Ria Pacquée ziet overal cirkels

Ria Pacquée, Circles (Streetrambling archief), 2006-2016. Fotoprint op aluminium, (elk) 18×24 cm. Foto’s Ria Pacquée

Al wandelend beelden creëren: het is een fenomeen dat in de kunstgeschiedenis een rijke traditie heeft. Richard Long en Hamish Fulton maakten kunst van hun lange trektochten. De Belg Francis Alÿs verzamelde beelden door met een magnetische speelgoedhond door de straten van Mexico-Stad te dwalen, onderweg muntjes en bierdopjes met zich mee sleurend. Ook de Belgische kunstenaar Ria Pacquée (1954) is zo’n straatjutter. Ze heeft zelfs een woord verzonnen dat haar manier van werken beschrijft: streetrambling.

Haar kunstenaarsoog valt op objecten waar de meeste mensen gedachteloos aan voorbijlopen. Door die te benadrukken, maakt Pacquée er toch kunst van.

In eerdere series fotografeerde Pacquée bijvoorbeeld alleen blauwe of rode spullen, zoals de Brit Tony Cragg sculpturen maakte van blauw of rood afval. Nu, in de Haagse galerie Maurits van de Laar, heeft ze haar blik gericht op cirkels. Aan de wand hangen tientallen foto’s die ze maakte in haar woonplaats Antwerpen en tijdens een recente reis door Myanmar. We zien de trommels, tafelbladen, schotelantennes en deksels die ze aantrof in het chaotische straatbeeld. Om de cirkels heen is veel ruis – van voorbijgangers, groentekramen, onkruid of grofvuil – en toch is er steeds die focus.

Los zijn de beelden onspectaculair, maar zodra de foto’s naast elkaar hangen, ontstaat er een prachtig ritme. Dan rijgen de cirkels zich aaneen tot een abstracte stippellijn die onopvallend door de straten loopt. Vandaar ook dat de galerie de foto’s minimaal per drie verkoopt. Alleen als serie geven de cirkels hun schoonheid prijs.

In de video Running Around (2015) kiest Pacquée voor een andere manier van focussen. Ditmaal stelt ze scherp op alledaagse dingen door er cirkeltjes omheen te rennen. Het is een hilarisch gezicht om de kunstenaar, een oudere dame met een kaal hoofd en een lange jas, rondjes te zien hollen om bergen zand, stukken vangrail of verwaarloosde speeltuintjes. Maar het werkt wel. Ook deze aftandse zaken zijn het waard om bekeken te worden, zo besef je direct. Nu zijn ze misschien vergeten, maar ooit zijn ze er met een doel neergezet.

Krankzinnig doorwerkte tekeningen

De tekeningen van Henri Jacobs (1957), de tweede exposant, sluiten mooi aan bij het werk van Pacquée. Ook Jacobs is zo’n kunstenaar die zich kan verwonderen om het patroon van stoeptegels of het ritme van een bakstenen gevel. Sinds 2003 maakt hij dagelijks een Journaal Tekening waarin hij die patronen gedetailleerd uitwerkt. Het zijn krankzinnig doorwerkte tekeningen, vol grafische motieven die je in de natuur tegen zou kunnen komen: golven, cellen, spiralen – en cirkels. Op de wand van de galerie heeft Jacobs met potlood duizenden cirkels getrokken, als de groeven van een elpee of de jaarringen van een boom. Fraai, hoe het ritme van Pacquées cirkels zo door de hele tentoonstelling heen resoneert.