De slachtoffers van hatecrime zijn bang

Er wordt te weinig aangifte gedaan én er is onvoldoende aandacht bij de rechter voor hatecrime – misdrijven die worden gepleegd vanuit een vooroordeel, zo zegt de expert.

„Waar je ook heen reist in de Europese Unie, in elk land vind je mensen met macht en gezag die precies de vooroordelen koesteren die leiden tot hatecrime.” Michael O’Flaherty, directeur van het EU-bureau voor de grondrechten FRA, zegt het zonder blikken of blozen. „Dat is geen beschuldiging, dat is een feit.”

Deze vrijdag sluit het FRA een conferentie af waar het rapport Ensuring justice for hate crime victims is gepresenteerd. Hierin zijn de bevindingen opgenomen van 263 mensen die er beroepshalve mee te maken hebben, vooral bij politie en justitie. Belangrijkste conclusie:er wordt te weinig aangifte gedaan van hatecrime – een misdrijf dat wordt gepleegd vanuit een vooroordeel. Er wordt te weinig geregistreerd en er is te weinig aandacht voor in de rechtszaal. „De politie zegt: de slachtoffers zijn bang voor ons, ze voelen zich te onzeker.”

De conferentie moet dit onder de aandacht brengen van de politiek. „De tijd van de verheven toespraken is voorbij”, zegt O’Flaherty. „Nu zijn we toe aan de basisprincipes van de mensenrechten. Hoe voeren we die door in de praktijk?”

In West-Europa zullen politici al gauw denken: de problemen met mensenrechten vind je vooral in Oost-Europa.

„Er was een minister die zei: ‘Wij ratificeren dit mensenrechtenverdrag niet omdat wij het zelf nodig hebben, maar om andere landen aan te moedigen het net zo goed te doen.’ Geen enkel EU-land heeft reden tot zulke arrogantie. Neem de transgenders en de homo- en biseksuelen. Je zou denken, hoe verder naar het oosten, hoe lastiger hun situatie. Maar in geen enkel Europees land ligt het percentage homo’s dat zich veilig genoeg voelt om hand in hand over straat te lopen boven de 35 procent.”

Wat is het belangrijkste probleem met mensenrechten in Europa?

„Bewustzijn. Als een Roma in elkaar wordt geslagen, weet hij vaak niet eens dat hij het recht heeft om niet alleen aangifte te doen van de mishandeling, maar ook van hatecrime. De eerste stap om mensenrechten af te dwingen is mensen ervan bewust te maken dat zij die rechten hébben.

„Hetzelfde geldt voor hate speech. Vrijheid van meningsuiting, prima. Maar tot een grens. Die grens is helder en getrokken in internationale verdragen. Als een mening aanzet tot discriminatie of geweld, is het hatespeech. En dat bepaalt de rechter.”

Geert Wilders, die wordt vervolgd wegens aanzetten tot haat, zegt dat politici zich scherp, duidelijk en vrij moeten kunnen uitspreken.

„Over Wilders weet ik alleen wat ik in de kranten heb gelezen. Laat ik hem voorhouden wat de mensen uit de praktijk zeggen. Zij zeggen dat politici op hun woorden moeten letten. Hun woorden kunnen leiden tot nervositeit in groepen die doelwit zijn, of ze kunnen, aan de andere kant, bijdragen aan een klimaat waarin zulke misdrijven worden begaan.”

Morgen word ik in elkaar geslagen door iemand die roept: ouwe zak met je grijze haar! Hatecrime?

„Hangt ervan af. Als je aanvaller niet van grijze haren houdt, maar alleen van blonde en hij slaat je om die reden in elkaar, is dat geen hatecrime. Maar als jouw leeftijd voor hem iets groters symboliseert – je trekt steun, je bent waardeloos – dan is zijn vooroordeel een motief. En ja, dan kan zoiets een hatecrime zijn, mits verankerd in de wet.”

Spelen slachtoffers geen te grote rol in het aanmerken van hatecrime?

O’Flaherty, verbaasd: „In Ierland hebben we veel debat gehad over hatecrime, maar allang niet meer over de vraag of we zoiets als hatecrime in ons wetboek moeten hebben. Dat is een gegeven. Nu wordt alleen nog gediscussieerd over de vraag of we er iets zinnigs mee kunnen doen.”

In Nederland staat het begrip niet in het wetboek, en er is discussie over de vraag of we niet doorslaan naar politieke correctheid.

„Laat mij een misverstand wegnemen. Fundamental rights is niet een soort gouden kasteel waar slachtoffers van hatecrime een mooie kamer krijgen. Het is een tamelijk bescheiden setje regels voor het samenleven in een soort van harmonie. We moeten af van het ‘zij’ en ‘wij’. We moeten alleen het ‘wij’ overhouden en dat setje regels.

„Toen ik bij het College voor de Rechten van de Mens in Noord-Ierland werkte, onderzochten we de mensenrechten in verzorgingshuizen. En ineens ging het niet meer over vreemden, over minderheden en hun rechten, maar over mijn grootmoeder, mijn moeder, tantes, mensen van wie ik hield. Dat heeft de hele manier waarop we over mensenrechten spraken veranderd.”

    • Bas Blokker