Column

Handjes geven

Het menselijke optimisme kan grenzeloos zijn. Op Koningsdag zag ik ’s morgens om half acht een kunstschilder uit zijn atelier komen. Hij droeg een aantal van zijn schilderijen naar buiten, gaf ze een opvallende plek op zijn stoep en ging er op een stoel naast zitten, zich koesterend in een bleek lentezonnetje.

Hij had maling aan alle ongunstige weersvoorspellingen, hij zou wel zien. Een uurtje later kreeg hij gezelschap van zijn vrouw, samen aten en dronken ze wat. De eerste koopjesjagers meldden zich, twee mannen op de fiets, ieder met een rugzak. Ze bekeken zeker een kwartier lang zijn schilderijen en stapten toen weer, zonder te groeten, onverrichter zake op de fiets.

Enkele uren later, de schilder had nog steeds niets verkocht, begon de tv-uitzending over de viering van Koningsdag in Zwolle. Iedereen leek er weer veel zin in te hebben, of deed in ieder geval alsof, van presentatrice Astrid Kersseboom tot het koningspaar. De afstand tot het publiek was de vorige keer te groot geweest, begreep ik, het paar zou zich nu meer onder de mensen begeven.

Dat gebeurde ook, maar het leverde niet per se een onderhoudender uitzending op. Ik heb de koning twee uur lang handen zien geven, alsof het lichaamdelen waren die hij liever kwijt dan rijk was. Als kijker kon je rustig even iets anders gaan doen – bijvoorbeeld je handen wassen – want je miste niets, hooguit het koninklijke sprintje voor een handreiking aan de andere kant van de straat.

We hebben een koning met een grote handvaardigheid, daar hoeven we niet meer aan te twijfelen. En de koningin? Daar ben ik minder zeker over. Niet eerder heb ik een uitzending rond het koningshuis gezien waarbij Máxima zó weinig in beeld kwam. Wilde ze niet zoveel handjes schudden als haar man? Of moest dit keer beklemtoond worden dat het zíjn verjaardag was en niet de hare?

Ook viel op dat de koning niet deelnam aan enige spelactiviteit. „Mag ik u uitnodigen”, vroeg Erben Wennemars hem bij een schaatsplankje, maar de koninklijke Elfstedenrijder zei kort: „Een volgende keer.” Waarna hij zich weer op de handen stortte. Hij heeft begrijpelijkerwijs geen zin meer in allerlei hilarische filmpjes die hem nog jarenlang achtervolgen. Wie schaatst kan uitglijden.

Het was een strak geregisseerd evenement met weinig tijd voor spontane terzijdes. Daar moesten de vraaggesprekjes van Dionne Stax met de koninklijke gasten in voorzien. We weten daardoor dat sommigen ski-ondergoed tegen de kou droegen, net als Stax zelf, zoals ze ongevraagd opbiechtte.

Het was de enige vraag waarop ze eerlijk antwoord wilden geven. „Wat vindt u het leukst, sport of cultuur”, vroeg Stax aan een prins. „Allebei zijn leuk”, zei hij. „Wat vond jij het leukst”, vroeg ze aan een prinsesje. „Alles”, zei ze.

Het is een moeilijk vak, lid zijn van het Koninklijk Huis. Ik zou me goed kunnen voorstellen dat een van hen ooit ’s morgensvroeg, liggend in bed met het vooruitzicht van een kille, natte, wurgend vervelende Koningsdag, tegen zijn partner zegt: „Ik ben in bed en ik blijf in bed, wat jullie ook doen.”

Je moet een echte optimist zijn om aan zo’n dag te kunnen beginnen. Iemand als die kunstschilder die ik ’s morgens bezig zag. Aan het einde van de dag heb ik nog even bij hem gekeken. Hij had ongeveer de helft verkocht.