Van de Chinese Muur wil iedereen een stukje

Erfgoed De Chinese Muur, dat is vooral dat ene gerestaureerde stuk van de toeristische bucket-lists en de buitenlandse staatsbezoeken. De overige 5.000 kilometer zijn in ernstig verval en worden systematisch geplunderd.

"Wees loyaal aan onze leider Mao", staat in dit stuk van de Chinese Muur bij Mutianyu gekrast.

‘Barbaren, dieven’’, snuift Qiao Guohua (69) als hij in het struikgewas iets ziet glinsteren. Een afgebroken punt van een beitel, weet hij meteen, achtergelaten door antiekdieven. „Steen voor steen maken criminelen de Lange Muur van China kapot’’, gromt de oud-politieman. ‘Grote Muur’ is een naam die alleen buitenlanders en Chinese restaurants gebruiken.

Op ‘zijn’ sectie van zeven kilometer muur wil hij de condooms, verkreukelde bierblikjes en etensresten van wildkampeerders wel opruimen, maar tegen de dieven van zestiende-eeuwse stenen kan hij niet op. Hopelijk betrapt hij er binnenkort weer een, net als vorige zomer.

‘Antiquiteiten-beschermer’ staat op de rug van zijn olijfgroene legerjack. Als vrijwillige bewaker maakt hij dagelijks lange rondes over wat de „wilde muur” wordt genoemd. Op groene soldatengympen danst hij over de verweerde brokstukken die de vervallen wachttorens als „rotte kiezen” aan elkaar rijgen.

„Er is geen geld voor herstel, hooguit kunnen we bomen en struikgewas verwijderen om verder verval tegen te gaan. Maar er moet veel meer gebeuren om deze ruïnes te beschermen”, zegt hij. Het achtste wereldwonder, mascotte van China, de belangrijkste Chinese bestemming op de bucket list van iedere toerist of buitenlandse leider ligt er hier inderdaad zwaar verwaarloosd bij.

Torens verbrokkelen of verzakken; de ooit negen meter hoge muur, die door een bruin, verdroogd landschap kronkelt, is verworden tot een halsbrekend pad van grijze en wit uitgeslagen brokken steen, resten van kantelen. Alleen geiten slagen er in de hoogst gelegen trajecten die door bergen ten noorden van Beijing lopen, te bereiken.

Qiao begrijpt niet hoe bezoekers onder de indruk raken van de wilde schoonheid en de romantiek van het verval. De stilte, de heldere hoge luchten, de jagende buizerds ver van bouwend en stinkend China, zijn voor hem net zo normaal als een mondkapje voor een stedeling. De Lange Muur (cháng chéng) mag geen ruïne, geen reliek blijven. Zei ‘Overkoepelend Leider’ Deng Xiaoping het niet:

„Hou van China, restaureer de Lange Muur”?

Kijk, daarom doet hij dit eenzame werk tussen de slangen, de hazen, de enkele wolf en de schaapherders.

Het begaanbare, gerestaureerde deel van de Ming-muur, aangelegd tussen 1368 en 1644 om Mongolen en anderen buiten te houden, is gekrompen tot tien procent van de oorspronkelijke lengte (6259,60 kilometer). Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Chinese Lange Muur Vereniging in Beijing. Zestig procent verkeert in ernstige staat van verval en de rest is verdwenen. De nog oudere, door de eerste keizer van China in 221 voor Christus aangelegde fortificaties zijn allang weggevaagd door erosie, verwoestijning, oorlogen en economische vooruitgang. De verdedigingswerken van keizer Qin Sihuang (227-201 voor Chr.) bestaan nog alleen in gedachten en romantische verhalen.

Beweeg over de kaart voor feiten en misvattingen over de muur:

Big business

„Barbaren”, herhaalt Qiao Guohua als we in een hellende wachttoren, hoog boven het dorp Jielingkou in de provincie Hebei, een nicotine-arm Sheng Cao-sigaretje roken. Natuurlijk weet hij ook wel dat de Lange Muur big business is, voor lokale overheden én antiekdieven. De simpele, oude stenen leveren op de toeristenmarkten van Beijing en Shanghai vijf tot tien euro op. Staan er namen van bouwvakkers in gekrast of soldaten van de Ming-legereenheden die de muur bewaakten, dan stijgen de prijzen tot dik honderd euro. Een bedrag waar een familie in het dorp onder de muur een paar maanden van kan leven.

„Daar weten ze inmiddels hoe waardevol de muur is. Ik heb ze verteld dat de muur gebouwd is met het bloed en zweet van gewone mensen zoals zij, en dat velen van hen zijn gestorven tijdens het werk. De dieven komen tegenwoordig helemaal uit Beijing en Tianjin, ze zijn niet van hier.” Pas nog werd nog een kilometer muur volledig gesloopt door een bende. „Niet in mijn deel”, verzekert hij.

3004zathgvmuur2

Qiao begrijpt wel waarom ook toeristen graag een aandenken meenemen. „Stadsmensen denken dat er een beschermende kracht van uitgaat. En zij denken ook dat de planten en kruiden die hier groeien speciale geneeskracht hebben. Maar als zij die planten uit de grond rukken, dan beschadigen zij de muur.”

Later, op een daglange klim over het ruige traject, wijst hij op gaten die door schorpioenenjagers in sommige torenwanden zijn geboord. Schorpioenen worden doorverkocht aan de traditionele medicijnenindustrie.

Terug in Jielingkou staat Qiao’s baas, Dong Yaohui (68), vice-voorzitter van de Chinese Lange Muur Vereniging op ons te wachten. Dong, auteur van vijf boeken over de muur, is een van de weinige Chinezen die het hele Ming-traject heeft gelopen. Dat kostte hem een goed jaar. Ook voor het alarmerende rapport deed hij uitgebreid veldwerk.

„Het punt is natuurlijk dat de Lange Muur te lang is om door de Chinese overheid goed beschermd te worden; de samenleving, rijke Chinezen in binnen- en buitenland zouden een veel grotere bijdrage moeten leveren. We moeten nieuwe manieren ontwikkelen”, zegt de sportieve amateurhistoricus, gekleed in de North Face-outfit van de moderne Chinese pensionado.

Dong mag graag uitweiden over de betekenis van de Lange Muur als metafoor van de Chinese psyche en de eeuwenlange politiek van afsluiting die ten slotte niet houdbaar bleek.

Zijn fascinatie voor wat tegenwoordig een ‘defensief fossiel’ wordt genoemd dateert uit de tijd dat hij als jonge ingenieur de teams leidde die in Noord-Hebei de elektriciteitsnetwerken aanlegden. De Culturele Revolutie (1966-’76) was net begonnen en Mao Zedong gaf Rode Wachters toestemming de Lange Muur te vernietigen en de stenen te gebruiken voor de bouw van varkensstallen, boerenschuren en proletarische huisvesting.

„Ik was jong en wist niets van de culturele betekenis van de Lange Muur af, er was in die tijd geen geschiedenisboekje meer te krijgen”, herinnert hij zich. Zonder precies te weten waarom raakte hij geschokt door de afbraak van vele tientallen kilometers antiek bezit. Tien jaar geleden, toen het tij kenterde, hielp Dong de autoriteiten bij het opstellen van wetten ter bescherming van cultureel erfgoed.

„Helaas is dat tot nu toe maar een stuk papier gebleken, want de naleving is zwak en er is weinig geld.”

Uitvoering en controle op de ‘Lange Muur-wetten’ is in handen van lokale overheden die geen geld hebben om bewakers zoals de gepensioneerde politieman Qiao in te huren. Bovendien zijn plaatselijke bestuurders alleen geïnteresseerd als ze geld kunnen verdienen aan toeristen en dat is veel afgelegen locaties praktisch onmogelijk.

Golfen

Badaling, Mutianyu, Simatai, Jinshanling en Qinhuangdao, de bekendste opgangen, zijn steenrijk geworden door van de Lange Muur ‘Disneyparken’ te maken. Bijna ieder dorpshoofd langs het traject hoopt dat te evenaren, vertelt Dong. „Ik heb niets tegen vercommercialisering, want daardoor kunnen de liften voor bejaarden en gehandicapten betaald worden, maar het aantal uitwassen neemt toe”, zucht hij.

Hij heeft ook bezwaar tegen modeshows, popconcerten en disco-avonden op de Lange Muur. Bij Badaling kun je zelfs golfballen afslaan van de Muur. En bij Mutianyu is een glijbaan aangelegd om de afdaling op te leuken, en daar worden ook vaak films opgenomen. Zelfs makers van pornofilms gebruiken het decor van de torens steeds vaker, meldde onlangs de Global Times, de tabloid van de Communistische Partij.

Als nou een deel van de inkomsten naar restauratiewerk zou stromen – zoals de wet dicteert – zou hij deze vormen van „culturele majesteitsschennis” nog kunnen billijken. „Maar helaas krimpen de budgetten, terwijl sommige dorpen en steden miljoenen verdienen aan het Lange Muurtoerisme. Omgerekend komt het op neer dat er voor iedere kilometer zwaar vervallen Lange Muur maar 5.000 renminbi (ruim 700 euro) beschikbaar is. Het meeste geld gaat naar de delen die toch al in prachtige staat verkeren”, legt hij uit.

Pogingen van zijn vereniging om de nieuwe rijken bij de bescherming en restauratie te betrekken zijn nog niet erg succesvol. Een uitzondering is zakenman en voormalige kolenmijnenbaas Xu Guohua (69) in het dorp Banchangyu, even ten westen van Qinhuangdao.

Olijk, vrolijk, onophoudelijk pratend en rokend laat Xu in zijn grote Nissan-jeep zien waarin hij de afgelopen jaren een dikke tien miljoen euro heeft geïnvesteerd. Van zijn dorp naar de muur heeft hij een weg aangelegd. Bij de eerste opgang naar de muur heeft hij een hotel in Ming-stijl gebouwd en een oude tempel gerenoveerd. Hogerop wordt gewerkt aan de restauratie van vijf wachttorens en een van de steilste trajecten van de Lange Muur, het cement is nog nat, de stenen ogen nieuw en het staal van de ladders glimt nog.

„In oude tijden was het gebruikelijk dat degenen die rijk waren geworden een deel van hun fortuin investeerden in hun geboortedorpen. Dat doe ik nu ook”, vertelt Xu, die begon als rondtrekkende groenteverkoper met paard-en-wagen, en later acht kolenmijnen exploiteerde. De eerste grote naoorlogse steenkolencrisis dwong hem in het jaar 2000 de mijnen te sluiten en 800 dorps- en streekgenoten te ontslaan.

In het muur-toerisme zag hij nieuwe kansen. Zijn familie protesteerde fel, de dorpelingen lachten hem uit, omdat de torens en de muur hier bijkans onbereikbaar zijn. Maar hij zette door, zoals hij in de jaren tachtig de ontginning van de mijnen in deze verlaten, doodarme streek doorzette. Toevallige, archeologische ontdekkingen bij de aanleg van een weg en de afgraving van een berg sterkten hem in zijn plannen.

Hyena-fossielen

De eerste en meest spectaculaire ontdekking vond plaats in 2002, toen een graafmachine stuitte op een eeuwenoude, gigantische pottenbakkersoven. Inmiddels zijn er 200 van zulke steenovens blootgelegd of in kaart gebracht, enkele zijn gerestaureerd. In 2006 vonden zijn arbeiders grotten met fossielen van hyena’s en na de zware stormen van 2010 vond hij grote herdenkings- en grafstenen van de Ming-legers die hier gestationeerd waren. Op een van die stenen staat de naam ‘Xu Dacheng’.

Op slag werd Xu een nationale bekendheid, want historici van de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen denken dat hij inderdaad een afstammeling in de 23-ste generatie is van een soldaat/bouwvakker uit de Mingdynastie. Vele dorpelingen in de buurt van de muur claimen afstammelingen te zijn van de bouwvakkende soldaten, maar weinigen kunnen dat ook bewijzen, Xu wel. Althans, hij heeft een volgens genealogen en DNA-experts een aannemelijk verhaal.

De ovens en archeologische ontdekkingen vormen samen een klein, gratis toegankelijk museum. Xu vertelt dat de plaatselijke autoriteiten nu druk op hem uitoefenen om zijn antiquiteiten af te staan aan een groter overheidsmuseum. „Maar daar begin ik niet aan, want het gaat hen alleen maar om de verkoop van toegangskaartjes aan toeristen”, lacht hij. Het is beslist niet de bedoeling dat ook Banchangyu een pretpark wordt.

Bij de restanten van huisjes en een schuur, omringd door abrikozen- en perzikbomen, stop hij. „Hier woonde mijn verre voorvader Xu Dacheng”, zegt Xu Guohua trots. „Er is in de Culturele Revolutie heel veel waardevols verloren gegaan. In de laatste periodes van het Ming-tijdperk weigerde de keizer geld aan de muur te besteden kregende de rijken de vraag te doneren. Zo’n nationale campagne moeten we opnieuw organiseren.”

Maar hij lijkt er niet echt in te geloven. Xu:

„Het is jammer dat het de meeste Chinezen, en vooral jongeren, niets uitmaakt wat er met de Lange Muur gebeurt.”