Column

Trekken aan een dood handelspact

Het moet op dit moment een van de minst begeerlijke banen zijn: onderhandelaar voor het nieuwe handelspact tussen de EU en de Verenigde Staten, het Transatlantische Handels- en Investeringspartnerschap (TTIP).

Deze week begon de dertiende praatronde tussen Europese en Amerikaanse ambtenaren, in New York. Terwijl al moeizaam gedelibereerd wordt over de details van het pact, valt de publieke steun onder de ogen van de onderhandelaars uiteen.

Volgens de jongste eurobarometer van de EU zijn Nederlanders nog steeds overweldigend voor vrijhandel (78 procent), maar de steun voor TTIP is in een jaar tijd gekelderd van 74 procent (najaar 2014) tot 63 procent (voorjaar 2015) tot nog maar 53 procent (najaar 2015). Dat is, na de Tsjechen en de Hongaren, de grootste daling van de steun voor TTIP in de EU.

En dat zijn dan de cijfers die zijn verzameld in november vorig jaar. Over ruim een maand kunnen we de nieuwste halfjaarlijkse poll verwachten. Het moet, gezien de snel verslechterende sfeer, vreemd lopen wil er in Nederland dan nog een meerderheid zijn. In dat geval sluit ons land zich aan bij de Duitsers, de Oostenrijkers, de Luxemburgers en de Slovenen. Een voorzichtig profiel van de typische Nederlandse tegenstander: een hoogopgeleide vrouw van rond de veertig.

Hoe de steun verder afkalft, was af te lezen aan een peiling van You.gov in opdracht van de Duitse Bertelsmannstichting. De resultaten werden gepresenteerd in het kader van het bezoek van de Amerikaanse president Obama aan Duitsland, begin deze week. De uitslag van het Bertelsmann-onderzoek, hoewel niet direct vergelijkbaar met de methodiek van de eurobarometer: nog maar 15 procent van de Duitsers vindt TTIP een goed idee. Tekenend is ook dat slechts 17 procent van de Amerikanen positief tegenover het verdrag staat.

Wat minder duidelijk naar voren kwam, was dat ook maar 33 procent van de Duitsers echt tegen is, en slechts 18 procent van de Amerikanen. Er is een enorme middengroep die zichzelf onvoldoende geïnformeerd vindt, of er neutraal tegenover staat.

Je hoort de voorstanders dus al roepen: beter uitleggen, dat verdrag. Iets genuanceerder graag, over chloorkippen, hormoonvlees, speciale arbitragehoven, kinderzitjes en de afbraak van arbeidsvoorwaarden.

Maar gaat het daar nog wel over? Te vrezen valt van niet. De argwaan tegen globalisering, tegen de overheid, tegen de macht van het ‘grootkapitaal’ zit er op dit moment aan weerskanten van de oceaan te diep in. De TTIP-discussie wordt de zoveelste waarin beide kampen hun eigen werkelijkheid hebben, zodat praten weinig helpt.

De Amerikanen sloten al een soortgelijk verdrag met Aziatische landen, het Trans Pacific Partnership. De kans dat dit in het Congres ook wordt geratificeerd, wordt met de maand kleiner. In november zijn de Amerikaanse presidents- en Congresverkiezingen. Volgend jaar volgen de Franse presidentsverkiezingen, en parlementsverkiezingen in onder meer Duitsland en Nederland. Wie wil zich nog branden aan TTIP? De vraag stellen is hem beantwoorden.