Dj’s en tracks die moeten rijpen

Ineens zegt Reynier Hooft van Huijsduijnen (30) – grote ogen, schuchtere blik – dat hij liever niet teveel over zijn persoonlijke leven onthult. „Dat vind ik meer iets voor gevestigde namen.” Hij schuift zijn platentas over zijn schouder en loopt de Koningsnacht in.

Muziek boven merk – het is een mooi streven in een tijd waarin mensen eerst je naam en je foto kennen terwijl een almaar grotere muzieklawine door hun laptopspeakers rolt.

Toch heeft Deniro, de artiestennaam van de Haagse dj en producer, genoeg reden om minder bescheiden te zijn. De internationaal bekende Russische techno-dj Nina Kraviz tekende hem vorig jaar als een van de eerste op haar nieuwe label Trip. Deniro liep op haar af tijdens Dekmantel Festival, nadat hij had gehoord dat ze zijn plaat Atavism vaak draaide. „Er kwam niet heel veel uit, want ik was best wel brak en zij is best wel mooi.” Er werd wat over en weer gechat, Deniro stuurde zijn donkere, meest trippende materiaal – maar ze ging voor een zachtere track. Deorganezized is techno zoals die in Detroit ooit bedoeld is, met melancholische arpeggio’s. Er zit een lijden in dat je kent uit de vroege housetracks uit New York met de snelle kick en de zwarte soul van techno uit Detroit. Het werd de tweede release op het label dat hem in de kijker speelde. Binnenkort verschijnen nog twee EP’s op haar label en een EP op zijn eigen label, TAPE.

Maar zo 1,2,3 ging dat natuurlijk niet. Als je op Deniro zoekt, brengt Google je bij een foto van een schuchtere jongen met een koptelefoon achter de draaitafels. Ernaast zien we Thomas Martojo, die guitig in de camera kijkt en aan wat kabels trekt. Dit was Mysteryland 2008. Acht jaar later is Martojo bekend van Dekmantel, na ID&T misschien wel Nederlands bekendste dancebedrijf. Bij Deniro duurde het doorbreken iets langer. Tijdens naschoolse luistersessies bij Martojo maakte hij kennis met dj’s Steve Rachmad en Robert Hood. „In het begin draaide ik ook op hun feestjes. Maar daarna heb ik zes jaar lang alleen maar als een kluizenaar in de studio gezeten. Muziek maken was echt het enige waarvoor ik elke dag om zeven uur opstond. Er komt stiekem best veel techniek bij kijken. En als je dan geen Herbie Hancock heet, kost het gewoon tijd.”

Wanneer hij muziek zoekt voor zijn sets, kijkt hij nooit wanneer iets is gemaakt. „Als iets twee jaar oud is, vind ik het nog best modern.” Net als Prince heeft hij een berg ongebruikt materiaal. Jonge producers geeft hij ook altijd het advies iets eerst eens een maand te laten liggen. De 10.000 uren regel? „Ja, misschien wel. Je moet het laten rijpen.”

En aangenaam zeldzame houding in het internettijdperk.