Column

Abou Jahjah

Iemand bij de voorname maar thans door schulden geplaagde uitgeverij De Bezige Bij had een idee. Misschien zou het interessant kunnen zijn om een boek uit te geven van de Belgische activist en schrijver Dyab Abou Jahjah. Hij was de oprichter van de Arabische Europese Liga, heeft uitgesproken opvattingen en wordt in Vlaanderen gewaardeerd om zijn columns in De Standaard. Het contract werd getekend en zijn boek Pleidooi voor radicalisering staat aangekondigd voor september.

Dit leidde tot fel protest van de columnist Leon de Winter, wiens thrillers ook door De Bezige Bij worden uitgegeven. Abou Jahjah is namelijk uiterst kritisch op de staat Israël en De Winter is militant joods. Abou Jahjah neemt het op voor de onderdrukte Palestijnen en dat maakt hem in de ogen van De Winter een antisemiet. Theodor Holman schreef in een column dat De Bezige Bij is voortgekomen uit verzet tegen de nazi’s en daarom altijd voor de joden moet zijn. De vrouw van De Winter, Jessica Durlacher, de dochter van een belangrijk schrijver, huilde dat ze zich bij De Bezige Bij niet meer veilig voelde. Joden kunnen er niet meer onderduiken. De schrijver Marcel Möring, die ook joodse wortels heeft, sloot zich hierbij aan. Ze dreigden bij de uitgeverij weg te gaan als de publicatie van Abou Jahjahs boek door zou gaan.

Een win-winsituatie, zou ik denken als ik uitgever was van De Bezige Bij. Probleem opgelost. Misschien kan iemand aan Leon de Winter suggereren dat zijn dreigement nog meer indruk maakt als hij belooft helemaal nooit meer te schrijven.

Ik word zelf uitgegeven door een ander voornaam huis, De Arbeiderspers, en het zou eerlijk gezegd niet in mij opkomen om heibel te maken over boeken van andere schrijvers die ze publiceren. Maar als Leon de Winter daar zou aankloppen, zou ik me wel even achter mijn oren krabben.

Ik vind het juist uiterst grootmoedig en genereus van Abou Jahjah dat hij er geen probleem van maakt dat hij bij dezelfde uitgeverij zit als Leon de Winter. Er zijn redenen genoeg om daar fundamentele bezwaren bij aan te tekenen. En dan heb ik het niet eens over De Winters kwaliteiten als schrijver. Hij is een fanatiek zionist en een radicale holocaustheuger, die vindt dat de joden vanwege toen het volste recht hebben om Palestijnen te vermoorden, VN-resoluties aan hun laars te lappen en mensenrechten te schenden. Hij verheerlijkt geweld en niet alleen omdat hij Badr Hari ‘een parel voor de samenleving’ noemde, maar ook omdat hij elke aanval van de joodse staat op Palestijnse burgers toejuicht. Je zou hem een complotdenker kunnen noemen -ware het niet dat de term ‘denker’ een zekere intelligentie vooronderstelt -, die de media die bericht doen van Israëlische oorlogsmisdaden beticht van antisemitisme. Hij is een racist, die Arabieren als een minderwaardige mensensoort beschouwt die baarmoeders gebruikt als wapen tegen de joodse staat. Hij heeft ervoor gepleit de Palestijnen in de Gazastrook te steriliseren door anticonceptiemiddel in het drinkwater te doen. Als alle joden zo zouden zijn als Leon de Winter, zou ik de redelijkheid gaan inzien van het antisemitisme.

Ik heb er niets over te zeggen, maar als ik een van de schrijvers van De Bezige Bij was die op 9 mei op de vergadering van de Schrijversvereniging mocht spreken, zou ik ervoor pleiten dat het past in de verzetstraditie van het huis om onderdak te bieden aan Abou Jahjah en dat er geen plaats moet zijn voor iemand die heult met de bezetter.