Trump wint alles, maar oooh, die regels

Voorverkiezingen Trump won op mini-Super Tuesday vijf staten. Maar tot zijn frustratie is dat nog niet genoeg voor de nominatie.

Foto Lucas Jackson/Reuters

Donald Trump beschouwt zichzelf als een bokser, zei hij na zijn (verrassend grote) zege bij de Republikeinse voorverkiezingen op dinsdag. Een bokser die zijn tegenstanders knock-out heeft geslagen, en nu gewoon de prijs in ontvangst wil nemen. Maar de regels, die ellendige regels, staan nog steeds tussen Trump en de Republikeinse nominatie in.

„Dat doen boksers ook niet, na een knock- out geduldig wachten op een beslissing.”

Trump heeft ten dele gelijk. Dinsdagnacht wás een knock-out voor het #NeverTrump-kamp, dat nog uit twee kandidaten bestaat. John Kasich en Ted Cruz wonnen niet één van de vijf staten waar Republikeinse en Democratische voorverkiezingen werden gehouden. Erger nog: ze wonnen niet eens één kiesdistrict. Ted Cruz kan niet langer aan de benodigde 1.237 gedelegeerden komen. John Kasich heeft nog altijd niet eens zo veel gedelegeerden als Marco Rubio won. En Rubio is al langer dan een maand uit de race.

Einde van het anti-Trump-kamp, zou je denken. Maar zo makkelijk gaat dat niet in de Grand Old Party. Ook Trump zit nog altijd niet aan 1.237 gedelegeerden. Die heeft hij absoluut nodig. Wint hij niet de helft-plus-één, dan begint de Conventie in juli onbeslist. Na een eerste stemronde mogen gedelegeerden van voorkeur wisselen. Een ‘open Conventie’ schept kansen voor behendige politici als Ted Cruz, en verkleint de kansen van Trump.

Trump zal de komende weken in grote staten als Indiana en Californië nog uitstekend moeten presteren, terwijl de concurrentie nergens te bekennen is. Dat is oneerlijk, vindt Trump. „Het systeem is gemanipuleerd”, zegt hij vaak. Hij heeft de meeste stemmen, én de meeste gedelegeerden. Dus, herhaalde hij dinsdag, hij heeft recht op de Republikeinse mantel, en niemand anders.

„Ik ben de aanstaande genomineerde.”

Het is een handig argument. Trump heeft hiermee nieuw bewijs om te tonen dat hij de man van het volk is, die het opneemt tegen twee corrupte partijen.

Zie hier de volledige overwinningsspeech van Trump:

Trump lijkt het eens met het boek The Party Decides van politicoloog Marty Cohen, uit 2008. Politieke partijen, betoogde Cohen, zijn in handen van een kleine elite die precies bepalen wie een voorverkiezing wint. Hebben Trump en Cohen gelijk? Is de partijverkiezing zo ontworpen dat Trump, de buitenstaander, minder kansen heeft dan kandidaten die wél de steun van de partijelite hebben?

Niet echt.

Ja, de Republikeinse partij heeft barrières opgeworpen voor kandidaten. Zo eist de partij een absolute meerderheid in gedelegeerden, die op de conventie een kandidaat kiezen.

Er zijn ook andere tactieken: een partij kan schuiven met verkiezingsdata, om een kandidaat te helpen. Vroege staten verdelen gedelegeerden bijvoorbeeld vaker proportioneel. Dat betekent dat het veld versplintert, en dat is nadelig voor de favoriet.

Tot de jaren zestig hadden kiezers nauwelijks iets te zeggen over wie de kandidaat werd.

De meeste voorverkiezingen zijn bovendien alleen toegankelijk voor kiezers die zich geregistreerd hebben als Republikein. Dat werkt niet in Trumps voordeel. Hij doet het juist goed onder kiezers die zich van politiek hebben afgekeerd. Bij ‘open voorverkiezingen’, waar iedere kiezer mag stemmen, doet Trump het altijd beter.

Het zijn overblijfselen uit de tijd dat partijelites inderdaad bepaalden wie de presidentskandidaat werd. Tot de jaren zestig hadden kiezers er nauwelijks iets over te zeggen. In 1968 kon de Democraat Hubert Humphrey nog winnen, terwijl hij niet eens meedeed in de voorverkiezingen. Dat moest anders, beslisten beide partijen. Want wie voorverkiezingen kan winnen, zal in in de echte verkiezingen ook wel goed doen.

De macht ligt bij de kiezers

Nu, in 2016, hebben de partijen de macht grotendeels aan de kiezer gegeven. Vooral de Republikeinse partij, die machteloos moet toezien dat Trump de partij zo goed als helemaal in zijn macht heeft. Er zijn maar weinig mechanismen om hem te stoppen. De meeste voorverkiezingen bij de Republikeinen belonen de winnaar met álle gedelegeerden, wat goed uitkomt voor Trump.

De Democraten kennen een veel stroperiger systeem, waarbij de gedelegeerden evenredig verdeeld worden. Daar heeft Bernie Sanders, de uitdager van koploper Hillary Clinton, veel last van gehad. Hij won onlangs zeven staten op rij, maar haalde zijn achterstand nauwelijks in.

De Republikeinen kennen, anders dan de Democraten, geen ‘supergedelegeerden’. Dat zijn partijbonzen die straks op de conventie onafhankelijk stemrecht hebben. Zij kiezen meestal in lijn met de partijtop. Hillary Clinton, die 2.383 gedelegeerden moet winnen, heeft nu al de steun van 519 supergedelegeerden. Sanders heeft er nog maar 39 overtuigd.

Trump heeft dat probleem niet. Als hij de absolute meerderheid haalt van 1.237 gedelegeerden, is hij de Republikeinse kandidaat. Maar dan moet hij de staten die nu volgen, wel blijven winnen. Hoe belangrijk dat is, blijkt deze weken op de talloze mini-conventies, die staten na de voorverkiezingen organiseren. Op die conventies wijzen Republikeinen uit hun midden de mensen aan die straks op de conventie in Cleveland gaan stemmen.

In veel staten komt Trump dan in de problemen. Ted Cruz, die een even uitgebreide als fijnmazige organisatie heeft, slaagt erin gedelegeerden naar Cleveland te krijgen die op zijn hand zijn. Na een eerste stemronde, waarbij gedelegeerden moeten stemmen op de kandidaat waaraan ze ‘gebonden zijn’, zijn ze vrij van keuze te veranderen.

Daar hoopt Cruz op.

Maar als Trump een meerderheid van de gedelegeerden wint, komt het niet zo ver. Alleen dan heeft Trump de knock-out uitgedeeld, en heeft hij de winst binnen. Zo zijn de regels.