Denk erfgoed van DreesHet is morgen, 1…

Illustraties Cyprian Koscielniak

Denk erfgoed van Drees

Het is morgen, 1 mei, precies 75 jaar geleden dat de sociaal-democratische staatsman Willem Drees een 1-meirede hield onder bijzondere omstandigheden. Drees zat op 1 mei 1941 gevangen in het Duitse concentratiekamp Buchenwald. En daar hield hij een toespraak tot zijn medegevangen:

„(...)Wij worden gewaar, hoe in dit kamp met zijn schrille tegenstellingen, een nationaal-socialistische 1-

meiviering is georganiseerd. Wij hebben dat kunnen zien op het veld achter onze barakken, door het gebouw waarin nu eens films worden vertoond, dan weer gevangenen worden gegeseld” (...).

Het beeld van na de bevrijding ziet Drees als volgt: „De democratie, een sterker georganiseerde democratie dan wij gekend hebben, zal bestaanszekerheid moeten brengen door economische samenwerking tussen de volkeren, collectieve veiligheid, en zij zal dat hebben te doen op een wijze, die waarborgt, dat economische binding niet de geestelijke vrijheid en de menselijke rechten aantast”.

Drees zou na de bevrijding drie jaar lang minister van Sociale Zaken worden, een periode waarin hij de allereerste oudedagsvoorziening en voorloper van de AOW van de grond tilde (de Noodwet Drees). Van 1948-1958 was hij premier.

Misschien dat de huidige Nederlandse sociaal-democratie, die lijkt te verkommeren en zich electoraal op een historisch dieptepunt bevindt, moed en inspiratie kan putten uit de 1-meirede die Drees onder zulke bijzondere omstandigheden uitsprak.

Hij en zijn Buchenwaldrede horen tot het historisch erfgoed van de PvdA. De sociaal-democraten mogen zich van dit erfgoed meer bewust zijn.

Sociaal-democratie houdt meer in dan het al dan niet vergoeden van rollators. In mijn ogen staat het voor internationale solidariteit, onderlinge verbondenheid en een toekomstvisie die de menselijke waardigheid centraal stelt. Dat hield Drees ons vanachter het prikkeldraad van Buchenwald al voor.

Eerste Wereldoorlog

Die Belgen waren gasten

Conny Kristel (Opinie&Debat 23 april) ziet in de huidige tijd paralellen met Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog. Volgens haar was men toen echter milder en kalmer. Zij wijst daarbij in het bijzonder op de opvang van Belgische vluchtelingen. Maar de Belgen waren buren en het stond van de aanvang af vast dat zij te gelegener tijd weer naar huis zouden terugkeren. Zij waren gasten en geen immigranten; een essentieel verschil met onze actuele situatie. Kristel stelt, dat de manier waarop de oorlog werd gevoerd destijds politieke, militaire en existentiële vragen opriep. In Nederland gold dat zeker niet voor de overgrote meerderheid van de bevolking. Betrokkenheid bij die vragen kon ook moeilijk worden verwacht. Het algemene opleidingsniveau was uiterst beperkt. Nederland was nog agrarisch; men leefde veelal in kleine gemeenschappen met de wereld ver weg. Radio en TV waren er nog niet.

Na het vastlopen van de oorlog in het westen ebde de belangstelling snel weg. Im Westen nichts Neues. In de geïllustreerde bladen, de televisie van die tijd, is het zoeken naar oorlogsnieuws. Alles overheersende thema’s werden gaandeweg, zeker voor de grote massa van de bevolking, voedselschaarste en duurte. Daar had men zijn handen vol aan.

A.L. de Werker, Haren

Geneesmiddelen

Test moet deugen

Bert Leufkens van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen constateerde dat een groot deel van de medicijntests niet deugt (20 en 22/4). Hij kan daar iets aan doen. De Verklaring van Helsinki (1964) bevat principes voor medicijnstudies. Deze Verklaring is vele malen gereviseerd; in die van 2000 stond dat als er een behandeling is, het nieuwe middel beter moet zijn dan wat we al hebben. Vele onderzoekers kwamen hiertegen in opstand. Deze revisie werd ongedaan gemaakt. Als Leufkens zich weer houdt aan de verklaring van 2000 verdwijnt in één klap een groot deel van de niet deugende medicijntests. Hij moet dit wel durven. Ruim twee decennia geleden moest een voorganger van Leufkens een nieuw middel tegen migraine beoordelen. Hij gaf een onderzoeksinstituut de opdracht na te gaan wat de kosteneffectiviteit van het middel was. Het instituut vroeg een bekende onderzoeker van migraine naar data over de behandelingseffectiviteit. Die data werden gegeven, maar daarna weer teruggevraagd, vergezeld van ernstige dreigementen. De schrik zit er nog goed in, want niemand durft hierover te spreken. Het nieuwe middel werd met een hoge prijs op de markt toegelaten.

Rien Vermeulen, emeritus hoogleraar neurologie UvA

Datingsite

Natuur is mooi, maar...

Het idee Staatsbosbeheer te koppelen aan een datingsite (25/4) zal voer voor cabaretiers zijn. De dieren en hun geluk. De verhalen van Toon Tellegen over de mier en de eekhoorn worden hier springlevend. Singles-boswandelingen, nog niet eerder ontdekt. De Tinekes en de Annekes zijn allemaal dames die de tweede emancipatiegolf toch keihard moeten hebben meegemaakt. Een leven in dienst van de man leek voorgoed voorbij, de vrijheid uit de slavernij werd gevierd. De vrouw ging zelf eens ontdekken wat zij wou.

Wat een tragische treurigheid om een man in het bos te zoeken. Mannen die pas echt gelukkig zijn in de natuur... dames, dat kan nooit wat zijn. Die hebben geen levendige fantasie, geen humor, maar lopen in hun versleten corduroy broek en verstandige schoenen met de blik naar de grond. Ik meen dat het Harry Mulisch was die de uitspraak deed „De natuur is mooi, maar je moet er wat bij te drinken hebben”.

Cora Duin, Amsterdam

Het vrije woord

Onderbouw je mening

Ik ben het eens met Marco Swart, en veel mensen uit mijn omgeving gelukkig ook (26/4). Beledigen voegt niets toe en blokkeert de weg naar dialoog. Vrijheid van meningsuiting is cruciaal, absoluut, maar de vraag is wat daar nu eigenlijk mee wordt bedoeld. Voor mij is het iets anders dan onbeperkt roepen wat in je hoofd opkomt of wat je wel lollig vindt of wel nuttig om meer bekendheid te krijgen. Ik denk dat het simpelweg de bedoeling is dat je een mening geeft, dat je deelt wat je ergens over vindt, dat je vertelt dat je het ergens wel of niet mee eens bent en dan liefst met een reden erbij. Dan hebben we er allemaal iets aan. En als je per ongeluk toch een keer te ver gaat, wat altijd kan gebeuren, dan zeg je gewoon sorry en neem je je woorden terug. Het is niet moeilijk.

Annemiek Canjels, Roermond

Majesteitsschennis

Wet niet schrappen

Het is de vraag of de artikelen 111 en 112 Wetb. v. Strafrecht botsen met de „in de Grondwet verankerde vrijheid van meningsuiting” (28/4). Het mag dan zijn dat niemand voorafgaande toestemming behoeft om zijn mening te uiten, echter wel behoudens ieders verantwoordelijkheid jegens de wet. Wie beoordeelt nu de bejegening van de koning die, zoals u zelf schrijft, zich niet kan verdedigen? Juist: daartoe dienen de majesteitsschennisartikelen die het Openbaar Ministerie het noodzakelijke handvat bieden. Het schrappen ervan verdient dus geen enkele steun.

Karel Maathuis, Oosterbeek