Beslissers over leven en dood

In het Rijksmuseum van Oudheden zijn momenteel zo’n 200 zwaarden te zien. Over hun oorlogsverleden wordt weinig verteld.

Een Ashanti zwaard. Foto Stichting Nationaal Museum voor Wereldculturen

Toen koning Willem-Alexander op 30 april 2013 werd ingehuldigd, werd het Nederlandse Rijkszwaard voor hem uit gedragen, met de punt fier omhoog. Het rijkszwaard is een van de regalia, voorwerpen die de macht van de koning symboliseren. Met het zwaard, dat normaal gesproken ligt opgeborgen op Paleis Noordeinde, opent de tentoonstelling Vlijmscherp verleden in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

Van dichtbij bekeken, zoals het daar in de vitrine ligt, is het een onhandelbaar pronkstuk. De greep is van paars fluweel en is versierd met drie ‘edelstenen’– eigenlijk geslepen glas. Dit zwaard heeft alleen betekenis in de handen van wie het toebehoort.

En dat geldt niet alleen voor dit zwaard. Bijna tweehonderd zwaarden zijn te zien in Vlijmscherp verleden, een van de drie tijdelijke exposities die sinds begin deze maand zijn ingericht in het Rijksmuseum van Oudheden (de andere gaan over de Romeinse kust in Nederland en over Egypte). De zwaarden komen vooral uit de eigen collectie – het RMO heeft de grootste collectie archeologische zwaarden van Nederland – aangevuld met bruiklenen.

Er zijn veel bijzondere stukken bij, en de meeste zwaarden zijn niet gebruikt om te doden. Natuurlijk was het zwaard het eerste voorwerp in de menselijke geschiedenis dat alleen bedoeld was om anderen een kopje kleiner te maken. Maar juist door die macht kreeg het zwaard ook een krachtige symbolische betekenis.

Zwaarden met een persoonlijkheid

In veel culturen werd een zwaard zelfs een persoonlijkheid toegekend. Op de tentoonstelling is een Duits beulszwaard te zien, versierd met galg en rad. Het was de bedoeling dat zo’n zwaard na honderd terechtstellingen begraven werd, omdat het anders ‘te bloeddorstig’ zou worden.

Ook de zwaarden die in de brons- en ijzertijd in de Lage Landen als grafgift werden meegegeven aan leiders en krijgers, werden met zorg verbogen voordat ze het hiernamaals betraden.

De mooiste opstelling is die van zes rituele reuzenzwaarden uit de Midden-Bronstijd (3.500-3.300 jaar geleden), die in Nederland, Frankrijk en Engeland zijn gevonden. Ze waren voor het gevecht volkomen onbruikbaar. Maar zoals ze daar staan, elk afzonderlijk uitgelicht in hun eigen vitrine, stralen ze de macht uit om over leven en dood te beslissen. (Dat was voor de hedendaagse vinders trouwens niet altijd zo duidelijk. Eén van de zwaarden werd door een Britse boer gebruikt om de schuurdeur open te houden.)

Vlijmscherp verleden besteedt relatief weinig aandacht aan het gebruik van zwaarden voor oorlogvoering. De Romeinse infanterie droeg een tamelijk korte gladius, zien we. De cavalerie vocht met een lang zwaard (een spatha) met platte ‘kling’ (het lemmet van een zwaard). Zo’n spatha stond model voor de latere Keltische zwaarden en ook de Middeleeuwse ruiterzwaarden. Dat ze effectief waren, blijkt wel uit de tentoongestelde schedels met houwen erin. Maar welke gevechtstechnieken en –strategieën bestonden er? Moest er flink worden getraind? Dat zou je ook wel willen lezen. Net zoals je zou willen weten of de bijzondere estoc, een smal driekantig zwaard dat bedoeld was om maliënkolders te doorboren, effectief was.

De tentoonstelling bevat veel bijzondere stukken, zoals de unieke bruikleen van het Rijkszwaard, maar is iets te bescheiden opgezet: er zijn vooral vitrines met zwaarden. De bezoeker moet de tijd nemen om de bijschriften te lezen – of voor 10 euro het informatieve boekje kopen. De makers maakten wel video-interviews met zwaardenliefhebbers, maar het geluid hapert en is daardoor grotendeels onverstaanbaar.