DNB geeft bewijs bij pleidooi voor loongolf

Het aandeel van lonen in het nationaal inkomen ligt 4,5 procent lager dan tot nu toe wordt berekend. De winstgevendheid van bedrijven is juist veel hoger dan gedacht. De opkomst van de zzp’er is te lang onder de radar gebleven. Als het werkelijke inkomen van deze groep – nu 20 procent van alle mensen die in het bedrijfsleven werken – wordt meegenomen in de berekening, blijkt dat de werknemers er bekaaid vanaf komen.

Dit blijkt uit een studie van De Nederlandsche Bank (DNB). De resultaten ondersteunen de oproep van DNB-president Klaas Knot, afgelopen januari, dat de lonen best omhoog kunnen. Dat zou de koopkracht verhogen en het economisch herstel bespoedigen.

Tot nu toe wordt aan zzp’ers een statistisch inkomen toegekend dat vergelijkbaar is met dat van reguliere werknemers. Als een schatting wordt gemaakt van hun werkelijke inkomen, dat veel lager is, blijkt dat het aandeel van alle lonen in het nationaal inkomen, de zogenoemde arbeidsinkomensquote (aiq), historisch gezien zeer laag is. Zij staat nu op 73,5 procent. De reguliere aiq die tot nu toe gehanteerd wordt, is 78 procent.

Met name in de bouwsector is het effect van de vertekening groot. Als de reguliere aiq daar zou worden gehanteerd, zou meer dan 100 procent van het inkomen daar naar werknemers gaan en dus een negatief inkomen naar de werkgevers.

De bevindingen van DNB sporen met de constatering van De Nederlandsche Bank dat de winsten van het bedrijfsleven sinds de crisis veel beter hersteld zijn dan de berekeningen van het nationaal inkomen doen vermoeden.

Het Centraal Planbureau trok in 2014, in het Centraal Economisch Plan van destijds, al een soortgelijke conclusie over de vertekening van de aiq. Vakbond FNV riep donderdag werkgevers en opdrachtgevers op om „een stap vooruit te maken in de koopkracht van vakmensen”.

Vooral de onderbetaling van zzp’ers moet volgens de bond stoppen: „Hun onderhandelingsmacht richting opdrachtgevers is veel te vaak onvoldoende in balans.”