Shoah

(Claude Lanzmann, 1985). Toen de beklemmende Oscarwinnaar Son of Saul, over een lid van het Sonderkommando in Auschwitz, vorig jaar werd uitgebracht, laaide de aloude discussie weer op over de vraag of het überhaupt mogelijk is de Holocaust te verbeelden. Claude Lanzmann, maker van de overweldigende documentaire Shoah, was daar ten tijde van de première van Schindler’s List heel stellig over: „Fictie overschrijdt een grens.” Toch was hij zeer te spreken over Son of Saul, die hij de anti-Schindler’s List noemde. „Een bepaalde absolute horror” kon toch uitgedrukt worden, net als in zijn eigen Shoah. In 1986, toen de VPRO Shoah voor het eerst uitzond, keken er tweeënhalf miljoen mensen. Een half miljoen zag beide delen helemaal, ruim negen uur. Dertig jaar later zal dat aantal bij lange na niet gehaald worden, al was het maar omdat de volledig uit interviews bestaande documentaire nu ’s nachts wordt uitgezonden. De dienst Kijk- en Luisteronderzoek stelde in 1986 vast dat Shoah op tachtig procent van de kijkers veel indruk maakte. Dat zal nog steeds zo zijn.