Een vrije Russischtalige pers regelen we zelf

260 miljoen mensen spreken Russisch. Ook zij hebben recht op vrije pers. En daarom gaat Nederland een onafhankelijk, Russischtalig medium financieren, kondigt minister Bert Koenders aan.

Aanbod van kranten in Moskou.

Vrijheid van het woord, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van pers vormen samen de hoeksteen van de open samenleving. Maar die vrijheid staat wereldwijd onder druk: slechts één op de zeven mensen op de wereld woont in een land waar vrije pers gemeengoed is.

Journalisten moeten altijd onbelemmerd hun werk kunnen doen. Door lokaal verslag te doen, door actief te zijn in oorlogsgebieden en door kritische columns te schrijven. Maar het vak van journalist wordt steeds onveiliger. Ik heb in crisisgebieden zelf van dichtbij gezien welke risico’s journalisten lopen. De arrestatie van Ebru Umar onderstreept andermaal dat persvrijheid niet vanzelfsprekend is – zelfs voor journalisten uit ons eigen land. Umars ervaring staat niet op zichzelf. Ik blijf mij vol inzetten voor haar zaak, en voor die van haar collega’s. In Turkije, en ook in andere landen waar vrije media onder druk staan.

De Russischtalige regio verdient in dat opzicht ook onze bijzondere aandacht. Over het vrije woord in dat gebied organiseer ik deze vrijdag met Free Press Unlimited en de Universiteit van Amsterdam een internationale conferentie. Russisch is de achtste taal van de wereld. Er zijn 260 miljoen mensen die het als eerste of tweede taal spreken. Deze Russischsprekenden wonen niet alleen in Rusland. In grote delen van Oost-Europa, de Kaukasus en Centraal-Azië wordt ook Russisch gesproken. In Estland, Letland, Wit-Rusland, Oekraïne en Kazachstan is Russisch voor grote groepen mensen de eerste taal. En in vrijwel de hele voormalige Sovjetunieregio is het Russisch, ook al is dit pas de tweede of derde taal van de meeste mensen, een ‘lingua franca’. Veel mensen kijken naar Russischtalige televisie, bezoeken Russischtalige websites, en nemen hun dagelijkse portie nieuws tot zich in het Russisch.

Met de Russische taal is helemaal niets mis. Integendeel: het is een van de rijkste talen ter wereld. Poesjkin, Tolstoj en Dostojevski behoren tot de top van de wereldliteratuur. Alexander Solzjenitsyn en Svetlana Aleksijevitsj wonnen Nobelprijzen voor de literatuur met indrukwekkende, maatschappelijk geëngageerde boeken.

Maar helaas, er is wél een probleem met de huidige nieuwsvoorziening in het Russisch. Deze wordt steeds eenzijdiger. Dat het vrije woord in Rusland onder grote druk staat, is ruimschoots bekend. De onopgeloste moord op de onafhankelijke journaliste Anna Politkovskaja in 2006 is niet vergeten. En zij is niet de enige journalist in Rusland die haar werk met de dood heeft moeten bekopen: sinds 1992 zijn er in Rusland 56 journalisten omgekomen. In de afgelopen jaren heeft de Russische overheid bovendien onafhankelijke media met steeds strengere regelgeving afgeknepen. Tegelijkertijd is er grootschalig geïnvesteerd in staatsgecontroleerde media en in desinformatie gericht op binnen- en buitenland. Met dit alles is Rusland inmiddels op de zeer bedenkelijke 148ste plaats van de World Press Freedom Index beland.

Russisch wordt ook gesproken in Oost-Europa, Kaukasus en Centraal-Azië

Minder bekend is dat ook andere landen in het Russische taalgebied getroffen worden. Omdat Russisch zo’n vooraanstaande rol heeft in de regio, dreigen onafhankelijke stemmen van het Balticum tot in Centraal-Azië te verstommen. De meeste, de grootste en de rijkste Russischtalige media zijn immers in Rusland gevestigd. Lokale, onafhankelijke outlets in andere landen die in het Russisch werken zijn grotendeels op bronnen uit Rusland aangewezen voor nieuwsvoorziening en voor de aanschaf van programma’s onder licentie.

Hierdoor valt er ook voor veel nieuwsconsumenten in Kazachstan, Oekraïne of Letland steeds minder te kiezen. Er bestaan nog wel meerdere tv-kanalen, sites en radiozenders, maar het leeuwendeel hiervan is eenheidsworst. Er wordt doorgaans slechts één perspectief gepresenteerd, namelijk een dat de Russische overheid welgevallig is. Er is nauwelijks mogelijkheid om nieuws en ontwikkelingen uit een ander perspectief te bezien.

Artikel 19 van de Universele Verklaring Rechten van de Mens leert dat iedereen recht heeft op ‘de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven’. Met andere woorden, toegang tot informatie, en tot denkbeelden, is een mensenrecht. In landen waar Russisch wordt gesproken, is dit recht in het geding. Daarom wil Nederland, samen met andere landen en donoren, de onafhankelijkheid en diversiteit van de media in deze regio bevorderen.

Betekent dit dat Nederland Russische propaganda gaat bestrijden, of een tegenoffensief met eigen propaganda begint? Nee! Onze inzet is niet gericht tégen Rusland, maar vóór onafhankelijke media. Wij willen geen Russische tv-zenders of nieuwsplatforms verbieden, ook niet wanneer deze door de staat worden gecontroleerd en desinformatie verspreiden. Wij willen zeker ook geen contrapropaganda opzetten. Onze eigen woordvoering blijven we feitelijk correct en met open vizier doen, waarbij we de media in geen geval dicteren hoe ze daarover verslag doen. Contrapropaganda is contraproductief.

Wat we wél willen, is onafhankelijke journalisten die nieuws in het Russisch willen brengen. Concreet zal Nederland 1,3 miljoen euro bijdragen aan de oprichting van een Russischtalige news exchange. Een platform waar onafhankelijke media in het Russisch artikelen en nieuwsitems kunnen uitwisselen. Uitvoering is in handen van NGO Free Press Unlimited. Deze vrijdag vraag ik, in de aanloop naar de dag van de persvrijheid, aandacht voor uitdagingen waar het vrije woord voor staat in het Russische taalgebied. Want ook de 260 miljoen Russischsprekenden hebben recht op onafhankelijk nieuws.