KCO met Clementine succes

Benjamin Clementine (1988) is een fenomeen: geboren in een arme wijk van Londen, stopte met school, brak met zijn Ghanese ouders, vertrok naar Parijs en leefde op straat. Hij leerde zichzelf gitaar spelen en zong zijn liedjes in de metro. Uitgegroeid tot cultfiguur werd hij ontdekt en daarna ging het pijlsnel crescendo: vorig jaar won Clementine de prestigieuze Britse Mercury Prize en dinsdagavond trad hij op met het beste orkest van de wereld.

Het Koningsnachtconcert wordt mede georganiseerd door Entrée, de jongerenvereniging van Concertgebouw en KCO, en mikt erop met een kruisbestuiving van pop en klassiek nieuw publiek te lokken. Opzet geslaagd: de zaal zat bomvol en was laaiend enthousiast.

Clementine heeft behalve een uitzonderlijk verhaal ook een uitzonderlijke stem: krachtig, helder, zuiver en eigenzinnig, met een groot bereik en een groot hart. In St-Clementine-on-Tea-and-Croissants gilde hij diabolisch, in pianoballade Cornerstone toonde hij zich een meesterlijk chansonnier.

Het KCO speelde opzwepende, ritmische stukken als Honeggers Pacific 231, Le Métro van Ibert – knipoog naar Clementines verleden – en het spetterende Out of Control van Joey Roukens. De afwisseling met Clementines liedjes werkte. Clementine put uit blues en soul, maar vooral ook uit het chanson, en hij heeft een voorliefde voor Satie. Vanuit die mix sloegen de arrangementen van Jules Buckley een overtuigende brug. Dirigent Brad Lubman hield de boel met verve bij elkaar, al ging juist in de orkeststukken niet steeds alles gelijk.