De dames van de DA-drogist

Winkelsluiting De DA-drogist in Utrecht waar Ria, Miranda en Wilma werken gaat sluiten. Over lege schappen en trouwe klanten, bloemen en tranen. „Met zo weinig personeel zoveel omzet creëren, ik kan me niet voorstellen dat het bedrijfseconomisch niet goed ging.”

Foto’s Mieke Meesen

‘We lijken wel onkruid dat moet worden uitgeroeid,” zegt een oud-collega tegen Ria (62) over (oudere) werknemers in de detailhandel, zoals zij zelf. Er waren de massaontslagen bij V&D, de problemen bij kleding-, sport- en schoenenwinkels. En nu gaat de DA-drogist dicht waar Ria en haar collega’s al jarenlang werken en staan ze op straat.

Eind vorig jaar verkeert drogisterijketen DA in zwaar weer. Ria, Miranda en Wilma, werkzaam in een DA-winkel in de Utrechtse wijk Tuindorp-Oost, maken zich nog niet al te druk. Franchisewinkels zoals die van hen zou het niet direct raken, al komen de bestellingen in de week tussen Kerst en Oud en Nieuw niet meer binnen. Net voor de jaarwisseling maakt het bedrijf een doorstart. De dames van de DA halen toch even opgelucht adem. „Niets aan de hand”, vertellen ze hun klanten. Het nieuwe jaar is goed begonnen. Tot op 1 februari franchisenemer VNA (Stichting Verenigde Nederlandse Apotheken) de stekker uit de winkel trekt. De boel moet in de uitverkoop, de tent gaat sluiten. In een mum van tijd is de winkel halfleeg.

Ria, Miranda en Wilma zijn drie van de vijf dames die er werken.

De winkel biedt elke dag een troostelozer aanblik. Het achterste gedeelte is helemaal leeg. Ria: „Het begint echt hol te klinken.” Wat er aan producten over is, wordt steeds naar voren geschoven. En vervolgens op de bovenste planken gezet zodat er op ooghoogte op de meeste schappen nog wat staat. Ze staan hier voor de klanten, zeggen ze. De vaste klanten, die met kaartjes aankomen, met bloemen, gebakjes en bonbons. Van een klant kregen ze zelfs elk een armband. „Heel lief en warm al die aandacht”, zegt Ria. Maar ze worden soms ook wel moe van alle gesprekjes over steeds dezelfde vragen: „Wanneer gaan jullie dicht?” „Wat gaan jullie doen?” En steeds weer diezelfde constatering: „Wat is het hier leeg!”

Vlak voor sluitingstijd komt een man naar binnen rennen. Ria wil net afsluiten. „Wacht nog even”, zegt hij en rent weer weg. Even later komt hij terug met een enorme bos witte rozen. „Ik wil jullie namens mijn hele gezin bedanken”, zegt hij. Ria krijgt tranen in haar ogen. De man is een vaste klant. Ze heeft zijn drie dochters van baby af aan in de winkel zien komen.

Officieel moet de winkel tot mei openblijven. Ook al is er bijna niets meer te koop, elke ochtend wordt het rolluik opgetrokken en rolt een van de dames twee enorme borden naar buiten: Opheffingsuitverkoop. 70 % korting op alle producten. „Je schaamt je gewoon”, zegt Ria, die achter de toonbank een sok breit. De enkele klant die binnenloopt en om paracetamol vraagt, moet ze teleurstellen. Een vrouw die de onttakelde winkel ziet en haar hand voor haar mond slaat („Gaan jullie weg?”), legt ze nog maar eens uit hoe de zaken ervoor staan.

De telefoon gaat. Iedereen verwacht dat de baas belt dat de zaak dicht mag. Ria neemt op. De collega’s zien meteen de spanning op haar gezicht verdwijnen als ze een vaste klant begroet. „Hallo, mevrouw Schuurmans. Nee, we zijn er nog. Vandaag of morgen horen we of we eerder dicht mogen. Steek maar een kaarsje voor ons op.”

Die dag sluit Miranda met tranen in haar ogen af. Ze heeft het gevoel dat het de laatste keer is dat ze de winkel van binnen heeft gezien. De volgende ochtend zullen ze inderdaad horen dat ze niet meer hoeven te komen. Wilma zet de laatste spullen in een krat en dat was het dan.

Of toch nog niet helemaal. Ria plakt een kaartje op de voordeur en sluit dan de winkel voor de allerlaatste keer af. Wie nu langs loopt ziet een vrolijk lieveheersbeestje tussen bloempjes en bijtjes in de zonneschijn. „Het team bedankt alle klanten voor de gezellige jaren. Het gaat U allen goed.”