Column

Wie wint de slag om de Brennerpas?

De uitslag van de eerste ronde van de Oostenrijkse presidentsverkiezingen afgelopen zondag – winst voor extreemrechts, groen op twee en zwaar verlies voor het centrum – valt niet los te zien van de Europese vluchtelingencrisis. Het parlement in Wenen stemde prompt voor een noodtoestandswet om asielzoekers bij te grote toestroom te kunnen weigeren. De Oostenrijkers hebben er genoeg van dat de Italianen migranten ongeregistreerd doorlaten. Ze werken aan een hek bij de Brennerpas, een cruciale passage tussen Noord- en Zuid-Europa, waar onze Henk Wijnberg ‘met de vlam in de pijp’ doorheen scheurde. Het hek is preventief en nog open. Maar de Italianen zijn woedend. Want wat als het dicht gaat?

Italiaanse kranten zien in de FPÖ-overwinning het Oostenrijkse naziverleden opduiken; Il Corriere noemde Wenen een „meteorologisch observatorium voor het einde van de wereld”. Italië heeft reden zich zorgen te maken. Oostenrijks premier Faymann (SPÖ) zal niet aarzelen de Brennerpas te sluiten, als het moet in het hoogseizoen. Hij deed het al eerder, met de Oostenrijks-Sloveense grensovergang, en kijkt tevreden terug op het resultaat.

Dat omstreden besluit van Wenen zette de dominobeweging in gang waarin het ene na het andere Balkanland zijn zuidelijke grens sloot. Het resultaat aan het eind van de cascade: gestrande Syriërs in de sneeuw, aan de Macedonisch-Griekse grens. Tegelijk verhoogde de actie de druk op Griekenland beter mee te werken en legde ze de basis voor de EU-deal met Turkije. Het sluiten van de Brennerpas is symbolisch en economisch andere koek dan een dichte Balkanroute. Maar toch kan Oostenrijk verleid zijn te herhalen wat eerder ook werkte. Dat wordt dus opletten deze zomer.

De slag om de Brennerpas vertaalt zich ook in een strijd over de herziening van het EU-asielsysteem. We hebben één gezamenlijke buitengrens, maar wie is verantwoordelijk voor binnenkomende vluchtelingen? Ook daar staan landen als Italië tegenover landen als Oostenrijk. Volgende week wil de Europese Commissie met een voorstel komen. Het huidige stelsel (‘Dublin-II’) is failliet. Het legt een onevenredige last op landen van aankomst, à la Italië, die in principe alle asielvragen zelf moeten behandelen; het is gunstig voor landen met alleen nog binnengrenzen, zoals Oostenrijk of Nederland.

De Commissie heeft twee scenario’s. De radicale optie: invoering van een EU-wijde herverdeling van asielzoekers; zoiets als de vorig jaar eenmalig besloten quota voor 160.000 asielzoekers, maar dan structureel. De voorzichtigere optie: de Dublin-principes houden, maar een veiligheidsklep voor crisissituaties inbouwen. Alleen bij onbeheersbare aantallen zou een mechanisme voor herverdeling van asielzoekers in werking treden. Met een blik op de vluchtelingenstroom kun je de voorkeuren uittekenen. De radicale optie mindert de praktische asieldruk op landen van bestemming (Duitsland, Zweden) en brengt voor landen van aankomst (Italië) hun juridische verplichting naar beneden. Ook het Parlement is enthousiast.

De meeste andere landen verkiezen de voorzichtigere optie. Die is ook verstandiger. Verplichte verdeling werkt niet. Het per meerderheid geforceerde quotabesluit uit september 2015 zette veel kwaad bloed. Het verpestte de sfeer tussen Oost- en West-Europa. Een half jaar later is de sfeer net opgeklaard. Niet het moment om iedereen opnieuw met een Brussels idee in de gordijnen te jagen. Bovendien zet het echec van de eerste ervaring aan het denken. De bedoeling was 160.000; de teller staat nu rond 1.100. De schuld van deze mislukking ligt dus niet alleen bij de weerspannige Hongaren, Polen en Slowaken. Er is meer aan de hand. Om extreemrechts de wind uit de zeilen te nemen én de Brennerpas open te houden moet Brussel voorstellen wat haalbaar is. Liever een krom asielsysteem met veiligheidsklep, dan een gesprongen Unie.