Zijn koffie, rode wijn en chocola nou wel of niet goed voor je?

Poepmonsters Koffie, volle melk, rode wijn, karnemelk en chocola: is dat nou goed of niet, voor je darmflora? Nieuw onderzoek biedt uitkomst.

Bacteriën Lactococcus lactis Minyoung Choi / Wikimedia Commons by CC

Wie regelmatig karnemelk drinkt of yoghurt eet, heeft een grotere diversiteit aan bacteriën in de darm. Ook koffie en rode wijn hangen samen met diversiteit, terwijl volle melk, suikerhoudende frisdrank of een calorierijk dieet juist samenhangen met minder diversiteit. Dat blijkt uit de grootste studie naar de diversiteit van de darmflora ooit, onder ruim 1.100 Nederlanders. De resultaten verschenen in Science (29 april).

De informatie geeft nog onvoldoende houvast om een ideaal dieet op te kunnen stellen, benadrukt hoofdonderzoeker Cisca Wijmenga van de Rijksuniversiteit Groningen. „We gaan ervan uit dat een rijkere darmflora gezonder is, omdat de darmen daarmee beter voorbereid zijn op wisselende omstandigheden, maar of dat echt zo is, staat nog niet onomstotelijk vast.” Waarschijnlijk pakt het effect van voeding ook individueel verschillend uit. Bovendien zijn de poepmonsters die in dit onderzoek werden geanalyseerd slechts een momentopname.

Medicijnen doden bacteriën

Uit de Science-studie blijkt dat behalve voeding ook sommige medicijnen een grote – meestal nadelige – invloed hebben op de bacteriediversiteit in de darm. „Vooral maagzuurremmers hadden zo’n effect”, zegt Wijmenga. „Toch wel iets om over na te denken: die worden door heel veel mensen geslikt, zonder dat die nadenken over eventuele negatieve gevolgen. Ook laxeermiddelen, hormonen uit de anticonceptiepil, antidepressiva en metformine, een diabetesmedicijn, drukten de diversiteit van de darmbacteriën.”

In een vergelijkbare Belgische studie (tegelijkertijd gepubliceerd in Science) viel het vernietigende effect van antibiotica op de darmbacteriën op, terwijl dat in Nederland slechts een klein effect was. „Dat weerspiegelt mooi het terughoudende voorschrijfbeleid van antibiotica door Nederlandse artsen”, aldus Wijmenga.

Het Groningse team begon vijf jaar geleden met het verzamelen van poepmonsters als een kleine zijlijn in het zogeheten Lifelines-onderzoek. Daarin proberen ze de gezondheid van duizenden Nederlanders te correleren aan de variatie in hun DNA. „Je genen kun je niet meer veranderen”, zegt Wijmenga, „maar je darmflora is wel te beïnvloeden. Daarom is dit onderzoek heel interessant.”

Nederlands-Vlaamse samenwerking

In poepmonsters van mensen die zeiden karnemelk te drinken, troffen de onderzoekers de bacteriesoorten Leuconostoc mesenteroides en Lactococcus lactis aan, die gebruikt worden als startercultuur in de zuivelindustrie. Kennelijk scheppen deze soorten ook een gunstig milieu voor andere soorten bacteriën, gezien de rijkdom van het microbioom bij deze mensen. Rodewijndrinkers hadden relatief meer Faecalibacterium prausnitzii in hun ontlasting, een soort die ontstekingsremmende stoffen maakt. Mensen die veel fruit en groente aten hadden een rijkere bacterieflora en gezondere bloedwaarden van vetten en cholesterol.

De onderzoekers identificeerden ook een stof, chromogranine A (CgA), die samenhangt met minder diverse darmflora. Een hoog CgA-gehalte hing het sterkst samen met het voorkomen van Methanobrevibacter smithii, een archaeum dat suikers afbreekt en daarbij veel methaan produceert (dat mogelijk bijdraagt aan winden).

Toen Wijmenga de voorlopige resultaten vorig jaar op een congres presenteerde, ontdekte ze dat de spreker na haar dezelfde soort studie had uitgevoerd op basis van poepmonsters van 1.100 Vlamingen. Wijmenga: „Ik stelde hem voor om onze resultaten als onderlinge controle te gebruiken en samen te publiceren. Nu staan we samen in Science.” In totaal identificeerden ze 14 bacteriesoorten die de kern vormen van de darmflora van ruim 95 procent van de mensen. Ze telden 664 soorten micro-organismen in de poep.