Kijken door de ogen van K. Schippers

De opvolger van Anna Enquist, K. Schippers, trekt eropuit voor zijn gedichten. „Ik vind het mooi hoe de stad verandert.”

Stadsdichter K. Schippers. Foto Bianca Sistermans

„Ik wilde dat ik niet in Amsterdam woonde, dan ging ik erheen met vakantie.” Dat is een uitspraak van K. Schippers, de nieuwe stadsdichter van Amsterdam. Op 4 februari nam hij het stokje over van Anna Enquist.

K. Schippers is een meester in het kijken. Hij maakte films en televisie, maar werd vooral bekend vanwege zijn lijvige oeuvre van poëzie en proza. In 1958 richtte hij samen met Bernlef en G. Brands het tijdschrift Barbarber op. Een geboren en getogen Amsterdammer, opgegroeid in ‘het mottige licht’ van West, in 1965 neergestreken achter de Van Baerlestraat.

„Amsterdam heeft mij totaal gevormd”, vertelt Schippers. „Na de oorlog hoorde je in Het Concertgebouw jazzmuziek, Beckett werd op het toneel gebracht, het Stedelijk, de musicals en films gaven ons de kleuren cadeau. Ik ben hier bevrijd.”

Zijn school zat op het Raamplein, vervolgt hij. „In dat gebouw zit nu Warner Bros. Dat zou nou een mooi onderwerp zijn voor een stadsgedicht. Toen ik daar zat deed ik niets liever dan hun films kijken, en van die centen hebben zij nu mijn oude school gekocht.”

Nauwelijks drie maanden op weg heeft K. Schippers al vier gedichten geschreven en zitten er al zeker weer drie in de pen. „Voor mijn stadsgedichten trek ik eropuit. Ik loop bijna alles, dan komt er een goede rust in mijn blik. Ik ben nu een paar keer naar de V&D gegaan. Het is mooi om te zien hoe die langzaam sterft.”

Zijn eerste stadsgedicht schreef K. Schippers bij een zwart-witfoto uit 1939 van een diner aan de Da Costakade. „Vrienden van mijn ouders vierden hun twaalf-en-een-halfjarig huwelijk. Mijn ouders namen mij mee en legden me boven in bed. De herinnering aan de geluiden van het feest verweef ik met wat ik nu in die buurt aantref. Op mijn wandeling ontdekte ik dat het oude badhuis nog steeds bestaat. Daar ging ik voor het eerst in mijn leven onder de douche.”

Enorme schoonheid

K. Schippers is een dichter die houdt van de vitaliteit van Amsterdam. „Ik vind het mooi hoe de stad verandert, hoe verschillende functies van gebouwen in elkaar overgaan. De Rijkspostspaarbank werd het Conservatorium en is nu een hotel. In de vroegere art-decobioscoop aan de Ceintuurbaan kun je ontbijten en de Rietveld Academie staat op de velden van mijn oude voetbalclub. Hoe het een in het ander overvloeit heeft voor mij een enorme schoonheid, bijna van erotische aard.”

Ook over de actualiteit zal K. Schippers dichten. „Op verzoek van het tijdschrift Hard Gras maakte ik eens een gedicht over Johan Cruijff. Na zijn dood heb ik dat als stadsgedicht in Het Parool gepubliceerd. Ook dat is uit het leven gegrepen: mijn moeder woonde onder Cruijff. Wij luisterden gespannen naar iedere stap van die man.”

De stad kan twee jaar meekijken door de ogen van K. Schippers.