‘Hè?’ zeggen is misschien niet netjes, maar wel efficiënt

Taalwetenschap In verschillende talen repareren mensen dreigende misverstanden op dezelfde manieren en liever efficiënt dan beleefd.

Het is natuurlijk onbeleefd, om ‘hè?’ te zeggen in plaats van ‘wat zegt u?’ of ‘pardon?’. Maar in alledaagse gesprekken blijken mensen die beleefde vorm nauwelijks te gebruiken. In geen enkele taal. Sommige talen, zoals het Cha’palaa uit Ecuador of het Murrinh-Patha uit Australië, kennen niet eens een beleefde variant. Daar moeten mensen wel ‘hè?’ zeggen (in hun taal ‘a?’ of ‘ã?’).

Heel efficiënt, vindt taalkundige Mark Dingemanse van het Max Planck Instituut in Nijmegen. „Ik betwist niet dat ‘wat zegt u?’ nuttig kan zijn. Als ik bij de koninklijke familie op bezoek was, zou ik dat ook zeggen. Maar ik voorspel je dat de koninklijke familie zelf aan de ontbijttafel gewoon ‘hè?’ zegt.” Dingemanse en collega’s hebben net een groot, vijf jaar durend onderzoeksproject afgerond naar het ophelderen van misverstanden in alledaagse conversaties in 12 verschillende talen van over de hele wereld, waaronder één gebarentaal. Onlangs hebben ze de voorlopig laatste artikelen erover online gezet bij het vakblad Open Linguistics.

Er gaat heel wat mis, als we met elkaar praten. Tijdens een gemiddeld gesprek vragen we eens in de 90 seconden om opheldering. Dan herhalen we op vragende toon wat de ander zei, of we zeggen ‘hè?’, of we stellen een specifieke vraag: ‘wie?’, ‘wat?’. Met die drie methoden lossen mensen in alle onderzochte talen dreigende misverstanden direct op, zodra ze plaatsvinden. „Het is een universeel systeem waar elke taal zijn eigen draai aan kan geven.”

Mensen vragen gemiddeld eens in de 90 seconden om opheldering

Zo heeft het Siwu, waar Dingemanse in Ghana onderzoek naar heeft gedaan, een naamwoordklassesysteem waarbij woorden voor kleine dingen te herkennen zijn doordat ze met ka- beginnen. „Dat gebruiken mensen als ze om opheldering vragen en dat zou in het Nederlands niet zo gemakkelijk kunnen. Wij vragen niet: wélk -tje zei je?”

Een „microkosmos van menselijke samenwerking”, noemt Dingemanse de begripsreparatie. „Juist die rafelranden van de taal, de plekken waar het misgaat, laten zien hoe door en door sociaal taal is en hoe mensen samenwerken om problemen op te lossen. Dat zou je niet vinden als je alleen formele zinnetjes zou bestuderen. Als ik een vreemde taal zou leren, zou ik ook het liefst deze reparatiemechanismen leren, in plaats van de beleefde vormen die vrijwel geen mens gebruikt – en die jou meteen markeren als iemand die het uit een boekje heeft geleerd.”

Nog een ontdekking: rustig uitgesproken zijn ‘hè?’ en ‘wat?’ vragen om opheldering, maar overdreven gearticuleerd worden het uitroepen van verbazing. Ook dat bleek in alle talen zo te werken. „Ook in gebarentaal, met grotere gebaren. Eigenlijk druk je verbazing uit met elke vraag die je overdreven gearticuleerd uitspreekt.” Alsof je een uitroepteken achter het vraagteken zet? „Ja, in geschreven taal is dat inderdaad het equivalent.”

    • Ellen de Bruin