‘Klokkenluiders zijn geen dieven’

Giegold neemt het in het LuxLeaks-proces op voor de klokkenluider. „Hij handelde in het algemeen belang.”

Voormalige PwC-werknemer en klokkenluider Antoine Deltour (in leren jack) en zijn advocaat worden begeleid door politie na de eerste procesdag, afgelopen maandag, in Luxemburg. Foto Vincent Kessler / REUTERS

Moet Antoine Deltour boeten of op het schild worden gehesen? Dat is waar het deze week begonnen proces tegen de klokkenluider in de LuxLeaks-affaire om draait. De Duitse Europarlementariër Sven Giegold, die donderdag in Luxemburg als getuige optrad, twijfelt er niet aan. „Deltour heeft in het gemeenschappelijke belang gehandeld.”

Eind 2014 kwam aan het licht hoe Luxemburg multinationals jarenlang hielp met belastingontwijking. Dit gebeurde met tax rulings, afspraken die bedrijven met behulp van grote accountantsfirma’s maken met de fiscus. Bij één van die firma’s, PricewaterhouseCoopers (PwC), werkte Antoine Deltour, een verlegen, getalenteerde Fransman die naar eigen zeggen per ongeluk stuitte op een lijst afspraken waarmee de belastingdruk als bij toverslag werd gereduceerd tot enkele procenten.

Zulke afspraken zijn niet illegaal maar wel omstreden, omdat lidstaten hiermee elkaar het brood uit de mond stoten. Bovendien zorgen ze voor marktverstoring, omdat grote bedrijven, die zich dure adviseurs kunnen veroorloven, een groot voordeel verkrijgen. Mede op basis van Deltours documenten concludeerde de Europese Commissie in oktober dat Nederland verboden staatssteun gaf aan koffieketen Starbucks. Ook Luxemburg kreeg straf. Een onderzoek naar een deal tussen Ierland en Apple loopt nog.

Giegold, lid van de Europese groenen, houdt zich al twintig jaar bezig met belastingontwijking. Hij was een van de drijvende krachten achter de speciale onderzoekscommissie die het Europees Parlement na Lux-Leaks instelde. De onderste steen boven krijgen, blijkt niet eenvoudig: lidstaten en bedrijven weigerden soms simpelweg medewerking.

Publiek ongenoegen leidde wel tot nieuwe afspraken over informatie-uitwisseling rond rulings. Maar daarmee is de geest niet terug in de fles. De nieuwe affaire Panama Papers, die LuxLeaks ver overtreft, bewijst niet alleen dat er nog veel te doen is maar ook dat het steeds weer klokkenluiders zijn die de zaak wezenlijk verder brengen, en niet beleidsmakers. Reden te meer, zegt Giegold, om zuinig te zijn op mensen als Deltour. „Als hij wordt veroordeeld, zal de verontwaardiging alleen maar groeien.”

Antoine Deltour heeft gestolen, luidt de aanklacht.

„Ja, maar het is nogal een verschil of je data meeneemt uit persoonlijk gewin of om een eind te maken aan een illegale praktijk. Deltour heeft financieel veel verloren. Hij is nu een kleine ambtenaar in Nancy, terwijl hij een grote carrière als economisch expert voor zich had. Of hijzelf illegaal heeft gehandeld, is aan de rechter, maar zo zou ik het niet a priori noemen. Hij zat in een situatie die niet goed voelde, en dat overkomt menigeen. In de officiële gedragscode van PwC staan vragen die weifelende medewerkers zichzelf moeten stellen. Ik lees voor: ‘Zou u zich schamen als anderen zouden weten dat u actie heeft ondernomen? Hoe zou het er in de kranten uitzien? Kunt u ’s nachts slapen?’ Het is eigenlijk heel grappig.”

Houdt de rechter rekening met wat Deltour teweeg heeft gebracht?

„Ik ben daar optimistisch over, want hij heeft mij ook gevraagd naar de legaliteit van de aan het licht gebrachte praktijken. Let wel, lidstaten hebben al in 1977 afspraken gemaakt over tax rulings: als die gevolgen hebben voor andere landen moet dat worden gemeld. Deze uitwisseling heeft nooit plaatsgevonden, de Europese wet is dus 39 jaar lang overtreden en multinationals hebben daarmee miljarden kunnen besparen. Dankzij Deltour is een eind gekomen aan die praktijk en Europese regeringen, inclusief de Luxemburgse, erkennen dat ook.”

Waarom staat Deltour nu dan toch terecht?

„Onder de Luxemburgse wet is de bescherming van klokkenluiders niet goed geregeld. De les van dit proces is dan ook dat klokkenluiders overal in Europa beschermd moeten worden. Volgende week presenteren we een conceptrichtlijn om dit te regelen. Eigenlijk moet de Europese Commissie zo’n wetsvoorstel doen, we hebben daar ook om gevraagd, maar het komt er maar niet. Dus hebben we het zelf geschreven. Justitie is een nationale competentie, van lidstaten dus, maar we willen er in ieder geval voor zorgen dat klokkenluiders niet meer van diefstal beschuldigd kunnen worden. En dat er een Europees fonds komt om klokkenluiders financieel te ondersteunen.”

Het zijn steeds klokkenluiders die druk zetten. Wat zegt dat over de politiek?

„Zonder klokkenluiders zou er geen actie zijn geweest, en dat is heel erg teleurstellend. Het is juist aan lidstaten en de Europese Commissie om het algemene belang te beschermen. Maar er gebeurt aan de andere kant wel veel: klokkenluiders zijn de trigger, de media voeren de druk op en democratische instituties trekken daar de juridische gevolgen uit.”

U zegt zelf: er was al een wet, sinds 1977. Welke garanties zijn er dat de nieuwe afspraken wel worden uitgevoerd?

„Die garantie is er nooit. Ervoor zorgen dat de wet wordt toegepast is altijd een gevecht op zichzelf. Kijk naar mensenrechten: die staan in internationale verdragen, maar worden niet overal gerespecteerd. Maar dat maakt die verdragen nog niet waardeloos. Zo is het ook met Europa. Zonder Europa zou het een wilde westen voor multinationals zijn. Met Europa hebben we een kans om het huis op orde te brengen.”