In je rode trainingspak naar Auschwitz

Voor de foto-expositie ‘World War Two Today’ bracht fotograaf Roger Cremers (43) de herdenkingscultuur in beeld, en laat zien hoe mensen, bijna altijd jonger dan de slachtingen, reageren én recreëren op de plaatsen waar trauma’s werden gecreëerd of voorbereid.

Een acteur tijdens een ‘re-enactment’ van het Ardennenoffensief.

De naar Amerika geëmigreerde Poolse Eva Hoffman liep eens door een barak van Majdanek, het voormalige concentratiekamp in een buitenwijk van de Poolse stad Lublin. Met andere bezoekers bekeek ze tekeningen, gedichtjes en objecten die kinderen in het kamp hadden achtergelaten, vermoedelijk kort voor hun dood.

Touristen in concentratiekamp Auschwitz.

De bezoekers lazen in stilte iedere begeleidende tekst, om rustig, bijna stapvoets door te lopen. Tot zover niets bijzonders. Maar opeens stortte een jonge vrouw zich ter aarde en zette ze het op een luid wenen. Haar rugzakje schudde ritmisch mee. Hoffman, in haar boek After Such Knowledge: „Wij liepen voorzichtig om haar heen.” De schrijfster, dochter van holocaustoverlevenden, vroeg zich af of de jammerende vrouw hulp nodig had, maar zag al snel: nee – al hield het gehuild niet op. „Het leek me dat zij aandacht vroeg voor haar buitengewone vermogen tot empathie.”

Een gids tijdens een tour door concentratiekamp Auschwitz.Foto’s Roger Cremers

Dat ergerde Hoffman, al was het maar omdat andere bezoekers niets meer konden ervaren van het tentoongestelde. Maar het bracht Hoffman ook op interessante mijmeringen over de herinneringscultuur die is ontstaan rond de massaslachtingen van de Tweede Wereldoorlog.

Fotograaf Roger Cremers (43) heeft die cultuur in beeld gebracht, overal in Europa, in foto’s die laten zien hoe mensen, bijna altijd jonger dan de slachtingen, reageren én recreëren op de plaatsen waar trauma’s werden gecreëerd of voorbereid. Die foto’s, waarvan sommige eerder in NRC stonden, zijn momenteel te zien op een tentoonstelling in het Verzetsmuseum. In het boek dat erbij is uitgegeven, beschrijft Arnon Grunberg (kind van overlevers) de tweestrijd die Cremers’ foto’s creëren. Want „kijkt hij [de kijker] naar een sacrale plek of kijkt hij naar de ontheiliging daarvan?”

Dat is de spanning die Cremers creëert. Onder meer met het beeld van Oekraïense amateurarcheologen die enkele van de twintig miljoen Sovjetslachtoffers opgraven; met het beeld van een pop van kippengaas die jonge, onbekende slachtoffers van een kamp symboliseert; met foto’s van zelfbewuste en stokoude oorlogsveteranen die met ceremoniële handelingen stilstaan bij de dood van hun kameraden.

Verering loopt over in vermaak

Herinneren ontheiligt, analyseert Grunberg scherp, met het geheugen als slachtoffer. Natuurlijk moet hiervoor wel de horde worden genomen de plaatsen van herinnering als heilig te zien. De foto’s vergemakkelijken dat. Waarom anders zou het beeld zo steken van toeristen in rood trainingspak die loom naar een barak kijken in Auschwitz, net als een foto van toeristen die ieder detail fotograferen in hetzelfde kamp?

Roger Cremers foto’s tonen waar seculiere verering en herinnering overlopen in vermaak, recreatie, misschien zelfs wel in geluk. Kijk naar de tevreden blik in de ogen van de man die, met een zakje patat in de hand, even uitrust van zijn rol in een ‘re-enactment’ van het Ardennenoffensief. Of zie het plezier van de meisjes die, in uniform, bloemen leggen bij een massagraf van Sovjetsoldaten in Wolgograd. En zelfs het geluk van die luid wenende vrouw in het concentratiekamp bij het Poolse Majdanek is niet te onderschatten, denkt Hoffman. Want misschien ging het haar niet alleen om een show van empathie. Misschien vond ze het gewoon lekker om gelegitimeerd te mogen janken, ongeremd. Haar individuele verdriet, opgelopen in een slecht huwelijk of door andere profane tegenslag, kreeg plotseling betekenis; door de enormiteit van het kwaad begaan in het kamp. Hoe heerlijk voor haar. Is huilen om onbevattelijk groot leed een vorm van recreatie? Tot dit soort vragen dwingen de foto’s van Cremers.