina’s maatschappijkritiek – vol geweldsromantiek en vijandenken – dan in geen enkel opzicht iets over de ‘echte’ Van Houwelingen?

In het werk dat Van Houwelingen onder eigen naam publiceert is van extremistische en gewelddadige gedachten geen sprake. Maar „volledig los” van zijn eigen opvattingen staat het boek niet – zo blijkt uit een vergelijking met zijn publicaties en uitlatingen.

Quote 1

Vitale samenleving

Oneigentijds leest eerder als een politiek essay dan een roman. Vossius is niet alleen de schuilnaam van de auteur maar ook van het enige relevante personage. Van Houwelingen laat deze Vossius oreren tegen een Jan Jansen. Slechts sporadisch door hem onderbroken, fulmineert Vossius over de gebreken van de huidige maatschappij, de oorzaken daarvan en analyseert hij de mogelijke oplossingen.

Sommige uitlatingen van Vossius lijken op een sterk geradicaliseerde versie van de standpunten van zijn geestesvader Van Houwelingen. En er zijn momenten dat Van Houwelingen en zijn personage samenvallen. Zo is de lijn van een opiniestuk uit 2013 in de Volkskrant over topinkomens in de publieke sector bijna geheel terug te lezen in het boek, inclusief historische verwijzingen en anekdotes.

Van Houwelingen en zijn personage Vossius delen ook het oordeel dat de Europese Unie de bron van veel kwaad is. Beiden verwijten een verraderlijke elite dat ze voor hun eigen gewin macht hebben afgedragen aan de Europese Unie. In de ogen van zowel de auteur als zijn alter ego is échte democratie alleen op lokaal niveau levensvatbaar – en dus streven ze naar zoveel mogelijk directe democratie en burgerparticipatie. Alleen dan kan een vitale samenleving herrijzen.

Dit alles willen zowel Van Houwelingen als Vossius via referenda realiseren.

Van Houwelingen

In een interview met NRC over het Oekraïnereferendum eind maart erkenden Van Houwelingen en Arjan van Dixhoorn al dat Oekraïne ze niets kan schelen. Hun doel was het beschadigen van de EU. Duidelijk is dat dit referendum slechts een eerste stap was. Samen met jurist en historicus Thierry Baudet – die al jaren met het Burgercomité optrekt en het gezicht van het Oekraïnereferendum werd – zijn alweer nieuwe referenda bedacht, bijvoorbeeld over het Europese immigratiebeleid en nieuwe steun aan Griekenland.

Het ‘probleem’ van de Europese Unie is volgens Van Houwelingen de schuld van de ‘elite’. Hij verklaarde vlak voor het Oekraïnereferendum de leden van de Tweede Kamer op dit punt niet meer te vertrouwen. „Dat is de kern van de zaak”, zei hij tegen NRC.

Een cultuur wordt verdedigd door straf, minachting en discriminatie

Uit het boek van Vossius

Op het anonieme twitteraccount van het mede door Van Houwelingen bestuurde Burgercomité EU, zijn de verwijten een stuk vijandiger. De Nederlandse elite wordt van „Nederlanderhaat” beticht. De Unie wordt een „bezettingsmacht” genoemd, en politiek Den Haag een „gevaar voor democratie en rechtstaat”. We worden „verkocht en verraden door ons kabinet voor 30 zilverlingen”. En: „Onder leiding van de EU zijn we op alle fronten maar vooral moreel diep gezonken en afgegleden. Wij willen ons land terug!”

Maar in de ogen van Van Houwelingen is de ‘elite’ voor nog veel meer verantwoordelijk, zo blijkt uit het artikel in de Volkskrant. „Ze zijn met hun gedrag medeverantwoordelijk voor het cynisme, de onvrede en het wantrouwen dat heerst onder een substantieel deel van de Nederlandse bevolking. De oude regenten die Nederland groot hebben gemaakt, zouden zich vast in hun graf omdraaien als ze wisten hoe hun ereambten tot zulke tollenaarsposten zijn verworden.”

Decentralisatie, directe democratie en meer referenda zouden voor veel problemen een oplossing zijn, meent Van Houwelingen. Hij is een aanhanger van het Zwitserse model, waar democratie zo lokaal en direct mogelijk is. Zo pleit hij als SCP-onderzoeker voor een ideale gemeenteomvang van tussen de 10.000 en 100.000 inwoners.

Quote 2

Vossius

Dan het boek. Van Houwelingen laat Vossius de huidige maatschappij beschrijven als een decadente, doelloze, energieloze „catastrofe”.

Vossius idealiseert oude stadstaten – hij verwijst naar de oude Grieken, Italië en het Holland uit de Gouden Eeuw. Hij hamert op de noodzaak van geweld en discriminatie, onderdrukking van vrouwen en het afschaffen van mensenrechten.

Alleen op die manier kunnen waarden, tradities en gemeenschapszin volgens Vossius worden gevormd en levend gehouden. „Een cultuur wordt verdedigd door straf, minachting en discriminatie, met andere woorden door het begaan van een groot aantal kleine wreedheden in plaats van alleen maar prediken van normen en waarden”. De verdediging van het eigene verschaft samenlevingen energie en een hoger doel.

In de ogen van Vossius is de stadstaat – maximaal 100.000 inwoners – waar de volkswil regeert de oplossing voor alle problemen veroorzaakt door mensenrechten, de elite en de Europese Unie. Er hoeven maar een paar stadstaten te ontstaan die, „bevrijd van het dode gewicht van de parasitaire staat” zo „succesvol, vitalistisch en krachtig zullen zijn dat ze de waanzin van de moderne hypercentralisatie meedogenloos zullen aantonen”.

Maar daarvoor moet eerst de heersende elite uit de macht worden gezet. Over hen zegt Vossius in het boek: „De kliek waar we het nu mee moeten doen, reken ik niet eens tot de menselijke soort.”

Quote 3

Burgerij bewapenen

Het recept om van ze af te komen? „Het is noodzakelijk keer op keer de integriteit en legitimiteit van de hypocriete en incestueuze kliek van bestuurders, ambtenaren en politici waardoor de fatsoenlijke hardwerkende burger wordt verraden, onderdrukt en uitgeperst aan te vallen door deze kliek als belachelijk, laf, parasitair, arrogant en decadent neer te zetten.”

Daarvoor is het erg effectief „en dus legitiem” propaganda te bedrijven en „op de zogenaamde onderbuik in te spelen” Het „gezonde volksgevoel” kan vervolgens via referenda worden „verzilverd”.

Het boek eindigt met deze uitspraak van Vossius: „Tenslotte dient, zodra deze mogelijkheid zich voordoet, de burgerij zich zo snel mogelijk te bewapenen omdat in laatste instantie alleen een bewapende en georganiseerde burgerij voldoende zekerheid biedt tegen hypercentralisatie, staatsterreur en onderdrukking.”

Quote 4