Naar top met nieuw sportlichaam

Barbara van Bergen (37) had als kind één droom: topsporter worden. Dat lukte. Al was er wel een motorongeluk voor nodig om die droom te verwezenlijken.

Foto Andreas Terlaak

De deur van het café in Amsterdam Oud-West zwaait voor de zoveelste keer open. Dit keer komt er een jonge vrouw in een rolstoel binnen. Met een zelfverzekerde glimlach en een zekere nonchalance rolt Barbara van Bergen het café door. Eenmaal bij de tafel schuift ze een stoel opzij en zet die van haar ervoor in de plaats.

Ze droomde van sporten op het hoogste niveau

Ze heeft net op Papendal getraind met het Nederlands rolstoelbasketbalteam, de ploeg waarvan ze sinds 2007 deel uitmaakt en nog hetzelfde jaar de zilveren medaille mee in de wacht sleepte op het Europees kampioenschap. Het was een lang gekoesterde droom, sporten op het allerhoogste niveau. „Ik was twaalf toen ik met atletiek begon, bij Rotterdam Atletiek. Ik was direct verkocht. Ik deed mee aan de meerkamp voor junioren en was best goed. Op een gegeven moment dacht ik: hoe gaaf zou het zijn als ik hier verder in zou komen?”

Op basis van karakter en hard werken schopte de atlete het zelfs tot een tweede plek op het NK bij de junioren. „Maar uiteindelijk bleek ik toch niet goed genoeg om de internationale top te bereiken.”

Beelden van de EK-finale rolstoelbasketbal dames tussen Nederland en Duitsland, die Nederland vorig jaar verloor:

Een nachtmerrie op de motor

Toch haalde Van Bergen die uiteindelijk wel. Al ging daar een nachtmerrie aan vooraf. Ze vertelt over de vroege maandagochtend in 2006. „Ik reed rustig op mijn motor tussen de file op de A4 door toen er plotseling een auto van baan wisselde. Het ene moment zat ik nog op de motor, het volgende vloog ik door de lucht en lag ik plat met mijn rug op het asfalt. Ik had verschrikkelijk veel pijn en voelde mijn benen niet meer. Ik wist dat het niet goed zat, maar ik was ervan overtuigd dat ze me in het ziekenhuis wel weer zouden oplappen.”

Het enige waar ze zich druk over maakte na een ernstig ongeluk: zal ik ooit nog kunnen sporten?

Dat gebeurde niet. Het moment dat de dokter haar aan het ziekenhuisbed vertelde dat ze een dwarslaesie vanaf haar navel had, herinnert ze zich als de dag van gisteren. „Gek genoeg was het enige waar ik me druk om maakte de vraag of ik ooit weer zou kunnen sporten. De gedachte dat ik dat niet meer zou kunnen, vond ik onverdraaglijk. Het eerste wat ik zei was dat ik dan gewoon zou gaan zitskiën en mijn vriend moest van mij direct uitzoeken hoe het met wakeboarden zat.” Naast atletiek waren dat de twee sporten waar Van Bergen gek van was.

In het revalidatiecentrum ontstond een nieuwe droom

Haar vriend bleef bij haar. „We waren al twaalf jaar samen. In het begin was ik wel bang dat ik hem zou verliezen, maar voor hem is dat nooit een optie geweest. Ik heb hem op een gegeven moment een uitweg geboden, maar hij keek me aan met een blik van: waar heb je het over?”

In het revalidatiecentrum ontstond al snel een nieuwe droom: meedoen aan de Paralympische Spelen. Van Bergen mocht tijdens haar revalidatie allerlei sporten uitproberen, waaronder rolstoelbasketbal. „Wow, wat vond ik dat geweldig. De snelheid, het tactische element van het spel en het feit dat je het met elkaar moet doen. Dat teamelement was ik met atletiek helemaal niet gewend.”

Kilo’s aankomen in de rolstoel

Maar het ging allemaal niet vanzelf. Ze was van een valide atlete een paralympisch sporter geworden en dat vergde veel aanpassingsvermogen. Van Bergen moest enorm wennen aan haar ‘nieuwe’ sportlichaam. „In het begin kwam ik echt kilo’s aan. Ik begreep er niks van, want ik sportte net zoveel als voor mijn ongeluk en soms hing mijn tong echt op mijn knieën van vermoeidheid.”

De basketbalster ontdekte dat ze sportend in een rolstoel veel minder calorieën verbrandde dan rennend op de atletiekbaan. Een van de redenen is dat de beenspieren normaal gesproken veel energie verbruiken, maar omdat Van Bergen die niet meer kon gebruiken, scheelde dat enorm. „Maar daar kwam ik pas acht kilo later achter”, zegt de atlete met een grijns. Niet gek dus dat ze nu extreem goed op haar eten let.

Ook moesten haar armen en schouders de functie van haar benen overnemen en dat waren ze niet gewend. „Mijn spieren en gewrichten raakten zo overbelast dat er cortisone-injecties aan te pas moesten komen.”

Nu is ze de beste van de wereld

Haar goede spelinzicht, snelheid, inzet en schot bleven niet onopgemerkt. Nog geen half jaar later werd Van Bergen voorgesteld aan de bondscoach van het Nederlands rolstoelbasketbal en werd ze de nieuwe forward van het team. „Het was een van de mooiste momenten van mijn leven. Dat had ik als valide sporter nooit gehaald. Die gedachte is eigenlijk afschuwelijk en fantastisch tegelijk. ”

De overwinningen volgden elkaar in rap tempo op: zilver tijdens het EK, brons op de Paralympische Spelen in Londen. Het mooiste moet wat Van Bergen betreft nog komen: goud in Rio. „Onze medaillekansen zijn heel groot. We zijn de besten van de wereld, we moeten het alleen nog afmaken.” Daarvoor traint het team bijna fulltime. Vier dagen per week, twee keer per dag wordt op Papendal getraind met in het weekend een wedstrijd. Dat het team op de goede weg is, heeft het net in Toronto bewezen tijdens de Toronto Challenge, een toernooi waaraan bijna alle toplanden meedoen. „We hebben alle wedstrijden gewonnen. Dat zegt natuurlijk nog niets, maar het geeft wel een goed gevoel en veel vertrouwen voor Rio.”

Na Rio door naar de Winterspelen, op een zitski

Overigens is het na Rio nog niet voorbij. Daarna gaat Van Bergen zich vol storten op het alpine zitski. Ook daar is een paralympische medaille niet onrealistisch. „Ik ben niet bang om op hoge snelheid de berg af te gaan. Daarbij komt dat het veld bij de dames in het zitskiën niet zo breed is. Dat maakt mijn kansen groter.’’ Daarmee zou ze geschiedenis schrijven: als eerste Nederlandse paralympisch atlete die zowel op de Zomer- als de Winterspelen een medaille wint. „Maar eerlijk is eerlijk: de afstand tot de wereldtop is groot. Al ben ik ervan overtuigd dat ik het ga redden. Ja, ik leef mijn droom. Ik ben een topsporter!’