Verplicht register werkt pas als tekort aan leraren is opgelost

Het grootste probleem in het onderwijs is het groeiende tekort aan bevoegde leraren. Dat concentreert zich in de Randstad en in Limburg; het geldt voornamelijk voor de belangrijke exacte vakken. Scholen staan onder spanning. Roosters moeten worden gevuld. Leraren vergrijzen, jonge leraren geven de moed op. Het tekort vergroot de ongelijkheid omdat scholen met zwakke leerlingen er het meest onder lijden. Daar is onderwijs het zwaarst.

Toch draaien de beleidsmakers en onderwijsvernieuwers om het tekort heen. Dat geldt voor de twee spraakmakende vernieuwingsvoorstellen van dit jaar, een nieuw curriculum voor 2032 en een nieuw lerarenregister. Het voorstel voor een nieuw curriculum negeert het tekort. Het lerarenregister, waar vanaf 2022 alle bevoegde leraren in moeten staan met de status van hun verplichte bijscholing, raakt slechts zijdelings aan dat tekort.

De Raad van State brandde maandag het wetsvoorstel tot een lerarenregister af. Niet doen, stelde het adviescollege. Los eerst het tekort op, richt dan pas een register in. Hoe kan een leraar wegens slechte bijscholing worden geschorst als geen bevoegde leraar het kan overnemen? In veel scholen hangt het onderwijs in de tekortvakken met stoplappen aan elkaar. Vandaar dat het lerarenregister een lange aanloop heeft. Maar volgens de prognoses is in 2022 het tekort alleen maar groter.

De Raad van State heeft de onderwijsvernieuwers met hun neus op de feiten gedrukt. Dat neemt niet weg dat zo’n lerarenregister de status en autonomie van het vak kan verhogen. Te vaak dient de leraar als knechtje van machtige schoolbesturen, grillige beleidsmakers en veeleisende ouders. Het lerarenregister wordt door geen van die drie partijen gerund maar door de vakorganisaties van de leraren zelf, verenigd in de Onderwijscoöperatie. Die bepaalt aan welke eisen bevoegde leraren moeten voldoen en wat voor bijscholing nodig is. Die bijscholing is ook een recht, dat niet opzij kan worden geschoven voor het volle lesrooster.

Zo’n register kan het leraarschap aantrekkelijker maken. Belangrijker voor bestrijding van het tekort is de verbetering van de arbeidsvoorwaarden, waar de Algemene Onderwijsbond op hamert. Nederland scoort internationaal hoog in het aantal lesuren en het aantal leerlingen per klas. Jonge leraren hebben meer begeleiding nodig, de bureaucratie kan minder, de betaling van leraren in de tekortvakken beter. Die maatregelen kosten extra geld en zijn daarom impopulair bij beleidsmakers en oppottende schoolbesturen. Maar alleen zo kan het tekort worden opgelost. En dan kan ook het lerarenregister slagen, na een lange aanloop.