Meer repressie zonder noodzaak

Terrorismebestrijding De Kamer bespreekt nieuwe terrorismewetgeving. Onderzoeker Bibi van Ginkel waarschuwt ervoor.

Foto ANP

Paspoorten intrekken, banktegoeden bevriezen, een meldplicht instellen. Europese landen voeren maatregelen in waar geen rechter aan te pas komt. De Tweede Kamer bespreekt deze donderdag de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding. Daarmee kan de overheid bijvoorbeeld contact- en gebiedsverboden opleggen aan mogelijke jihadronselaars.

„Deze wet past in de Europese trend om meer repressieve maatregelen te treffen, zonder goed te kijken naar de toegevoegde waarde en noodzaak”, zegt terrorismeonderzoeker Bibi van Ginkel. Zij is verbonden aan onderzoeksinstituut Clingendael en het Internationaal Centrum voor Contra-Terrorisme (ICCT) in Den Haag. Van Ginkel waarschuwt voor te gemakkelijk ingrijpen buiten de rechter om. „Administratieve maatregelen zijn een manier om de waarborgen van het strafrecht te omzeilen.”

Kan het nuttig zijn om sneller en makkelijker in te grijpen zonder rechter?

„In deze tijden moet je je maatregelen des te zorgvuldiger afwegen. We weten dat de neiging om repressief op te treden soms groot is op momenten dat het niet altijd noodzakelijk is. Denk nog eens rustig na of het echt nodig is. Maar de overheid heeft wel een breed palet aan maatregelen nodig, eventueel ook administratieve maatregelen.”

Het OM vindt ‘terrorismebestrijding’ in de naam van de wet verkeerd. Daarvoor kan het OM zelf al genoeg. Dit gaat om preventie.

„Het OM kan inderdaad steeds vroeger ingrijpen. Eerst werd het strafrecht pas ingezet na een feit. Nu zijn voorbereidingshandelingen en samenzwering voor een terroristische daad al strafbaar. Ik kan me voorstellen dat de wet wordt ingezet om te voorkomen dat een rekruteerder of haatprediker zich in een bepaald gebied begeeft of met anderen in contact komt. Je kunt deze wet gebruiken als je een aantal afslagen hebt gemist in je preventiebeleid.”

De wet vervalt automatisch na vijf jaar. Maar VVD en CDA willen er een permanente wet van maken.

„De ervaring leert dat eenmaal ingevoerde ingrijpende wetten gebruikt blijven worden. Als deze wet over vijf jaar nog nodig is, moeten er opnieuw argumenten zijn om hem te kunnen verlengen.”

Kamerleden stellen verdergaande maatregelen voor. Het CDA noemt opsluiting van teruggekeerde Syriëgangers zonder tussenkomst van de rechter: administratieve detentie.

„Dan wordt er niet gekeken wat iemand zelf heeft gedaan. We moeten de grondbeginselen van onze rechtstaat overeind houden. Ons narratief is dat wij niet zomaar mensen in de gevangenis gooien als wij niet kunnen bewijzen wat zij hebben gedaan.

„Daar komt bij dat er in deze groep ook mensen zitten die geen gevaar vormen. Zij zijn getraumatiseerd en willen een ander pad kiezen. Hen moeten we niet verder traumatiseren of van ons af duwen waardoor ze wellicht alsnog het verkeerde pad kiezen. Er zitten risico’s aan het zomaar inzetten van dit soort harde maatregelen.”

De Kamer wil dat het OM alleen nog vermoedens nodig heeft om terreurverdachten in voorarrest te houden. Beschadigt dat onze grondbeginselen?

„Het betekent in ieder geval dat we ons op een hellend vlak begeven. Er moeten redenen zijn om dit soort maatregelen te treffen. Er wordt gemakkelijk gezegd dat een groep een risico vormt, waarna de discussie voorbij is. Maar dát moet je nou juist aantonen: is dit individu ook écht een gevaar voor onze samenleving?”

Hoe is de balans tussen repressie en preventie in Nederland?

„Nederland heeft een brede strategie met strafmaatregelen, preventie en administratieve maatregelen. Maar het blijft trial and error. De grootste fout die je kunt maken, is denken dat je het probleem al snapt. De overheid moet blijven investeren in onderzoek om geïnformeerd het beleid te kunnen aanpassen.”

Dertig procent van de Europese Syriëgangers keerde terug, blijkt uit ICCT-onderzoek. Zorgwekkend?

„Het zijn niet allemaal gevaarlijke jongens en meisjes. Er zit een groep tussen die getraumatiseerd en gedesillusioneerd terugkomt en daar niets meer mee te maken wil hebben. Zij kunnen een cruciale rol spelen in ons ‘tegenverhaal’. Als wij zeggen: ga niet naar Syrië, dan noemen zij dat westerse propaganda. Deze personen die hun ervaring delen, kunnen veel meer effect sorteren. Daarom is het belangrijk dat je individueel kijkt naar die terugkeerders en ze niet allemaal in detentie gooit.”