Respect

Op de dag voor Koningsdag is het nog drukker in de Turkse kapsalon dan anders. De jonge clientèle van de broers Mustafa en Shukru wil er op de verjaardag van Willem-Alexander extra mooi uitzien. De tondeuse staat niet stil: Mustafa en Shukru hebben amper tijd de zwarte stekels van hun meestal Turkse, Marokkaanse en Surinaamse klanten op te vegen. Het biedt een paradoxale aanblik, want de standpunten in de hairstudio in Amsterdam-Oost zijn niet bepaald doorsnee Hollands.

Tussen het nauwgezet wegsnijden van overtollige haartjes door valt al snel de term ‘tien jaar’. Dat is de straf die Ebru Umar verdient, als ik de kappers mag geloven. Ik moest trouwens zelf over de veelbesproken journaliste beginnen, anders was het de hele tijd over Galatasaray gegaan: de Turkse club waarvan de aanwezigen meer voetballers kunnen opnoemen dan van Ajax.

Dat de Nederlands-Turkse Ebru Umar is opgepakt door de Turkse politie mag op instemming rekenen van alle aanwezige Nederturken. En ze mag daar zwaar worden gestraft ook; sterker, ze mag er voorgoed blijven. „Vol is vol”, zegt een leerling-kapper. „Ja”, glimlacht een klant hem via de spiegel toe, die de ironie van de uitspraak aanvoelt. „Vol is vol.”

‘Die vrouw heeft de president beledigd”, zegt Mustafa. „Waarom zou je dat doen? We schelden Willem-Alexander toch ook niet uit?” De klanten schudden het hoofd onder hun zwarte kappersmantels. Onbegrijpelijk dat je Recep Tayyip Erdogan wil beledigen, als je weet hoeveel goeds die heeft gedaan voor wat sommigen hier ‘mijn land’ noemen. De gezelligheid van Koningsdag wacht, maar ‘mijn land’ ligt heel ergens anders. Dat de eindtwintigers Mustafa en Shukru hier zijn geboren en getogen, en ze bij voorkeur op vakantie gaan in Brazilië, laat onverlet dat ze Erdogan als een held zien.

Het ontbreekt er nog aan dat het staatsieportret van de grote leider boven de spiegels hangt. „Erdogan verdient ons respect”, zegt Mustafa. „Turkije is dankzij hem een rijker en sterker land geworden. Mijn familie was vroeger arm; nu worden er goede zaken gedaan in de veeteelt.”

Het nieuwe megavliegveld bij Istanbul, groter dan alle bestaande Europese luchthavens: dát is belangrijk. Respect!

Ik kan het woord dictator wel laten vallen, of de mensenrechten ter sprake brengen, maar de jonge kappers zien vooral de toegenomen zelfbewustheid van een land dat niet langer met de nek wordt aangekeken. Het neerhalen van een Russisch straalvliegtuig — „Turkije zegt gewoon fuck you tegen Poetin!” — maakt meer indruk op Mustafa dan het aantasten van de vrijheid van meningsuiting. „Zag je hoe Obama keurig zijn jasje dicht deed voor hij Erdogan een hand gaf? Ook de machtigste man ter wereld heeft tegenwoordig respect voor Turkije. Daar krijg ik een blij gevoel van.”

In de kapsalon in Oost openbaart zich het mirakel van de Nederturk: wat werkt hij hard en goed, wat een voorbeeldige jonge ondernemer is hij, wat draagt hij veel bij aan de stad met zijn vakmanschap en toewijding. Een aardige, goed bedoelende vent die geen vlieg kwaad doet. Die dichtbij is en soms ineens ver weg.