Minder, minder, minder politiek

Traditionele partijpolitiek verkeert in een vertrouwenscrisis. Treur niet. Investeer liever in een ‘democratie van burgers’ zoals die zich via apps in buurten manifesteert, vindt oud-Nationaal Ombudsman Alex Brenninkmeijer.

Illustratie Pavel Constantin

Het fameuze Kodak ging teloor omdat het verdienmodel onderuit ging. Analoog steengoed, maar in het digitale tijdperk vervallen tot industrieel erfgoed. Winkels sluiten omdat online floreert, Tesla haalt VW-diesel in. Politiek is geen bedrijf, maar wel afhankelijk van gelijke wetmatigheden.

Consumenten kopen producten of laten ze links liggen, net zoals ze voor een partij kiezen. Zonder de gunst van de consument slaagt de handel niet, politici kunnen niet zonder kiezersgunst. Traditionele partijpolitiek was lang een gedegen grondslag voor representatieve democratie, maar de partij en haar representatieve functie eroderen rap. Voldoet het concept ‘representatie’ via partijen nog wel? Er zijn vele negatieve indicatoren.

Het vertrouwen is laag in vergelijking met instituties als rechter, politie en media. Geen wonder, want het politieke bedrijf worstelt met integriteit, politici worden dag in dag uit in de media gewogen en te licht bevonden. Het politieke debat verruwt. Partijen verliezen niet alleen hun ideologische grondslag, maar ook hun stabiele aanhang. Ze vullen hun mandje met politieke wensen, ter marketing van de leider. Zo hopen ze kiezersgunst te winnen, tegen de dagkoersen van de permanente opiniepeilingen. Het ‘midden’ raakt als basis voor regeringsvorming leger. Ondertussen etaleren gelukszoekers à la Moszkowicz hun vermeende politiek talent. Rutte II voerde waardevolle hervormingen door, maar kiezersgunst blijft uit. Een stabiele regering na de verkiezingen lijkt een illusie.

Incidenten, uitvergroot in de media, bepalen de Kameragenda. Voorzitter Arib hekelt de overdaad aan moties en Kamervragen. Instrumenten die aan inflatie lijden. Ondertussen speelt het echte debat zich in flitstempo elders af, vooral online. Vicepresident Donner, Raad van State, hekelt de veelheid aan ondoordachte wetgeving. Enerzijds incidentgestuurd, anderzijds resultaat van dichtgetimmerde akkoorden, die reflectie of afweging de pas afsnijden. Het politieke bedrijf stelt zich steeds intoleranter op tegenover feedbacksystemen: rechtspraak, rekenkamers, ombudsmannen, adviescolleges. Partijlidmaatschap verkoopt niet meer, het beroep ‘politicus’ geldt steeds vaker als minpunt op je cv. Kamerleden verlaten gehaast hun zetel om nog aan de bak te komen, oud-politici slijten hun nadagen als consultant of lobbyist. Wethouderschap kent een hoog afbreukrisico. Dit bedreigt de instroom van talent. Bij éénpersoonsbewegingen zoals die van Wilders ontbreekt partijdemocratie en is de financiering mistig. Kansen voor zijn populisme liggen niet binnen het politieke bedrijf, maar erbuiten. ‘Nepparlement’ verkoopt. Het extraparlementaire wint aan markt. Niet het Kamerdebat behoort tot het verdienmodel, maar de oneliner.

Ware democratische krachten komen pas los bij goed overleg, waar luisteren veel belangrijker is dan spreken

Deze teloorgang is niet uniek Nederlands. Benauwd kijkt de Republikeinse partijorde naar Trumps triomfen. Succes gebaseerd op gratis aandacht door extreme uitspraken. In het VK liet Cameron met Brexit-debat de geest uit de fles. In Frankrijk wil 80 procent president Hollande weg. Merkels ‘Wir schaffen das’ bezegelt misschien wel haar politieke lot. In Stockholm, Madrid en Kopenhagen moesten net als in Den Haag nieuwe formules stabiele regeringen vormen, terwijl in Hongarije en Polen absolute meerderheden de democratie uithollen. Op grotere schaal is het slecht gesteld met het vertrouwen in de Europese politiek. Het Oekraïnereferendum was geen democratisch hoogtepunt, maar een aanklacht tegen die Europese politiek. Restauratie van dit traditionele politieke bedrijf lijkt onwaarschijnlijk, omdat de voorwaarden voor het partijpolitieke verdienmodel wegvallen. De Nederlander wil ‘minder, minder’ politiek, maar steunt ondertussen wel met 95 procent de democratie op zich (SCP). Die democratie van burgers moet opnieuw vorm krijgen, een die past bij deze digitale tijd van geïnformeerde burgers. Hoe? Bij Kodak zagen ze het failliet niet aankomen en wisten ze het daarom niet af te wenden. Net zo min hebben politici een antwoord, maar de vernieuwers in onze samenleving wel.

Democratie kent meer vormen dan partijdemocratie. Op talloze manieren raken mensen betrokken, zoals de opvang van vluchtelingen toont. Ondanks verzet bleek op lokaal niveau veel mogelijk. In buurten krijgt democratie opnieuw vorm. Duizenden voorbeelden die het nieuws nauwelijks halen. Lokale democratie: niet gebaseerd op strijd, maar op betrokkenheid en integratie van belangen, bijvoorbeeld via buurtapps.

De nieuwe Omgevingswet opent deuren. Een wet die pas succesvol wordt als de overheid ruimte maakt voor burgerparticipatie. ‘Doedemocratie’ brengt meer inwoners op de been dan partijdemocratie. Er blijkt meer mogelijk dan politici dachten. Probleem is dat partijen moeilijk kunnen loslaten. Het partijpolitieke smoort nogal eens de spontane democratie van inwoners. Of we willen of niet, veel oplossingen voor actuele vraagstukken vinden we in internationaal overleg. Sterker, nationale politici staan vaak met lege handen. Illustratief is de financiële crisis en de vluchtelingenstroom. Wat onderschat wordt is de democratische waarde van een bijeenkomst van regeringsvertegenwoordigers, die gezamenlijk oplossingen vinden. Vaak lukt dat, soms zit de nationale partijpolitiek in de weg en moeten politici over hun schaduw heen springen. Al tientallen jaren maken Europese landen grote vooruitgang door dit soort overleg.

Wat is de rode draad in democratische innovatie? Enerzijds de noodzaak om Den Haag, Berlijn of Parijs niet meer te zien als de belangrijkste machtscentra. Veel van die macht stroomt weg richting steden of buurten én richting de internationale gemeenschap. Bovendien verliest het bij meerderheid beslissen over standpunten als besluitvormingsmethode snel aan waarde. Ware democratische krachten komen pas los bij goed overleg, waar luisteren veel belangrijker is dan spreken. Het zou helpen als de media iets minder naar Den Haag als ons enige democratisch centrum kijken.