Wim Pijbes over een stille schat uit de Jheronimus Bosch-tentoonstelling

Niet elk werk kan op een pronkplek in het museum hangen. In de marge vind je de ‘voorbijgangers’. Wim Pijbes laat u elke maand stilstaan bij zo’n stille schat.

Wim Pijbes is kunsthistoricus en directeur van het Rijksmuseum.

Over de geweldige Jheronimus Bosch-tentoonstelling die nu zijn laatste dagen ingaat lijkt alles wel gezegd. Alleen het Duitse Kunstmagazin Art schreef zijdelings over de blootgelegde afbeeldingen op de vier panelen uit het Venetiaanse Museo di Palazzo Grimani die het onverwacht fascinerende sluitstuk vormen van deze expositie.

Ik heb het niet over de alom bekende voorzijden maar over de achterkanten van Bosch’ Visioenen van het hiernamaals. Ontstaan in de laatste jaren van het werkzame leven van Bosch, geschilderd tussen 1505 en 1515, gelijktijdig dus met bijvoorbeeld La Primavera van Botticelli, maar dit terzijde. Normaal gesproken hangen de panelen in Venetië met hun achterkant tegen de wand zodat deze niet te zien zijn. In het Noordbrabants Museum staan ze nu vrij in de ruimte opgesteld.

De mysterieuze achterkant van de Hiernamaalspanelen

Maar, wie bij het verlaten van de tentoonstelling in Den Bosch niet omkijkt ziet de achterkanten van de Hiernamaalspanelen makkelijk alsnog over het hoofd. De wereldberoemde panelen, met op de voorzijde de weg naar de hemel en de hel, vormen een passend slotakkoord van de op alle fronten prachttentoonstelling. Over, einde, uit. Als bezoeker verlaat je dan voldaan en gelouterd de expositie, een enkeling overdenkt wellicht zijn zonden.

Maar dan, voor wie zich omdraait, wacht een spectaculaire verrassing die je op weg naar de uitgang totaal op het verkeerde been zet. Ik zie en ik denk. Zie ik het goed? Wat is dit? Ik zie vier panelen waarvan drie in mysterieuze patronen beschilderd. Het lijkt of ik ineens vijfhonderd jaar kunstgeschiedenis overbrug. Ik kijk naar Bosch, maar ik zie Pollock, ik zie Rothko. Niet eerder zag ik schilderingen die doen denken aan een marmerimitatie (of is het een sterrenhemel?) met zo’n zeggingskracht. En is het wel geschilderd?

‘Bosch als uitbundig expressionist’

Tijdens de restauratie in 2015 werden onder leiding van het Bosch researchproject verschillende naderhand toegevoegde lagen van de vier achterzijden weggehaald en het oorspronkelijke oppervlak blootgelegd. De aangebrachte verf bleek gespetterd en (met een rietje?) door Bosch over het paneel geblazen. Ineens blijkt in Bosch behalve een nauwgezet realist ook een uitbundig expressionist te schuilen. Voor mij een regelrechte openbaring en bewijs dat oude meesters tijdloos zijn.

Voor de blootgelegde achterzijden, met wat lijkt op keizerlijk rood porfier en groen serpentijn marmer, begon Bosch met tweemaal een zwarte en tweemaal een roodachtige onderlaag. Daarna spetterde Jheronimus een wittige verf, en blies hij zo lijkt, de vloeiende verf rond en drupte verf op het oppervlak. Tot slot bracht Bosch met de kwast dikke kopergroene en rode glacislagen aan over het gehele oppervlak.

Vanaf nu is Bosch voor mij veel meer dan de moralist die met zijn verhalende realisme de mensen van en na zijn tijd een spiegel voorhoudt. Jheronimus Bosch is al vijfhonderd jaar een moderne kunstenaar.

Wim Pijbes is kunsthistoricus en directeur van het Rijksmuseum. Met dank aan Luuk Hoogstede (BRCP).