Vrouw op leeftijd krijgt weer smalle heupen

In de vruchtbare leeftijd zouden brede vrouwelijke heupen de geboorte vergemakkelijken. Waarom zijn ze dan niet nog breder?

De brede heupen van vrouwen in de vruchtbare leeftijd zijn tijdelijk. Wanneer vrouwen de veertig gepasseerd zijn, worden hun heupen weer smaller – zij het niet zo smal als bij mannen.

De subtiele verandering viel pas op toen Zwitserse antropologen de bekkens van 275 gezonde baby’s, kinderen en volwassen mannen en vrouwen bestudeerden. „Dat het bekken van vrouwen smaller wordt tussen de veertig en tachtig jaar, was de grote verrassing”, zegt evolutionair antropoloog Christoph Zollikofer van de Universität Zürich. „Het laat zien dat vrouwenheupen tijdens het leven net zo wijd worden als nodig.”

Als een wijd geboortekanaal na het kinderen krijgen niet meer nodig is, is het voor de stabiliteit mogelijk gunstiger om een smaller bekken te hebben.

De studie onder leiding van Zollikofer en zijn collega Marcia Ponce de León verscheen dinsdag in PNAS. Zij deden al veel onderzoek naar de evolutie van het menselijk skelet.

Het onderzoek past binnen de discussie over het zogeheten „obstetrisch dilemma”. Door evolutie ging de mens rechtop lopen én we kregen een groot brein. Voor de geboorte van een groothoofdig kind is een wijd geboortekanaal nodig, maar een al te wijd bekken zou efficiënt rechtop lopen belemmeren – twee tegenovergestelde anatomische eisen dus.

Dat de vrouwenheupen weer versmallen na het veertigste jaar is door dat obstetrische dilemma te verklaren. Maar tegelijkertijd is er veel discussie over dat dilemma. Vrouwen met brede heupen lopen namelijk net zo efficiënt als vrouwen met smalle heupen, publiceerde een team rond evolutionair antropoloog Daniel Lieberman van Harvard vorig jaar in PLOS One. „Het obstetrisch dilemma is niet dood”, reageert Zollikofer. „Alleen zit het voordeel van smallere heupen blijkbaar niet in efficiënt lopen. Wij denken dat het om bekkenstabiliteit gaat.”

Blijft de vraag, schrijven hij en Ponce de León, waarom de heupen van vruchtbare vrouwen niet nóg breder zijn. Brede heupen mogen dan ongunstig zijn voor de bekkenbodem, maar nu kampen vrouwen met – in vergelijking met andere mensapen – zware, pijnlijke bevallingen met veel schade voor moeder en kind.

De Britse antropoloog Jonathan Wells (University College Londen) kwam de afgelopen jaren met de hypothese dat dat pas zo is sinds de opkomst van de landbouw: door te goede voeding zijn de foetussen te groot geworden. Interessante hypothese, vindt Zollikofer. „Maar moeilijk om er bewijs voor te vinden. We weten erg weinig van de geboorte bij jager-verzamelaars.”

Volgens Zollikofer waren ook de gegevens voor zijn eigen studie erg moeilijk te verkrijgen. Het Zwitserse team onderzocht de heupafmetingen van 275 mensen. Kale skeletten bleken niet geschikt voor het onderzoek, omdat zachte weefsels zoals bindweefselbanden mede bepalen hoe het bekken er uitziet.