Debat over kernwapens is niet gebaat bij getuigenispolitiek

Nog in tamelijk ontspannen sfeer kon de Tweede Kamer deze week debatteren over kernwapens. Als gevolg van een onder andere door vredesorganisatie Pax geïnitieerd burgerinitiatief dat ruim 45.000 handtekeningen opleverde, diende de Kamer dit onderwerp op de agenda te zetten. Deze procedure zegt iets over de politieke relevantie. Als de kernbewapening op dit moment werkelijk een groot onderwerp zou zijn, was het wel door fracties in de Tweede Kamer zelf aan de orde gesteld.

Het contrast met de jaren tachtig toen de eventuele plaatsing van met kernkoppen voorziene kruisraketten het land en de politiek zwaar verdeeld hield, was dan ook groot. De val van de Muur en het daarmee samenhangende einde van de Koude Oorlog hebben het debat over bewapening een geheel andere dimensie gegeven. Maar tegelijk maakt de toegenomen spanning tussen Rusland en het Westen van de afgelopen jaren duidelijk hoe fragiel de verhoudingen zijn.

De Koude Oorlog is weliswaar weg, maar dit geldt niet voor de kernwapens. Integendeel. Het gevaar dat deze in verkeerde handen komen is groter dan ooit. Vandaar het aanhoudende belang van het in 1970 in werking getreden nucleaire non-proliferatie verdrag dat inmiddels door 191 landen is ondertekend. Het gaat hier om de verspreiding van nucleaire wapens. De volgende stap is een internationaal verbod op kernwapens..

Een terugkerende vraag is welke positie Nederland hierin kiest. Opeenvolgende kabinetten hebben uitgesproken dat Nederland zich inzet voor een kernwapenvrije wereld. Het verbod op kernwapens dat nu al geldt voor 186 landen die het non-prolifatieverdrag hebben ondertekend, zou ook van toepassing moeten worden verklaard op de negen landen die al wel over kernwapens beschikken, schreef minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) recent aan de Tweede Kamer. Maar tegelijk spreekt Nederland zich niet uit voor een nationaal of internationaal verbod.

Dit lijkt paradoxaal, maar de effectiviteit telt. Zoals Koenders terecht stelt kan een kernwapenstaat niet worden gedwongen zijn kernwapens op te geven. Overtuiging is de enige weg. Vandaar het belang van de diverse internationale fora waarin Nederland een actieve rol speelt. Maar het zullen de kernwapenstaten zelf moeten zijn die deze wapens „de wereld uit moeten helpen”.

In NAVO-verband heeft Nederland een afgeleide kernwapentaak. Het betekent dat verdragspartner Nederland niet eigenstandig een verbod kan afkondigen. Voor getuigenispolitiek in deze zaak is geen plaats.