Verzekeraars lijden door ‘te lage premies’ tientje per maand verlies op ziektekostenpolis

Verzekeraars gingen de afgelopen jaren door overheidsbeleid meer risico lopen en wentelden die risico’s deels af op de ziekenhuizen, door het maken van budgetafspraken. Foto Vincent Jannink / ANP

Zorgverzekeraars hebben vorig jaar iedere maand bijna een tientje toegelegd op de ziektekostenpolissen die zij verkopen. Dat blijkt uit hun onlangs gepubliceerde jaarverslagen.

De vier grootste verzekeraars, die samen circa 90 procent van de markt in handen hebben, claimen alle verlies te lijden op hun basispolissen. Zij hebben in 2015 in totaal 1,8 miljard euro aan verzekerden „teruggegeven” door polissen tegen te lage premies aan te bieden, zo blijkt uit hun jaarrekeningen. Het verlies komt overeen met bijna 5 procent van hun omzet.

De afgelopen jaren was er veel kritiek op zorgverzekeraars dat zij te veel geld zouden oppotten. Het kapitaal dat zij achter de hand houden om financieel gezond te blijven is veel hoger dan de toezichthouder eist. En dat kapitaal is opgebouwd met het premiegeld dat zij binnenkrijgen van de verplicht af te sluiten ziektekostenverzekering.

Lees ons hele verhaal over de verliezen van verzekeraars: Verzekeraars lijden verlies op polis

De zorgverzekeraars claimen nu die vermogens aan te spreken. CZ, de nummer drie van de markt, geeft via een laag gehouden jaarpremie in 2016 omgerekend 165 euro „terug” aan zijn verzekerden. Dat is 13,80 per maand. VGZ, de nummer twee van de markt kwam uit op 10,60 euro maandelijkse ‘subsidie’.

Bestuursvoorzitter Willem van Duin van marktleider Achmea (Zilveren Kruis, FBTO, Interpolis) waarschuwde eerder dit jaar al dat de huidige premiehoogte geen houdbare situatie is.