Column

Oostenrijk dreigt te gaan experimenteren met een extreem-rechtse president

De grote winst van de rechts-populistische FPÖ in de eerste ronde van de Oostenrijkse presidentsverkiezingen, zondag, is een mokerslag voor de conservatieven en sociaal-democraten die het land sinds 1945 besturen. Maar echt verbaasd kunnen ze niet zijn.

Oostenrijk was al in mineur door de economische crisis, waarvan de FPÖ na een periode in de versukkeling profiteerde. De migrantencrisis heeft de onvrede tot ongekende hoogte opgestuwd. Met zijn harde standpunten tegen immigratie, tegen Brussel, tegen globalisering en vóór staatssteun aan minder bedeelde Oostenrijkers wist de partij dat reservoir van ontevredenen af te tappen.

Norbert Hofer (45) was tot voor kort een relatief onbekende. Hoewel hij naar eigen zeggen in „deze onzekere tijden” een Glock-pistool draagt, heeft hij in de campagne weinig extreme uitspraken gedaan. Zijn kalm uitgesproken boodschap dat de burger wordt „bedrogen” door Brussel en Wenen was effectiever dan welke peiling ook voorspelde. In delen van het land die het meest te maken hebben met de migranten haalde hij zelfs meer dan 40 procent.

Het aandeel van de twee oude middenpartijen, de conservatieve ÖVP en de sociaal-democratische SPÖ, slinkt bij parlementsverkiezingen al jaren. Dat Groenen-kandidaat Alexander van der Bellen, zondag nog voor hen eindigde, is zout in de wonde.

Dit was de eerste ronde. Op 22 mei komt Hofer uit tegen Van der Bellen (72), die migratiequota juist heeft bekritiseerd en won in Wenen. Het land komt hoe dan ook in terra incognita terecht. Na 1945 is er nooit een president geweest die niet uit SPÖ of ÖVP voortkwam. Zullen die partijen Van der Bellen hun steun geven om Hofer te blokkeren? De ÖVP is al ver naar rechts geschoven en de SPÖ, die ter linkerzijde massaal kiezers verliest, zit in een spagaat.

En wat kan een president Hofer betekenen? De baan was tot nu toe vooral ceremonieel. Maar in theorie kan hij het parlement ontbinden en vervroegde verkiezingen uitschrijven. Ook daarin voert de FPÖ de peilingen aan. Van 2000 tot 2005 nam de FPÖ als juniorpartner deel in een coalitie met de conservatieve ÖVP. Dat is opnieuw denkbaar, maar dan in omgekeerde rollen.

Voor Jörg Haider was er destijds geen ministerspost, omdat zelfs zijn eigen partij hem internationaal een te groot risico vond. Daarmee zal FPÖ-leider Heinz-Christian Strache vermoedelijk geen genoegen nemen. Met een regering van zo’n anti-Europese, autoritaire signatuur, zou Oostenrijk „ook politiek oostelijk van Praag komen te liggen”, is al opgemerkt. Zo ver is het nog niet, hoewel geestverwanten in Frankrijk, Nederland, Italië en Duitsland alvast applaudisseren.