Een wanprestatie voor heel veel geld

Voor hedgefondsen begon het jaar beroerd. Ze maakten inschattingsfouten en verliezen klanten door hun hoge prijzen.

Illustratie Rik van Schagen

Hij spaart zichzelf niet: afgelopen kwartaal was een „catastrofale periode”, zijn hedgefonds heeft „gefaald” en kansen „gemist”.

In een brief aan zijn investeerders legde hedgefondsbaas Dan Loeb deze week deemoedig uit waarom hij in de eerste drie maanden van dit jaar zo belabberd heeft gepresteerd. Het door hem in 1995 opgerichte fonds Third Point verloor 2,3 procent. Dat betekent veel geld. Hoeveel Third Point precies beheert wil het nu niet zeggen, maar in 2014 was dat nog zo’n 15 miljard euro.

De Amerikaan Loeb – bekend van zijn giftige pen in dwingende brieven aan de bedrijven waarin hij belegt – is niet kinderachtig. Als service voor zijn investeerders zet hij het resultaat van Third Point af tegen de beursgraadmeter S&P 500. Deze aandelenindex van de 500 grootste Amerikaanse bedrijven steeg in dezelfde periode juist met 1,3 procent. Maar Third Point, dat kantoor houdt aan het chique Park Avenue in New York, is heus niet de enige brekebeen, benadrukt Loeb ook in zijn brief. Ook zijn concurrenten hadden dit jaar een slechte start, schrijft hij, bijvoorbeeld door slechte beleggingen in China, in techaandelen als Netflix en Amazon of in de farmaceutische industrie. Optimistisch over de toekomst is Loeb ook niet: er is „geen twijfel” dat dit de eerst signalen zijn van wat hij een „washout” noemt, een erosie van het aantal hedgefondsen.

Slinkende hoeveelheid geld

Het doemscenario van Loeb wordt in ieder geval ondersteund door recente cijfers over de prestaties van hedgefondsen. Zij beleggen geld voor klanten als pensioenfondsen, in ruil voor een stevige vergoeding. Het succes van hedgefondsen kan worden afgemeten aan de hoeveelheid geld die ze beheren. Die hangt namelijk samen met de omvang van hun beleggingen. Groeit de hoeveelheid beheerd geld? Dan zijn ze goed bezig. Als die slinkt, gaat er iets mis.

Behalve in crisisjaar 2008 is de pot met geld elk jaar gegroeid. Maar afgelopen kwartaal is die geslonken, zo blijkt uit data van onderzoeksbureau Hedge Fund Research, naar zo’n 2.510 miljard euro. Dat is circa 40 miljard euro minder dan aan het eind van vorig jaar. Behalve Third Point draaiden ook andere grote namen een beroerd eerste kwartaal. Het fonds van ‘cowboy’ Bill Ackman bijvoorbeeld. Zijn Pershing Square, dat een notering heeft aan de Amsterdamse beurs, leed een recordverlies van ruim 25 procent. Dat komt bovenop een waardeloos 2015, waarin Pershing Square, dat zo’n 10 miljard euro beheert, ruim 20 procent verloor.

Ackmans grootste misser is een groot aandelenbelang in farmaciereus Valeant. Sinds afgelopen zomer is de koers van dit Canadese bedrijf met een spectaculaire 90 procent gedaald als gevolg van verdenking van fraude.

Ook bekende hedgefondsbaas John Paulson struikelde over Valeant. Zijn fonds Paulson & Co wist goed te verdienen aan de financiële crisis, door te ‘gokken’ op een waardevermindering van giftige subprime-hypotheken. Maar dit keer zat hij ernaast. En Paulson ging ook de mist in met een ander farmaciebedrijf: Allergan. De aandelen van dat bedrijf kelderden toen bleek dat de fusie met concurrent Pfizer niet doorging.

De hoeveelheid geld die Paulson & Co beheert is de afgelopen vijf maanden met een kleine 2 miljard euro geslonken, meldde zakenkrant Financial Times vorige week, naar het laagste niveau in tien jaar.

Exorbitante fees

De slinkende geldvoorraad van hedgefondsen wordt niet alléén veroorzaakt door verkeerde inschattingen. Er zijn ook investeerders die hun geld ineens terugtrekken. In het eerste kwartaal van dit jaar haalden klanten in totaal ruim 13 miljard euro weg bij hedgefondsen waaraan ze dat eerder hadden toevertrouwd – het hoogste bedrag sinds 2009. Sommige klanten hebben genoeg van de hoge kosten die hedgefondsen rekenen. Zo besloot het pensioenfonds van ambtenaren in New York deze maand zijn geld niet meer door hedgefondsen te laten beleggen. De reden: de „exorbitante fees” die het moet betalen „voor risicovolle en ondoorzichtige beleggingen”. Pensioenfondsen uit California en Illinois deden dat ook al.

Bij veel fondsen moeten klanten 2 procent afdragen van het bedrag dat ze willen laten beleggen en daarnaast 20 procent van de winst die de fondsen voor hen maken.

Ondanks alle ellende hoeven de investeerders van Third Point zich geen zorgen te maken, sust Dan Loeb. Waar anderen door alle onzekerheid de neiging hebben stil te blijven zitten, heeft zijn fonds een andere tactiek: actie. Third Point ziet juist kansen in deze „chaos” – en belooft zijn investeerders daarmee impliciet een beter kwartaal dan het vorige.