Satire en schelden zijn synoniemen geworden

In Lof der Zotheid, het bekendste werk van Desiderius Erasmus, schrijft hij een brief aan zijn goede vriend Thomas More, aan wie hij het boek opdroeg. Naar ik me heb laten vertellen – door Wikipedia – is dit een van de eerste satirische werken in ons land.

‘Dese vrijheyt is altijts vernuftighen menschen toeghelaten geweest, dat sy souden ongestraft met boerden, ende gesouten woorden op het gemeyn leuen der menschen spreken, so verre dese vrijheyt niet tot raserie en quame.’

Vrij vertaald: schrijvers hebben altijd de vrijheid gekregen om ongestraft spot te drijven met het leven van alledag, zolang het niet leidt tot raserie. Dat laatste woord laat zich het best vertalen tot razernij, dolheid, waanzin.

Een origineel exemplaar uit 1560 is online in te zien bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. (De versie uit 1952 is net wat makkelijker leesbaar.)

Wanneer zette een satiricus u nog echt aan het denken?

Hoe groot is het contrast met satire anno nu, dat hoofdzakelijk uit raserie lijkt te bestaan. Vrijheid van meningsuiting, satire en ordinair schelden zijn synoniemen geworden. En dat levert dan hoogstandjes op als: Erdogan is een jongenshoertje / geitenneuker / pedofiel.

Vlak nadat bleek dat de Duitse komiek Jan Böhmermann vervolgd zou worden voor zijn uitspraken over Erdogan, nam zijn Nederlandse collega Hans Teeuwen het op geheel eigen wijze voor hem op. In een bijdrage voor RTL Nieuws beschreef hij hoe hij als jongenshoertje Erdogan oraal bevredigde zonder die gunst terug te krijgen. Maar volgens Theo Maassen beschuldigde Teeuwen Erdogan er onterecht van een luie minnaar te zijn. In een lezersbrief in de Volkskrant schreef hij hoe hij wél aan zijn trekken kwam bij de Turkse president.

Juist.

Erdogan knijpt de vrije democratie en alles wat daarbij hoort steeds meer af, en de satire over hem gaat vooral over zijn geslachtsdeel en waar hij dat wel of niet in stopt of zou moeten stoppen.

Moge het duidelijk zijn dat van mij iedereen mag zeggen wat hij of zij wil binnen de grenzen van de wet. En die grenzen mogen van mij zo minimaal mogelijk zijn – geweld daargelaten. Punt is dat het doel van satire zijn waarde lijkt te verliezen. Wanneer werd u daadwerkelijk aan het denken gebracht door een satiricus? De situatie in onvrije landen als Turkije doet beseffen hoe we het hier getroffen hebben. Sinds Erdogan anderhalf jaar geleden aantrad als president, zou het Turkse Openbaar Ministerie al het duizelingwekkende aantal van 2000 mensen hebben aangeklaagd voor belediging. Dat zijn meerdere mensen per dag. Toch is deze man nergens in Europa zo populair onder Turken als in ons land. Dat geeft stof tot nadenken. Dat kan door grapjes te maken over de penis van Erdogan, het kan ook door er serieuzer en scherper over te debatteren.

Vergeef me mijn onpopulaire mening, maar ik heb het redelijk gehad met mensen die de vrijheid van meningsuiting misbruiken om te beledigen zonder doel. Dat is zonde. Het besmeurt namelijk een vrij essentieel onderdeel van een vrije democratie. Daarin moet je alles en iedereen kunnen bekritiseren, ook – nee, júíst – als dat pijn doet. Maar kritiek hebben is iets wezenlijks anders dan ordinair schelden zonder verder een punt te maken. Het lijkt me in alle meningengeweld niet onverstandig om er ook bij stil te staan dat het hebben van een mening niet moet. Het is geen verplichting. Geen wedstrijd. Het is ook prima om er allemaal eens niks van te vinden.