Russen bombarderen door, als ‘noodzakelijke hulp’ voor Assad

Inmenging Rusland had volgens Poetin zijn taken in Syrië volbracht. Toch blijft het bommen gooien.

Foto AFP / Ameer Alhalbi

Wat spookt Rusland eigenlijk uit in Syrië? Vorige maand kondigde president Poetin de terugtrekking van de Russische taakgroep op de vliegbasis Chmeimim in de provincie Latakia aan. Zes weken later voeren Russische gevechtsvliegtuigen nog steeds bombardementen uit, gaan Russische commando’s de strijd aan op de grond en vliegen Russische helikopters artillerie naar de belegerde stad Aleppo.

Op 30 september begon Moskou ineens een luchtoffensief ter ondersteuning van de troepen van de Syrische president Assad. En nog geen half jaar later werd de operatie – bijna even onverwacht – als beëindigd verklaard. De Russische strijdkrachten, zo zei Poetin op 14 maart, hadden „hun taken volbracht”. Tegelijkertijd hield de Russische president nadrukkelijk een slag om de arm: alleen de „hoofdmacht” van de Russische taakgroep zou worden teruggetrokken. De overgebleven eenheden zouden onder meer toezien op de „naleving van het staakt-het-vuren”.

Kort daarna vertrokken inderdaad de eerste jagers vanaf vliegbasis Chmeimim. Maar de Russische luchtaanvallen gingen door. Vier dagen na de bekendmaking van Poetin liet de Russische generale staf weten dat er elke dag 20 à 25 missies werden gevlogen – de helft minder dan bij de start van de missie, maar toch. Hoeveel sorties er nu worden gevlogen is onduidelijk. Hoeveel gevechtsvliegtuigen er op dit moment opereren vanaf Chmeimim ook.

Een woordvoerder van het Russische ministerie van Defensie liet deze week weten dat er „voldoende eenheden” in Syrië zijn om de „noodzakelijke hulp” te verlenen aan het leger van Assad „in de strijd met IS en Djabhat al-Nusra” (die geen partij zijn in het staakt-het-vuren). De luchtoorlog mag dan verdwenen zijn van de Russische televisieschermen, de Russische militaire inmenging in Syrië gaat gewoon door.

Russische commando’s zijn een cruciaal onderdeel van de Russische operatie. Vorig jaar zei president Poetin nog niet te denken aan de inzet van grondtroepen. Maar op 23 maart liet de commandant van het Russische contingent in Syrië weten dat Russische spetsnaz actief zijn in Syrië. Volgens generaal Dvornikov opereren de commando’s als verkenners, wijzen ze doelen aan voor Russische vliegtuigen en voeren ze „overige speciale opdrachten uit”.

Speciale eenheden

Nog geen week later was Palmyra heroverd op IS. Dat was onder meer te danken, zo zei de Russische Chef Defensiestaf Valeri Gerasimov, aan de Russische luchtmacht en „speciale eenheden”, met „hulp van onze militaire adviseurs”.

De ontboezemingen van Gerasimov kwamen op een goed gekozen moment. De herovering van de Romeinse woestijnstad Palmyra – een Unesco-site die zwaar beschadigd werd door IS – was strategisch niet heel belangrijk, maar was wel een belangrijke psychologische overwinning. Russische deelname hieraan illustreerde bovendien de doelen die het Kremlin volgens de officiële lijn nastreeft: bestrijding van het internationale terrorisme. De werkelijkheid is gecompliceerder, en Russische spetsnaz zouden wel eens een doorslaggevende factor kunnen zijn bij een eventueel offensief op Aleppo.

Maar Rusland had zijn militaire missie in Syrië toch uitgevoerd? Welke strategische doelen streeft Moskou in Syrië na?

Twee weken geleden gaf Poetin zijn jaarlijkse grote persconferentie – drieënhalf uur live televisie. „Hoe ver zijn we van de bevrijding van Aleppo, of van de Raqqa, het hart van IS”, vroeg de presentator. „Het Syrische leger hoeft zijn posities niet te verbeteren”, zei Poetin. „Voor het uitroepen van het staakt-het-vuren hebben ze gedaan wat ze wilden bereiken. Wij hebben ze geholpen.”

Aan de oorlog in Syrië lijkt geen einde te komen. Wat is er nu precies aan de hand? Lees hier de tien vragen over Syrië die je niet durfde te stellen