1966: Na het feest kwam de kater

Popjaar 1966 Van maand tot maand peilde muziekjournalist Jon Savage welke muziek er in 1966 toe deed, waar de wereld zich om bekommerde en welke ideeën uit de avant-garde en underground de massa’s bereikten.

Een boek over één bepaald jaar roept onvermijdelijk de vraag op: waarom dát jaar? Waarom 1966 en niet 1965 of 1967? In de ondertitel van zijn boek 1966 noemt Jon Savage het ‘the year the decade exploded’. Op de binnenflap lezen we dat het een ‘beslissend jaar’ was voor de wereldwijde popcultuur: ‘De popwereld versnelde en brak door de geluidsbarrière in 1966.’ Tja, zo lust ik er nog wel een paar.

Eén jaar eruit lichten heeft iets willekeurigs, maar in het boek zelf weet Savage wel aannemelijk te maken waarom 1966 bijzonder was. Deels voor hem persoonlijk: hij werd dat jaar dertien en werd diep geraakt door de muziek die hij op de radio hoorde en op tv zag. Maar het zegt wel wat dat veel van die muziek vijftig jaar later nog altijd tot de verbeelding spreekt: ambitieuze, baanbrekende songs van onder anderen The Who, The Supremes, James Brown, Dusty Springfield, Four Tops, The Velvet Underground, The Rolling Stones en natuurlijk The Beatles. Songs die muzikale experimenten niet schuwden, die bovendien iets te zeggen hadden over de wereld.

Vlnr John Cale en Sterling Morrison van The Velvet Underground en Nico

In 1966 bereikten ideeën uit de avant-garde en underground een massa-publiek, betoogt muziekjournalist Savage. Je hoefde niet verder te kijken dan de hitlijsten om te zien dat kunst en commercie best samen konden gaan. Popmuzikanten zochten verdieping, verruimden hun geest met middelen als LSD en deelden die ervaringen met hun fans. Tegen het eind van het jaar was een deel van de popmuziek zoveel meer geworden dan simpele liedjes voor tieners, dat er een nieuw woord voor bedacht werd: rock. In de Amerikaanse zwarte muziek, die steeds zelfbewuster en krachtiger werd, raakte om vergelijkbare redenen het woord soul steeds meer in zwang.

Vietnam

Savage ontleedt 1966 van maand tot maand aan de hand van opvallende singles die toen verschenen. Grote hits, maar ook obscuurdere platen – zo neemt hij het nummer ‘A Quiet Explosion’, op de b-kant van een single van de Britse groep The Ugly’s, als aanleiding om uit te weiden over de dreiging van een kernoorlog die veel mensen midden jaren zestig voelden. Vooral jongeren hadden het idee dat een nucleair armageddon onvermijdelijk was, wat een sterk gevoel van urgentie opriep: als je niet lang te leven had, was er geen tijd te verliezen en moest je er nú iets van maken.

In 1966 was popmuziek meer geworden dan simpele liedjes en kreeg het een nieuwe naam: rock

Lees ook de recensie Never A Dull Moment. Rock’s Golden Year (David Hepworth): 1 9 7 1 Rock werd de gevestigde orde

Voor jonge Amerikaanse mannen kwam daar nog eens bij dat ze op hun achttiende een oproep voor de dienstplicht konden verwachten, waarna de kans groot was dat ze in Vietnam moesten vechten. De Vietnamoorlog veroorzaakte een diepe generatiekloof, tussen de generatie die had gevochten in de Tweede Wereldoorlog en de jongeren die geen zin hadden om voor dit conflict hun leven op het spel te zetten. Het patriottische ‘The Ballad of the Green Berets’ van de Vietnamveteraan Staff Sergeant Barry Sadler werd in 1966 een grote hit, tegelijkertijd groeide de protestbeweging die steeds kwader en radicaler werd. In een hoofdstuk over de Californische activistische studenten en hippies maakt Savage een verrassend uitstapje naar Amsterdam en besteedt hij uitgebreid aandacht aan de Provo’s, die geestverwanten in onder meer San Francisco inspireerden. Hij beschrijft onder meer de protesten tegen het huwelijk van Beatrix en Claus en de Telegraaf-rellen in juni.

1966 was ook het jaar van Black Power, van Motown, van Andy Warhol, van de voorzichtige opkomst van de vrouwenbeweging. Londen was het stijlvolle middelpunt van de wereld. Maar in het najaar, zo maakt Savage duidelijk, was Swinging London wel over het hoogtepunt heen. In de zomer maakte de Britse premier Wilson bekend dat de lonen en prijzen werden bevroren, om de economische crisis te bezweren. Het feest was voorbij, wat overbleef was een katerig gevoel. De Londense pop-elite – inclusief The Beatles – vond steeds minder aansluiting bij de Britse tieners in de provincie, wier vooruitzichten een stuk slechter waren geworden door de crisis. De omslag was goed te zien bij The Yardbirds, die in oktober de single ‘Happenings Ten Years Time Ago’ uitbrachten. Het bleef onderin de Top 50 hangen, een fikse tegenvaller na vijf Top 10-hits op rij. The Yardbirds waren niet meer zo opwindend als in het begin van het jaar – ze gingen pijlsnel van ‘heroes to bores’, zoals Savage het omschrijft.

Decadentie

De groep was ook te zien in Michelangelo Antonioni’s Blow-Up, een film die juist in die periode van de teloorgang (tussen april en oktober) werd opgenomen in Londen. De jongeren in de film waren ‘doelloos’, zei Antonioni, op zoek naar vrijheid zonder te weten wat ze daarmee moesten. Het liep volgens hem uit op ‘decadentie zonder enige zichtbare toekomst’.

Savage zet het popjaar 1966 in een brede context, waarbij hij vooral put uit bronnen uit die tijd: (pop)bladen, films, tv-programma’s, boeken, pamfletten en kranten. Hij vermijdt nostalgie en blikt evenmin vooruit naar de jaren die erna kwamen. Zo blijft de lezer, met hem, tot en met oudejaarsdag in 1966.

Met een aanstekelijk enthousiasme roept hij een levendig en veelomvattend beeld op van een roerig jaar dat, of het nu ‘beslissend’ was voor de popcultuur of niet, in deze fraaie terugblik geen moment verveelt.