Zo gewoon gebleven

Audrey Hepburn werd na haar 40ste huisvrouw (met personeel). Ze kookte graag. Hutspot was een lievelingsgerecht, vertelt haar zoon in een nieuwe kookbiografie.

Audrey Hepburn in de keuken van haar appartement aan Wilshire Boulevard in Los Angeles. Foto’s Earl Thiesen

Het was een grap van een journalist die Luca Dotti aan het denken zette. „Hij zei dat hij dacht dat mijn moeder niet eens at, want een mode-icoon doet geen normale dingen.” Dotti (46) besloot een kookboek te maken met verhalen over zijn moeder, de wereldberoemde actrice Audrey Hepburn. Het resultaat, Bij Audrey Hepburn Thuis, kwam vorige week uit.

Want Audrey Hepburn at niet alleen, ze kookte ook nog eens graag. „Ik krijg vaak vragen over thuis, omdat ik ben geboren na het hoogtepunt van mijn moeders acteercarrière”, vertelt Dotti. „Iedereen is altijd verrast als ik vertel dat ze kookte.”

Hepburn werd in één klap wereldberoemd toen ze in 1953 debuteerde als hoofdrolspeelster in Roman Holiday. Ze kreeg er een Oscar en een Golden Globe voor. In de twee decennia erna zouden meer successen volgen, zoals Breakfast at Tiffany’s (1961). De rol van stijlvolle golddigger en de jurken van haar goede vriend Hubert de Givenchy die ze aan had in de film, maakten van haar een wereldwijd mode-icoon.

Voor het boek sprak Dotti met oude vrienden en beroemde filmsterren van weleer, maar ook met voormalige nanny’s, personeelsleden en koks. Ze vertelden allemaal hetzelfde verhaal. „Geen van hen begon over haar iconische status”, zegt Dotti. „Maar het eerste wat Hubert de Givenchy zei, was dat ik ten minste een paar recepten in het boek moest zetten. Het eten en samen aan tafel zitten was voor hem iets waar hij zich op verheugde als hij naar mijn moeder ging.”

Het resultaat is een boek dat het midden houdt tussen een biografie en kookboek, waarin het hele leven van Hepburn voorbij komt. Zoon Luca: „Ze kon dingen combineren. Als ambassadrice van Unicef kon ze bijvoorbeeld tegelijkertijd kinderen vermaken, aardig zijn en toch een serieuze boodschap overbrengen aan meegereisde media.”

Audrey Hepburn met zoon Luca, 1971

Voor Hepburn, die een Britse vader en een Nederlandse moeder had, speelde de Tweede Wereldoorlog een centrale rol in haar leven. Hepburn maakte in Arnhem de oorlog van dichtbij mee en had na de hongerwinter van 1944-1945 last van astma, geelzucht en oedeem. Ze woog als 16-jarig meisje nog geen 40 kilo. „Dat ze de oorlog overleefd heeft, plaatste alles voor haar in perspectief”, zegt Dotti. „Daardoor zag ze alles, ook haar acteercarrière, als een groot cadeau.”

Gebakken knoflook

Er staan vijftig recepten in het boek, niet geselecteerd op hun kwaliteit maar op de verhalen die erbij horen. Je vindt er Hepburns favoriete gerechten zoals pasta al pomodoro, chocoladetaart en Nederlandse hutspot. Dotti: „Ze was echt een aardappeleter.” Hepburn gruwelde eigenlijk maar van één ding: de lucht van gebakken knoflook. Dotti: „Dat was een probleem, want haar Nederlandse levenspartner Robert Wolders vond niets lekkerder dan spaghetti met knoflook, olie en rode pepertjes.”

Hepburn kookte graag, zeker nadat ze in 1970 na de geboorte van Luca fulltime moeder werd. Maar ze kreeg lang niet altijd de kans om te koken. „Onze huiskokkin Giovanna zag koken als haar verantwoordelijkheid, haar trots. Als mijn moeder kookte, dan was ze jaloers en beledigd”, zegt Dotti. Alleen in het appartement in het Zwitserse Gstaad kon Hepburn naar hartelust koken. Dat was te klein voor personeel in de huishouding”, zegt Dotti grijnzend.

Haar kookstijl was net als zijzelf: simpel. „In het begin van haar acteercarrière moest ze zich aan veel regels houden”, vertelt Dotti. „Op de foto gaan, er stijlvol uitzien. Haar eerste kookboek uit die tijd was een uitgebreid en ingewikkeld boek. Later ging ze meer haar eigen gang, en stond ze met jeans en een t-shirt in de tuin. Dat zag je ook in haar koken.” Het favoriete junkfood van zijn moeder: pasta met ketchup.

De opbrengsten van het boek gaan naar het Audrey Hepburn Children’s Fund. Dat fonds werd opgericht na de dood van de actrice in 1993, toen ze op 63-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van darmkanker. Met het geld worden onder meer drie Amerikaanse kinderziekenhuizen en Unicef ondersteund, waarvoor de actrice sinds de jaren tachtig ambassadrice was.

Als vertegenwoordiger van Unicef kwam ze in Afrika vaak op plekken waar sanitaire voorzieningen niet de hoogste prioriteit hadden. Toch deinsde ze nergens voor terug. Waar haar partner Robert Wolders een excuus verzon om een plaatselijke maaltijd af te slaan, zei Hepburn nooit nee. „Ze wist”, zegt Dotti, „dat wat ze aangeboden kreeg het enige voedsel was.”

Dotti hoopt dat het boek de haast mythische status van zijn moeder weg neemt. „Mijn moeder probeerde altijd en overal dezelfde persoon te zijn, of dat nou thuis, op de set, met beroemde of normale mensen was. Dat ze het zijn van Audrey Hepburn kon combineren met een normaal leven, is heel speciaal.”