Douane voerde eigen regels niet uit

Douanier Gerrit G. kon volgens strafdossier jarenlang ongecontroleerd zijn gang gaan en daardoor drugstransporten doorlaten.

De van corruptie verdachte douanier Gerrit G. kon vanwege personeelsgebrek bij de douane in de Rotterdamse haven jarenlang ongecontroleerd zijn gang gaan. Dat blijkt uit stukken in het strafdossier over de verdachte douanier dat in het bezit is van NRC.

Gerrit G. werkte bij de afdeling ‘pre-arrival’ waar op grond van risicoprofielen wordt bepaald welke containers moeten worden geïnspecteerd. Volgens in 2000 gemaakte afspraken moet deze selectie altijd door een collega worden gecontroleerd.

Deze procedure wordt na de invoering van nieuwe Europese regels over „safety en security” in 2011 niet meer nageleefd. Dat is „praktisch niet meer haalbaar”, vertelde teamleider Geert Scheringa eind mei 2015 in een verhoor. „Vanaf dat moment moesten wij ook op, zeg maar, ‘bommen en granaten’ gaan controleren.”

Scheringa vertelde ook dat hij zijn bazen op de hoogte heeft gesteld van dit probleem. Ook de afdeling automatisering en het landelijk kantoor van de douane heeft Scheringa geïnformeerd.

De Douane wil niet reageren omdat er een onderzoek loopt bij het OM, zo meldt een woordvoerder. Het is ook niet duidelijk of de problemen zijn opgelost. „Wij doen nooit uitlatingen over de procedures bij de douane. Dat is strategisch te gevoelig.”

G. liet containers passeren

Geert Scheringa was teamleider van Gerrit G., die in april 2015 is aangehouden op verdenking van corruptie. Gerrit G. heeft bekend dat hij cocaïnesmokkelaars tegen betaling heeft geholpen. Hij liet containers die als verdacht konden worden aangemerkt passeren zonder controle. Gerrit G. werd daarvoor ruimhartig beloond. Bij zijn arrestatie vond de politie in zijn huis 1 miljoen euro contant geld.

Het werk van de douaniers bij de afdeling pre-arrival is cruciaal voor de effectieve aanpak van drugssmokkel via de Rotterdamse haven. Uit cijfers blijkt dat minder dan 1 procent van de containers die in de haven aankomen worden gecontroleerd. Voor de selectie van te controleren containers zijn profielen gemaakt om de risico’s te wegen. Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar de plek waar een container aan boord is gekomen, de officiële lading, de leverancier van de goederen en de koper van de goederen.

Volgens Scheringa zijn die profielen sinds de invoering in 2000 niet meer gewijzigd en daarom verouderd. In zijn verklaring stelde hij dat beleidsmakers bij de douane niet hebben gereageerd op verzoeken om die risicoprofielen aan te passen: „Niemand durft de beslissing te nemen om deze profielen te wijzigen.” Uiteindelijk heeft Scheringa in overleg met een directe collega naar eigen inzicht nieuwe risicoprofielen aangemaakt.

Selecteren verdachte containers

Ondanks het gebruik van profielen blijft het selecteren van verdachte containers mensenwerk dat is gebaseerd op ervaring. Er is geen vaste werkwijze. Scheringa kwalificeerde het werk van de douaniers als een „risicofunctie”. Om de integriteit van medewerkers te waarborgen wordt daarover jaarlijks gesproken tijdens een functioneringsgesprek. Daarnaast is er in 2013 een speciaal programma ingesteld om medewerkers van de douane bewust te maken van de risico’s die ze lopen.

De werknemers van de afdeling pre-arrival worden volgens Scheringa niet gescreend. „Je moet werken op basis van vertrouwen”, stelde hij. „Wij hebben geen veiligheidsonderzoeken voor de selecteurs. Wij zijn onderdeel van de belastingdienst en daar heerst een andere cultuur dan bij de politie of andere opsporingsdiensten.”

De affaire rond Gerrit G. heeft een enorme impact gehad op de douane in de Rotterdamse haven. Naast Scheringa heeft de politie alle andere collega’s gehoord die met Gerrit G. hebben samengewerkt. In maart van dit jaar is een andere douanemedewerker aangehouden op verdenking van corruptie. Het gaat om Gertie V. Uit zijn strafdossier blijkt dat de politie al een jaar voor zijn arrestatie vermoedens had dat hij betrokken was bij het doorlaten van drugstransporten.