Mohammed B. moet van streng beveiligde afdeling af

De moordenaar van Theo van Gogh moet worden overgeplaatst naar een afdeling met een minder streng gevangenisregime.

Mensen herdenken regisseur en columnist Theo van Gogh in 2014, tien jaar na zijn dood. Foto Bart Maat / ANP

Mohammed B. mag niet langer worden vastgehouden op de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught. De 38-jarige moordenaar van Theo van Gogh moet worden overgeplaatst naar een afdeling met een minder streng gevangenisregime. Die uitspraak deed de beroepscommissie van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming (RSJ) vrijdag.

B. werd in 2005 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf vanwege de moord op filmmaker en schrijver Theo van Gogh. Enkele maanden later werd hij overgebracht naar de EBI in Vught, een speciale afdeling voor gevangenen met een extreem vluchtrisico, die bij ontsnapping een “onaanvaardbaar maatschappelijk risico” vormen.

In februari ging B. in beroep tegen een verlenging van zijn verblijf op de EBI, waar hij al meer dan tien jaar zit. De beroepscommissie geeft B. nu gelijk. Een dergelijk lang verblijf op de strenge afdeling, met alle bijbehorende beperkingen, is volgens de commissie in strijd met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.

Andere detentiemogelijkheden aanwezig

De RSJ vindt dat B. er vanuit zijn geloofsovertuiging weliswaar “radicale ideeën” op nahoudt, maar dat er ook andere mogelijkheden zijn om hem vast te houden met dezelfde, op hem afgestemde maatregelen. “Zo nodig kan ook van hieruit het eventueel uitdragen van zijn radicale opvattingen aan banden worden gelegd”, aldus de commissie.

Bovendien ziet de commissie “een begin van een positieve ontwikkeling” bij B. en is geen recente informatie van de recherche over maatschappelijke risico’s of vluchtrisico’s. Zulke gegevens of dreiging is nodig om iemand op de EBI vast te houden. Een selectiefunctionaris moet nu bepalen waar B. in de toekomst zijn straf moet uitzitten.

Levenslange celstraffen onder druk

De afgelopen jaren is er regelmatig kritiek op de levenslange gevangenisstraffen in Nederland. Zo oordeelde het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in 2013 al dat het onmenselijk is als gevangenen geen uitzicht hebben op vrijlating, zoals in Nederland het geval is. Eind vorig jaar weigerde de rechtbank in Assen een levenslange straf op te leggen omdat dit volgens de rechter “op gespannen voet” staat met het Europees Verdrag.

Afgelopen dinsdag oordeelde het Europese Hof nog dat een levenslang gestrafte Nederlander ten onrechte geen psychische hulp had gekregen. Door het ontbreken van die hulp was zijn kans op vrijlating klein. De man – in 1980 veroordeeld – zag sinds 1999 meerdere verzoeken tot gratie afgewezen worden.

Begin deze maand spraken regeringspartijen VVD en PvdA af dat na 25 jaar een “toetsmoment” moet komen waarbij wordt gekeken of iemand kan terugkeren in de samenleving. Staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Veiligheid en Justitie, VVD) stuurt de Tweede Kamer “binnenkort” een brief over de toekomst van de levenslange gevangenisstraf, zei zijn woordvoerder dinsdag.