Hou de strafrechter in zijn rol

Wie deelt er in dit land de straffen uit, de rechter of de officier? Het antwoord is: allebei. Sinds 2008 worden eenvoudige vergrijpen door de officier met een strafbeschikking afgedaan. Waarbij als rechtstatelijke correctie achteraf toegang tot de strafrechter mogelijk is. In combinatie met de ‘zo spoedig mogelijk’ (zsm) aanpak met reclassering en politie, geeft het OM ‘lik op stuk’ bij mishandeling, winkeldiefstal, dronkenschap, bedreiging, rijden onder invloed, ordeverstoring, bedelen en vandalisme.

Deze week schetste de Brabantse officier Roy Nanhkoesingh in de Volkskrant echter een ander perspectief. Politie en Justitie nemen daar het heft in eigen hand. De uitkomst van grotere strafzaken is te onzeker, het gaat langzaam, buitenlandse verdachten worden niet altijd vastgehouden, detentie werkt statusverhogend en de hoogte van de straf is vaak niet wat het OM wenst.

De strafbeschikking, in combinatie met civiele schikkingen, gericht op het afpakken van geld, auto’s en waardevolle goederen blijkt maatwerk in eigen beheer. Grote hennepzaken door de strafrechtketen ‘heen trekken’? Liever niet. De officier doet het liever zelf ‘zsm’ af. Mocht het de daders niet bevallen dan is de weg naar de strafrechter vrij. Daar zit het probleem niet.

In juni vorig jaar was het OM overigens nog het tegenovergestelde van plan. Toen zei de Limburgse hoofdofficier Bos dat hij grote hennepverdachten sneller voor de strafrechter wilde gaan brengen. Kennelijk is die ambitie nu omgeslagen in het zoveel mogelijk vermijden van de zittingszaal.

Rechtstatelijk klopt dit niet. Het is zonneklaar dat de strafbeschikking juist niet bedoeld is voor zware zaken. Dat minister Van der Steur (Justitie, VVD) erop wees dat deze zaken voor de strafrechter horen, is juist. Ook de rechtspraak roerde zich, en terecht, met de mededeling dat de rechter die oordeelt over (on)schuld „een pijler is van de rechtsstaat” is. Dat de strafrechtketen zou „dichtslibben” wordt ontkend. Dat is een minder sterk argument.

De kritiek van het OM is vast niet verzonnen en dus het onderzoeken waard. Justitie en openbaar bestuur zijn in het zuiden in een intensieve strijd tegen de georganiseerde drugscriminaliteit verwikkeld. De rechtspraak kan er ook voor kiezen daarbij aan te haken door grote zaken snel en simpeler af te doen. Strafrechters kunnen creatief zijn in sanctiekeuze en zijn responsief in straftoemeting. Dat zou meer vertrouwen wekken bij de burger dan kibbelende magistraten, die elkaar de maat nemen.

En een OM dat wettelijke bevoegdheden gebruikt voor doelen waar die niet voor zijn gegeven, zou beter moeten weten.