Club van broodje bal, niet van de garnalencocktail

Degradatienood bij Cambuur Voor SC Cambuur dreigt degradatie uit de eredivisie. Gebrek aan financiële slagkracht is lang gemaskeerd door ontluikend talent.

Het stadion van SC Cambuur valt in de smaak bij voetbalromantici, maar voldoet niet meer aan de eisen des tijds. De oplevering van een nieuw stadion is van 2016 opgeschoven naar 2018. Foto’s Kees van de Veen

Er was een tijd dat het stadion van SC Cambuur niet zo vol zat als de afgelopen jaren. Het moet in 2012 zijn geweest, toen de club alweer dertien seizoenen in de eerste divisie speelde, en spits Martijn Barto op een goede dag druk doende was in een plaatselijk callcenter. De clubleiding wilde meer seizoenkaarthouders en zette alle spelers in om supporters te overtuigen hun jaarkaart te verlengen.

Vaak werkte het, niet altijd. Barto: „Dan hoorde je dat mensen het niet meer konden betalen doordat ze hun baan waren kwijtgeraakt. Of hun man was overleden. Anderen verlengden toch, ook al hadden ze niet de middelen.”

Dat is nou Cambuur. Volks bolwerk waar spelers dicht bij hun supporters staan. Soms letterlijk. Op de onderste verdieping van het Cambuurstadion zijn volgens Barto zo weinig toiletten (drie), dat het kan voorkomen dat fans en voetballers elkaar vlak voor de wedstrijd nog kunnen treffen bij de wc’s.

Skyboxen zijn er niet. Sponsoren krijgen hooguit de beste plekken op de hoofdtribune, maar Cambuur blijft vooral een club van het broodje bal, niet van garnalencocktails en witte wijn. In de rust verloot de club lekkernijen van slagerijen om de hoek.

Hoewel een voetbalromanticus zich hier al snel thuis voelt, is dit seizoen gebleken dat de club ook wordt beperkt door die charme. In 2013 zeiden clubbestuurders dat Cambuur op zijn laatste benen loopt in het huidige onderkomen. „Het stadion zit altijd vol, maar best kans dat we per wedstrijd 5.000 kaarten extra hadden kunnen verkopen”, zegt Barto (31), met 149 duels de langst dienende speler in de selectie. „Meer sponsoren? Kunnen we willen, maar dan staan de sponsoren op elkaars tenen. Er is geen ruimte meer.”

Tegen die achtergrond is degradatie misschien wel onafwendbaar. Twee jaar lang viel alles op zijn plek bij Cambuur. Werd het gebrek aan financiële slagkracht gemaskeerd door talentvolle spelers die piekten op het juiste moment, zoals Albert Rusnak, Elvis Manu en Bartholomew Ogbeche. Houd dat maar eens vol. Dit seizoen dreigt een terugkeer naar de eerste divisie. Cambuur kan zich alleen handhaven als het twee keer wint en De Graafschap twee keer verliest. Eerstvolgende opponent? PSV. Ook dat nog.

Een noeste werker

Zo penibel was de situatie drie maanden geleden nog niet. Hoewel topschutter Ogbeche net was gekocht door Willem II, had Cambuur nog twee punten meer dan De Graafschap. Bovendien kondigde toenmalig trainer Henk de Jong de komst van een bijzondere spits aan. Een noeste werker, die met deze karaktereigenschappen weleens de held van het volk kon worden. Aldus De Jong. Hoe Barto dat ervoer, die andere spits? „Alleen maar goed. In de eredivisie red je het niet met één spits.”

Die beoogde verlosser was Kevin van Veen (25). Een voormalige stukadoor uit Brabant die een moeizame fase doormaakte bij het Engelse Scunthorpe United, dat hem vorig jaar januari had overgenomen van van FC Oss. Hij speelde bij Scunthorpe niet op zijn favoriete positie en wilde tijdens zijn verhuurperiode bij Cambuur bewijzen dat hij een echte spits is. Geen middenvelder.

Tevreden was hij wel in Engeland. In Oss was hij nog semiprof die ernaast werkte als stukadoor. In Scunthorpe verdiende hij plots negentien keer zoveel als in Nederland en werd hij een lokale held die niet over straat kon zonder aangeklampt te worden. „Mensen stoppen me daar van alles in mijn handen”, vertelt Van Veen. „Een gipsafdruk, foto’s, handgeschreven brieven. Meestal deed ik het bij het oud-papier. Je kunt niet alles bewaren.”

Zijn entree leek veelbelovend, maar in Leeuwarden heeft hij niet de gewenste indruk gemaakt. In de elf wedstrijden waarin hij minuten maakte, scoorde Van Veen één keer. Zijn pech was het vertrek van Henk de Jong. De twee hadden meteen een klik, maar uitgerekend een week na zijn komst stapte de trainer op.

Onder diens opvolger Marcel Keizer komt hij niet altijd aan spelen toe, mede als gevolg van blessures. „Echt fijn gaat het niet”, zegt Van Veen. „We hebben ook al zo lang niet gewonnen. Ik zou niet meer weten hoe dat voelt.” De enige keer dat Cambuur won sinds zijn komst was tegen PEC Zwolle. Hij kreeg één minuut speeltijd.

Vaak speelde Barto op Van Veens plaats. De denker van de twee. En bovendien: een speler met clubbinding. Terwijl Van Veen waarschijnlijk wordt teruggehaald door Scunthorpe United, waar hij tot medio 2018 onder contract staat, is Barto van alle selectiespelers degene met de meeste duels bij Cambuur achter zijn naam. Hij speelde in de jeugd bij SC Heerenveen, zakte terug naar de amateurs van Harkemase Boys om zijn diploma’s te halen, werkte daarna in een tbs-kliniek, maar keerde terug in het betaalde voetbal bij Cambuur. Dat Barto vervolgens met Cambuur promoveerde naar de eredivisie, was een onverwacht geschenk.

Nadien zag de spits de trots terugkeren onder de Leeuwarder voetbalfans. „Cambuur speelde daarvoor al zo lang in de eerste divisie dat er niet echt veel vertrouwen was. De lijfspreuk is hier: het is nooit wat geweest en het zal ook nooit wat worden. Leeuwarders denken heel zwartwit, iets is goed of slecht. Na de promotie veranderde dat. Je zag overal weer vaantjes in de auto’s.”

Van nostalgie kun je niet eten

Uiteraard baalt Barto van het seizoensverloop. Hij is ook realistisch. „We moesten creatief zijn met spelers. Geen dure jongens, maar spelers met potentie. Twee jaar ging dat goed, maar je kunt niet voortdurend in de roos schieten. Als je drie jaar dezelfde financiële middelen hebt, is het onwaarschijnlijk dat altijd alles goed komt. Erg leuk dit stadion, maar van nostalgie kun je niet eten.

In 2013 werden er plannen gemaakt voor een nieuw stadion dat in 2016 klaar had moeten zijn. Door slepende bureaucratische procedures zijn er in de tussentijd nauwelijks stappen gemaakt. Inmiddels is de opleveringsdatum verschoven naar 2018. Maar de haalbaarheid van dat jaar is omgeven met mitsen en maren.

Wat rest is onzekerheid. Ook voor Barto. Zijn contract loopt af en mocht hij blijven, dan gaat hij in het geval van degradatie een flinke stap terug in salaris. Wie in de Jupiler League speelt, krijgt nou eenmaal minder betaald.

Niettemin zou Barto graag zien dat Leeuwarders hun clubtrots behouden. „De laatste jaren liep iedereen hier met zijn borst vooruit. Hopelijk blijft dat zo.”