Hate crime verdient meer aandacht

In de rechtszaal is weinig aandacht voor hate crime, misdrijven gepleegd vanuit een vooroordeel. Met een conferentie over het thema moet dat veranderen.

„Waar je ook heen reist in de Europese Unie, in elk land vind je mensen met macht en gezag die precies de vooroordelen koesteren die leiden tot hate crime.” Michael O’Flaherty, directeur van het EU Bureau voor de grondrechten (FRA), zegt het zonder blikken of blozen. „Dat is geen beschuldiging, dat is een feit.”

Donderdag en vrijdag organiseert het FRA een conferentie waar het rapport Ensuring justice for hate crime victims wordt gepresenteerd. Hierin zijn de bevindingen opgenomen van zo’n 300 professionals bij vooral politie en justitie. Belangrijkste conclusie: we zien te weinig slachtoffers van hate crime – een misdrijf dat wordt gepleegd vanuit een vooroordeel. Er wordt te weinig geregistreerd en er is te weinig aandacht voor in de rechtszaal. „Politiemensen zeggen: De slachtoffers zijn bang voor ons, ze voelen zich te onzeker.”

De conferentie moet dit onder de aandacht brengen van de politiek. „De tijd van de verheven toespraken is voorbij”, zegt O'Flaherty. „Nu zijn we toe aan de bouten en de moeren van de mensenrechten. Hoe voeren we die door in de praktijk?”

In West-Europa zullen de politici al gauw denken: de problemen met mensenrechten vind je vooral in Oost-Europa.

„Er was een minister die zei: ‘Wij ratificeren dit mensenrechtenverdrag niet omdat wij het zelf nodig hebben, maar om andere landen aan te moedigen het net zo goed te doen.’ Geen enkel EU-land heeft reden tot zulke arrogantie. Neem de LBGT’s. Je zou denken, hoe verder naar het oosten, hoe lastiger hun situatie. Maar in geen enkel Europees land ligt het percentage homo’s dat zich veilig genoeg voelt om hand in hand over straat te lopen, boven de 50 procent.”

Wat is het belangrijkste probleem met mensenrechten in Europa?

„Bewustzijn. Als een Roma in elkaar wordt geslagen, weet hij vaak niet eens dat hij het recht heeft om niet alleen aangifte te doen van de mishandeling, maar ook van hate crime. De eerste stap om mensenrechten af te dwingen is mensen ervan bewust te maken dat zij die rechten hebben.

„Hetzelfde geldt voor hate speech. Vrijheid van meningsuiting, prima. Maar tot een grens. Die grens is helder en getrokken in internationale verdragen. Als een mening aanzet tot discriminatie of geweld, is het hate speech. En dat bepaalt de rechter.”

Geert Wilders, die wordt vervolgd wegens aanzetten tot haat, zegt dat politici zich scherp, duidelijk en vrij moeten kunnen uitspreken.

„Over Wilders weet ik alleen wat ik in de kranten heb gelezen. Laat ik hem voorhouden wat de mensen uit de praktijk zeggen. Zij zeggen dat politici op hun woorden moeten letten. Hun woorden kunnen leiden tot nervositeit in de targeted communities, de groepen die doelwit zijn, of aan de andere kant kunnen bijdragen aan het ontstaan van een klimaat waarin zulke misdrijven worden begaan.”

Morgen word ik in elkaar geslagen door iemand die roept: Ouwe zak met je grijze haar! Hate crime?

„Nee. Niet elk vooroordeel betekent automatisch dat er sprake is van een hate crime. De haat moet wijd genoeg verspreid zijn om een gevaar te zijn voor de samenleving. De gronden ervoor zijn aangemerkt in verdragen en wetgeving.”

Spelen slachtoffers geen te grote rol in het aanmerken van hate crime?

O’Flaherty is oprecht verbaasd. „In Ierland hebben we veel debat gehad over hate crime, maar allang niet meer over de vraag of we zoiets als hate crime in ons wetboek moeten hebben. Wat betreft wetgeving en verdragen is hate crime een gegeven. Nu wordt alleen nog gediscussieerd over de vraag of we er iets zinnigs mee kunnen doen.”

In Nederland staat het begrip niet in het wetboek en maatschappelijk wordt gediscussieerd over de vraag of we niet doorslaan naar politieke correctheid.

„Laat mij een misverstand wegnemen. Fundamental rights is niet een soort gouden kasteel waar slachtoffers van hate crime een mooie kamer krijgen. Het is een tamelijk bescheiden setje regels voor het samenleven in een soort van harmonie. We moeten af van het ‘zij’ en ‘wij’. We moeten alleen het ‘wij’ overhouden en dat setje regels.

„Toen ik bij het College voor de Rechten van de Mens in Noord-Ierland werkte, onderzochten we de mensenrechten in verzorgingshuizen. En ineens ging het niet meer over vreemden, over minderheden en hun rechten, maar over mijn grootmoeder, mijn moeder, tantes, mensen van wie ik hield. Dat heeft de hele manier waarop we over mensenrechten spraken veranderd.”