In Lagos vechten ze om benzine

Het is de grootste olie-exporteur van Afrika, maar produceert niet genoeg brandstof voor de eigen markt.

Foto STEFAN HEUNIS-AFP

Net als de honderd automobilisten voor hem in de rij bij het benzinestation heeft Idowu Balogun zijn motor maar uitgeschakeld. Het kan nog wel even duren voordat hij aan de beurt is. Hij sloot vanochtend rond negenen aan in de rij, nu is het bijna elf uur. Zo erg als vorige week, toen hij acht uur in de rij stond om te kunnen tanken, wordt het hopelijk niet, zegt de ondernemer.

Wie zijn tank wil vullen, heeft dezer dagen in Nigeria heel veel geduld nodig. Van de dikke vijfhonderd meter lange rij wachtenden voor de pomp op Funsho Williams Avenue in Lagos kijkt niemand meer op. Al ruim twee maanden heerst in Nigeria, Afrika’s grootste olieproducent, een schrijnend benzinetekort. Sindsdien zijn de Nigerianen verwikkeld in een tijdrovende en geldverslindende zoektocht naar brandstof.

De meeste tankstations zijn uitgestorven, waar de benzine stroomt zijn onophoudelijk verkeersopstoppingen. Soms breken rondom de pomp gevechten uit tussen klanten. Omdat je van tevoren nooit weet waar benzine wordt verkocht, nemen sommigen het zekere voor het onzekere. Taxichauffeur Alhaji Agba parkeert om vier uur ’s nachts voor de poort van het benzinestation in middenklassewijk Surulere, en slaapt in zijn auto, legt hij uit. „Als ze om zes uur opengaan en ze hebben benzine, ben ik er als eerste bij.”

Hoe is het mogelijk dat een land dat volgens de OPEC vorige maand 1,6 miljoen vaten petroleum produceerde, verstoken is van benzine? Het antwoord is ontluisterend. Het grootste deel van die ruwe olie gaat naar het buitenland. De vier raffinaderijen van de nationale oliemaatschappij NNPC die Nigeria telt, draaien op een fractie van hun vermogen door achterstallig onderhoud, sabotage en corruptie. Zij produceren lang niet genoeg benzine om in de eigen behoefte van Nigeria te voorzien. Daarvoor is het West-Afrikaanse land grotendeels afhankelijk van import.

Toen de oliedollars nog rijkelijk stroomden, waren importeurs bereid het dorstige land van benzine te voorzien. Door de lage prijs van een vat ruwe olie krijgt Nigeria ineens minder dollars binnen. Dat wordt nog verergerd doordat president Buhari, gekozen om zijn anti-corruptieagenda, weigert de naira te devalueren.

Private partijen kunnen nauwelijks aan dollars komen om benzine in het buitenland te kopen en hebben zich uit de import getrokken, zodat de NNPC er vrijwel alleen voorstaat. Sindsdien staat Nigeria, van het noordelijke Kano tot het zuidelijke Port Hartcourt, in de rij voor benzine.

De Nigerianen gaan het brandstoftekort creatief te lijf. In Yenagoa, in de Niger-Delta waar de olie uit de grond komt, staan taxichauffeurs in de rij om hun tank te vullen, om de inhoud over te hevelen in auto’s van klanten die er het viervoudige voor betalen. IT’ers creëerden al apps als FueledUp – een service die de benzine thuis aflevert – en FuelDey! – die aangeeft welke pompstations nu verkopen.

De schaarste legt grote druk op de tanende economie. Bedrijven en huishoudens zijn ook van benzine afhankelijk om zelf stroom op te wekken – het volkrijkste land van Afrika produceert nog geen fractie van de elektriciteit waaraan behoefte is.

Hotelbaas Peter Ogoboru in Calabar zegt twee keer zoveel uit te geven om de generator draaiend te houden. „Mijn kosten stijgen maar ik kan niet het dubbele vragen voor een kamer.”

De klanten van sportschoolhouder Ibrahim Bello in Lagos lopen weg, omdat hij niet altijd benzine weet te vinden voor zijn aggregaat. „Dit is de heetste tijd van het jaar, dan kunnen sporters niet zonder ventilator”, zegt hij, terwijl hij de paar klanten die zich niet lieten afschrikken buiten op straat laat touwtjespringen.

De NNPC zegt ernaar te streven zo snel mogelijk genoeg benzine te produceren voor heel het dorstige land, maar het is de vraag of de nationale oliemaatschappij in korte tijd kan bereiken wat de afgelopen decennia onmogelijk bleek.

Intussen heeft het vertrouwen in de nieuwe president, de oppositiekandidaat die de Nigerianen vorig jaar mei nog zo hoopvol verwelkomden, een knauw opgelopen. Sportschoolhouder Bello stemde op Buhari, en geeft hem nog het voordeel van de twijfel. „We wilden verandering en wisten dat het niet makkelijk zou zijn”, zegt hij. „Maar dit moet geen maanden meer duren. Dan gaan we allemaal failliet.”