Column

Analist

Rafael van der Vaart wordt tijdens het EK voetbal in Frankrijk analist voor de NOS. Het is het feitelijke afscheid van een wereldvoetballer. Niet langer in de kroniek van een aangekondigd einde, nu in de vooruitgeworpen schaduw ervan. Van der Vaart voetbalt nog even voor Betis Sevilla, zij het als herenboer.

Het is geen mooi einde voor Rafael. De kreupele gang naar spelen en niet spelen die maar bleef aanslepen, heeft de paukenslag uit zijn carrière weggenomen. Het was als doodbloeden in een leeg pakhuis. De begenadigde voetballer was de regie over zijn blessures kwijt en daarmee ook over zijn afscheid. De Spielmacher had geen huisnummer meer.

Ik geloof niet dat hij het analistenkoor van de NOS veel zal bijbrengen. Rafael is altijd mild in zijn kritiek, hangt de polemische vandaal niet uit, zal als half voetballer ex-collega’s niet gaan bezeren voor het leven. Ik waag het zelfs te betwijfelen of hij met volle goesting deelneemt aan dat liturgische gekakel rond voetbal. Het gaat Van der Vaart om de bal, niet om abstracties en litanieën. Eigenlijk vond hij het altijd vervelend, dat gepraat over voetbal. Geef hier, die bal!

Een windhoos van opeenvolgende blessures ontnam hem het plezier van het spel. Hij kon de genade van zijn wreef niet meer laten zien. De hamstring was ook boosaardig. Maar hij kon niet stoppen, niet voor het laatste pijntje was geleden. Gevolg: de oorlogen van veteraan Van der Vaart zijn in de herinnering uitgewist. Wat blijft is het beeld van een uiterst blessuregevoelige jongen die van geen opgeven wil weten.

Ik had een mooier afscheid voor ogen voor de aspirant-analist: meteen de technische staf in van Ajax, Hamburg of FC Utrecht. En dan niet als linietrainer, maar iets collectiefs. Van der Vaart kwam als speler al dicht in de buurt van de totale mens die Louis van Gaal in gedachten had voor het Nederlands elftal. Naast zijn spelinzicht en technisch vernuft een slimme jongen, beschaafd en beleefd. Probeer dat kapitaal eens aan een analistentafel kwijt te raken.

Als pratend hoofd naast Ronald de Boer of Bert van Marwijk heeft Rafael van der Vaart weinig toe te voegen. Het zal hem al moeilijk genoeg vallen in te breken in de monologen van de kanselredenaars. Maar als Patrick Kluivert assistent-coach van het Nederlands elftal kan worden, dan moet de architect van het middenveld toch ook een eind kunnen komen.

Ik twijfel soms aan de staat van geluk van al die ex-voetballers die in de kleedkamer blijven hangen als coach. Voor De Boer, Cocu en Van Bronckhorst is het een juiste keuze gebleken. Ze hebben succes en lopen relatief blijmoedig de oude dag in op noppen. En toch is ook hun leven een leugentje. Voetballers willen alleen maar voetballen, wat erna komt is erzats. Ontleend geluk.

Meestal zie je coaches lijden, naar temperament en toeval. Je hebt er die dat lijden ook spelen. Vooral in Latijnse landen is theater het wezen van de trainersstaf. Sinds enige tijd is Diego Simeone de nieuwe mens van de dug-out. Zoveel gekte in één persoon hadden we niet eerder gezien. Simeone lijkt wel een rubberen pop die uit zeven lichamen tegelijk bestaat. Hij danst, hij knielt, hij buitelt, hij verstijft per vingerknip.

Je weet dat de coach van Atlético Madrid een spel speelt en toch geloof je zijn grimassen en arabesken. Je ziet hem tien keer in een wedstrijd doodgaan, en toch applaudisseer je als hij weer tot leven komt. Diego Simeone: ultieme sensatie.