Een op de tien jongeren krijgt jeugdhulp

In de regio Noordoost-Groningen krijgt meer dan 16 procent van de jongeren jeugdhulp.

Jeugdwerkers demonstreerden twee jaar geleden tegen de invoering van de Jeugdwet die gemeenten verantwoordelijk maakt voor jeugdhulp. Foto Martijn Beekman/ ANP

Ruim 365.000 jongeren tot achttien jaar ontvingen vorig jaar jeugdhulp. Dat is ongeveer 10 procent alle jongeren in Nederland. Dat blijkt uit vrijdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De hulpvraag is het hoogst in de regio Noordoost-Groningen; daar ligt het percentage iets boven de 16 procent. De meeste jongeren die jeugdhulp kregen kwamen uit Rotterdam en Den Haag (13.000). Amsterdam volgt met 12.000. Landelijke cijfers van eerdere jaren zijn niet bekend.

Jongens oververtegenwoordigd

Jongens krijgen meer jeugdhulp dan meisjes. Vooral bij de 4- tot 12-jarigen zijn jongens oververtegenwoordigd. In 2015 kregen in totaal 210.000 jongens en 146.000 meisjes hulp. Dat is een op de acht jongens en een op de elf meisjes.

Verder is het opvallend, zo meldt het CBS, dat relatief minder niet-westerse jongeren jeugdhulp ontvingen. In totaal hadden 53.000 een niet-westerse afkomst, oftewel 9,2 procent van alle niet-westerse allochtonen in Nederland. Van de jongeren met een westerse herkomst was dit 9,7 procent, van de autochtone jongeren 10,7 procent.

Sinds afgelopen jaar zijn door de invoering van de Jeugdwet gemeenten verantwoordelijk geworden voor jeugdhulp. Deze hulp bestaat onder meer uit het begeleiden of behandelen van jongeren met psychische problemen, een verstandelijke beperking of opvoedproblemen.