In China moet nu ook Greenpeace ‘op de thee’ bij de politie

Nieuwe wet De 7.000 buitenlandse ngo's worden voortaan regelmatig verhoord. Werken ze niet mee met de politie, dan komen ze op een zwart lijst.

Chinese functionarissen na een persconferentie over de nieuwe ngo- wet. Ng Han Guan/ AP Photo

De kleurenrevoluties in de voormalige Sovjet-Unie en de Jasmijn-en Facebook-revoluties in het Midden-Oosten zijn door de Chinese autoriteiten grondig bestudeerd op de rol van „vijandige factoren”, binnenlands of buitenlands van aard. Om een Chinese Jasmijn-revolte in de kiem af te snijden gaat daarom geen maand voorbij zonder nieuwe controles op het Chinese internet met 750 miljoen gebruikers, op intellectuelen, advocaten en nu ook op non-gouvernementele organisaties.

Nieuwste maatregel is de wet, die donderdag is goedgekeurd door het Nationale Volkscongres, om de greep op buitenlandse non-gouvernementele organisaties, ongeveer 7000, te versterken. Na heftige kritiek van westerse regeringen, waaronder de Nederlandse EU-raadsvoorzitter Koenders en president Obama, zijn universiteiten, ziekenhuizen en wetenschappelijke onderzoeksinstituten buiten het bereik van de nieuwe ngo-wet geplaatst. Maar de kern van eerdere, omstreden versies is gehandhaafd en dat betekent dat ngo’s onder controle komen te staan van het Ministerie van Openbare Veiligheid, van de de politie dus.

Ngo’s, bijvoorbeeld op het gebied van aids, gelijke rechten, milieu- en dierenbescherming en christelijke instellingen kunnen verwachten dat zij heel vaak worden uitgenodigd „voor het drinken van een kop thee”, eufemisme voor een verhoor ten burele.

Organisaties die dit niet willen, komen op een zwarte lijst. Human Rights Watch en Amnesty stonden er op, dit risico lopen milieuorganisaties en Save the Children en Greenpeace ook. Zij moeten boekhoudingen openstellen en de autoriteiten duidelijk maken dat de geldstromen niet komen van de CIA, Japan en andere landen of organisaties die China’s stabiliteit willen ondermijnen.

Als extra zekerheid wordt ook van buitenlandse ngo’s verwacht dat zij joint ventures sluiten met Chinese organisaties die voor de buitenlanders garant moeten staan. Slechts weinig Chinese ngo’s, die al onder streng toezicht willen dat risico nemen.

China schaart zich met deze nieuwe ngo-wet in het gezelschap van Rusland, Iran en India en gaat zelfs verder. Naast vrees voor een revolutie die naar een kleur, een bloem of sociaal medium is vernoemd speelt ook mee dat de nationale en lokale overheden niet van openlijke kritiek van onafhankelijke organisaties houden. Het bewijs daarvoor ligt besloten in een reeks recente incidenten met feministische groepen, anti-discriminatie- en juridische organisaties.

Een Zweedse ngo-medewerker, Peter Dahlin, werd onlangs het land uitgezet nadat hij gedwongen was op de staatstelevisie een „bekentenis” af te leggen. De ngo-directeur zou „blote voeten-advocaten” opleiden en hielp een Beijings advocatenkantoor in gevoelige mensenrechtenzaken.

De nieuwe ngo-wet maakt voor een categorie ngo’s een uitzondering en dat zijn de buitenlandse liefdadigheidsorganisaties en instellingen die werken met wezen, met verstoten kinderen van ter dood veroordeelden en lichamelijke en geestelijk gehandicapten. Die waren en blijven van harte welkom, want worden beschouwd als de echte vrienden van het Chinese volk.