Een spannend mengsel van waarheden

Het vierde, knap geconstrueerde boek van de Amerikaanse Spiotta leest niet alleen als een intelligent verhaal over vriendschap en liefde, vooral die voor film, maar ook als een ode aan de technologie.

Spiotta’s personage Jelly belt carrièremannen uit de filmwereld op om ze te verleiden Foto Istock

Vermoorde onschuld is het vierde boek (drie romans, een novelle) van Dana Spiotta (1966). In de Verenigde Staten is deze schrijfster alom genomineerd en gelauwerd. Hier verscheen tot dusver alleen haar debuut Bliksemveld (2011). Onbegrijpelijk, want wat een intelligent, amusant en spannend proza levert ze. Na één pagina wil je als een bezetene Vermoorde onschuld uit lezen, om daarna de rest van haar oeuvre te kopen.

De gevestigde documentairemaker Meadow Mori is de bindende factor in de roman, die opent met een essay van haar hand. Het is een liefdesgeschiedenis in de jaren tachtig, tussen haarzelf als tiener en de veel oudere filmicoon Orson Welles. Welles is in zijn nadagen; obees en bezweet, een schim van de charismatische acteur en regisseur die hij ooit was. ‘Oud en dik’, aldus Mori in retroperspectief, en: ‘ik geniet ervan dat alles van mij hem fascineert’.

Het essay, dat op een website gepubliceerd is, wordt gevolgd door reacties. Lezers laten weten wat ze ervan vinden, trekken het gebeurde in twijfel of posten spam. Dit zorgt voor een komisch effect en is erg raak: samen met het essay vormen deze reacties een prelude op de plotlijnen en motieven die zich na het eerste hoofdstuk uitrollen.

Wat volgt zijn hoofdstukken over Jelly (eigenlijk Amy, ook wel Nicole) en haar geliefden, Carrie en Meadow zelf. Het is moeilijk om over deze roman te schrijven zonder – om maar even in de filmterminologie te blijven hangen – te spoileren. Spiotta toont zich een meester in het opwerpen van vragen, en de lol van het lezen is deels om zelf achter het antwoord te komen, steeds weer ingenieuze verwijzingen te ontdekken. Wat is er gebeurd met de eeuwenoude vriendschap tussen de bloedserieuze Meadow Mori en de iets luchthartiger Carrie Wexler, bijvoorbeeld, behalve dat beide filmmakers een heel andere artistieke richting opgaan? Hoe heeft de blinde Jelly haar gezichtsvermogen teruggekregen en waarom belt ze onder de naam ‘Nicole’ carrièremannen uit de filmwereld op om ze – haast door uitsluitend te luisteren – te verleiden? Dat de verhaallijnen samen zullen komen is onvermijdelijk, maar op welke wijze?

Vermoorde onschuld leest niet alleen als een intelligent en onderhoudend verhaal over vriendschap en liefde (vooral die voor film: de transcripten van Meadows films zorgen ervoor dat het lijkt alsof je niet in het boek, maar voor het witte doek zit), maar ook als een ode aan de technologie. Spiotta toont aan hoe Meadow, alleen door een film te maken en die op de beste manier te monteren, haar persoonlijke werkelijkheid universeel kan maken.

Jelly is een phreaker, een soort telefoonhacker, en wordt geïntroduceerd met een ontroerende lofzang op de kiestoon. Zelfs internet, in literatuur vaak ingezet als kille bron van alle kwaad, krijgt een warme dimensie doordat het bespiegelend werkt, voor zowel personages die er publiceren als voor de lezer, die ontnuchterd moet concluderen dat het helaas niet mogelijk is om in een papieren boek op nieuwsgierig makende links te klikken. Alsof er naast het verhaal dat je leest, ergens online nog zo’n intrigerende geschiedenis te vinden is.

De overigens uitstekend vertaalde roman vormt een knappe constructie, waarin goed uitgewerkte personages, intertekstuele verwijzingen, uitspraken en motieven steeds in elkaar grijpen – maar niet al te keurig in elkaar vallen, laat dat duidelijk zijn. Vermoorde onschuld is allesbehalve een gelikte invuloefening. Eigenlijk is de vorm een echo van de documentaires die Meadow maakt, en al evenzeer een mengeling van waarheden – denk even terug aan Welles – en fictie: ‘een verhaal dat je terplekke verzint verdient het eigenlijk geen leugen te heten’, schrijft Meadow in het openingsessay. ‘Misschien moet je het een fabulatie noemen, een soort wensverhaal, […] de contouren van het mogelijke zonder dat er al echt iets is. […]. En terwijl je praat, moet het meer aanvoelen als een droom dan als een leugen.’ Of: als een geweldig boek.